ANTI-SNURKKAPJE WERKT ECHT TEGEN BIJNA-VERSTIKKING

Hoeveel mensen snurken niet in hun slaap? Snurkgeluiden ontstaan achterin in de mondholte. Tijdens de slaap zijn de spieren er ontspannen en het weefsel slap. Als we liggen is er bovendien minder ruimte tussen de tong en het zachte gehemelte. Is die ruimte klein genoeg, dan brengt de stromende ademlucht de wanden van de mondholte in trilling, als bij een leeglopende ballon. Het geluid is navenant.

Bij een klein deel van de snurkers valt deze doorgang af en toe helemaal dicht en wordt het gezaag onderbroken door doodse stilte. De ademhaling staat enige tijd helemaal stil. Zo'n adempauze kan tot anderhalve minuut duren, waarna het slachtoffer wakker wordt met het gevoel te stikken. Als de ademhaling vaker dan vijf keer per uur stokt en telkens langer dan 10 seconden stilstaat, spreken medici van het slaap-apneusyndroom.

Dit syndroom is niet ongevaarlijk. Hart en hersenen kunnen worden aangetast door een tekort aan zuurstof en de patiënten rusten `s nachts niet uit zodat ze overdag extreem slaperig zijn. Ze kunnen acuut in slaap vallen, ook achter het stuur van een auto.

Er bestaat een effectieve behandeling: een kapje dat patiënten `s nachts over mond en neus dragen. Uit het kapje stroomt lucht onder een geringe overdruk. Daarmee lukt het om de mond-keelholte achterin open te houden. Het neuskapje wordt al jarenlang toegepast tot tevredenheid van alle betrokkenen.

Tevreden patiënten vormen dan wel een aanwijzing voor de effectiviteit van een behandeling, maar geen bewijs zo lang onbekend is hoeveel patiënten ontevreden zijn en waarom dit zo is. De koninklijke weg om dit uit te zoeken is de klinische trial, gerandomiseerd en met een controlegroep. Die test had het neuskapje nog niet doorstaan. Er zijn wel trials geweest, tientallen zelfs, maar geen daarvan was goed opgezet.

Een groot probleem was de controlegroep. Tijdens een trial hoort de patiënt niet te weten of hij tot de onderzoeks- of de controlegroep behoort, want dat kan de uitslag beïnvloeden. Een trial van het kapje waarin de controlepatiënten neptabletjes kregen, oogstte om die reden veel kritiek. Men kan echter de controlegroep ook niet een kapje opzetten waar geen lucht uit komt. Onderzoekers in Oxford hebben dit probleem opgelost door de controle-patiënten de laagste overdruk te geven die de pomp kon leveren (The Lancet, 19 juni). Die werd verder verlaagd met een paar kleine lekjes hier en daar. Dat bleek een gelukkige keus, want de toestand van de controlepatiënten bleef nagenoeg onveranderd. Dat de behandelde patiënten enorm opknapten was geen verrassing, alleen is dit nu volgens de regels der kunst lege artis vastgesteld.

(Huup Dassen)