Toffe peer

Toen staatssecretaris Rick van der Ploeg met zijn masterplan kwam om de kunsten tot het volk te brengen, moest ik plotseling denken aan Dolf Coppes en B.J.Udink. Niet iedereen zal nog weten wie ze zijn en wat hun namen betekenen. Dolf Coppes hoort tot de oprichters van de Politieke Partij Radicalen, het groepje jongeren dat zich had losgemaakt uit de KVP om ernst te maken met de opdracht van het Evangelie tot radicale vooruitstrevendheid in de politiek. Het was ook de periode waarin de piratenzenders bezig waren de Nederlandse ether uit zijn verstarring te verlossen. Op jaartallen kijken we niet; het was een periode. Na heftige debatten werd in 1973 de piraat Veronica gelegaliseerd. Dolf Coppes verklaarde in een vraaggesprek dat de popmuziek de nieuwe muziek van het volk is, en dat daarom de politiek zich achter de popmuziek moet scharen. `De popmuziek is gewoon fijn.' Jan Blokker heeft er toen een column over geschreven waardoor ik me deze visie herinner. Het was ook de tijd van relipop en Jezusrock - onvergetelijk door de regel: En Jezus was een toffe peer.

B.J. Udink was omstreeks die tijd een kopstuk van de Christelijk-Historische Unie. Ook zijn partij probeerde zo dicht mogelijk bij het volk te komen. De zogenaamde Damzitters waren al gecanoniseerd (De Telegraaf had zelfs in het Amsterdamse Hilton Hotel een kamer gehuurd om een paar hippies een comfortabele nacht te bezorgen) en John Lennon had het Hilton in een lied verwerkt (staying in our bed for a week). De Beatles waren onaantastbaar. Zo lag de politieke conclusie voor de hand: de heer Udink ging met een Beatle-pruik op, naast Freule Wttewaal van Stoetwegen op de Dam zitten. De CHU verloor één zetel. Maar de heren Udink en Coppes blijven in de Nederlandse politiek de nieuwe profeten van het volk en de pop.

Intussen zijn we meer dan dertig jaar verder. Niemand weet meer op de kop af te zeggen hoeveel radiostations er in Nederland zijn. Overal bulken je de toptienen en hun begeleiders tegemoet. Door het raam, door de muren, op het plein, in het park, uit de auto's, in de tram: bombombombom. Als het popgeluid in water zou veranderen, moest er een nieuw Deltaplan worden uitgevoerd.

Nu hebben we een nieuwe staatssecretaris voor de kunsten. Dat gebeurt iedere vier jaar. Meer nog dan ministers en andere staatssecretarissen moeten die van de kunst zich profileren. Recept: alles op de schop. Iedere vier jaar gaat alles op de schop: subsidies, ander geld, zendtijd, pretnet, kabel, schotel, decoder, festivals, dansfestijnen. De ouderen die de subsidie-ontvangbare leeftijd lang achter zich hebben, verdiepen zich er niet meer in. Wat je ook verhusselt, er verandert zowat niets omdat talent en energie nu eenmaal ongeveer gelijk over een gegeven aantal geboorten binnen een bepaald aantal jaren is verdeeld. Hoeveel geld je waar ook inpompt, de doelgroep wordt er niet meer of minder geniaal door.

Ik twijfel er niet aan dat met de subsidies van de heer Van der Ploeg straks een paar baanbrekende virtuele multimedia projekten op touw worden gezet, de Amsterdamse Arena wordt omgetoverd tot de Kalahari, met vlammenwerpers uit het woestijnzand om de kaal-chaotische puurheid van het nieuwe millennium haar schokkend reliëf te geven (Chaotic Desert Shock) en dat Amsterdam zijn reputatie als kleine metropool opnieuw zal bevestigen. Staatssecretarissen komen, staatssecretarissen gaan, de kunsten gaan op den duur hun eigen wegen. Met andere woorden, van wat de bewindslieden willen hoef je je niets aan te trekken.

Maar toen verscheen de gratis krant Metro, met daarin een vraaggesprek en een foto van Rick van der Ploeg. Het opmerkelijke van de bijdrage staat niet in de tekst; het is de foto. Het gezicht van de ondervraagde is beschilderd, gebodypaint in Van Gogh-stijl door Monique Schaeffer. Alweer bijna 40 jaar geleden, 9 maart 1960 (je kunt het bijna niet geloven). De staatssecetaris is drie. In Parijs laat Yves Klein voor een aantal genodigden twee naakte mannequins elkaar over een schildersdoek door de verf trekken. Op de achtergrond speelt een ensemble kamermuziek. Het blijft een boeiende foto, vooral door de plechtigheid die dit geheel uitstraalt.

De man en zijn plan. Deze foto is niet plechtig. Het is nieuwe relipop. De staatssecretaris is een toffe peer. Je herinnert je die leraar die nog leuker probeerde te zijn dan zijn klas, monkelend nederig zijn grensverleggende grapjes lancerend. Doe gewoon man, dacht je. Geef Les. Draag je geld af. De culturele revolutie verzorgen we zelf wel.