Seks en de doofpot

Behalve de spionage- en rechtbankthriller, bestaat inmiddels ook het genre schooldetective. Ira Levins A Kiss Before Dying en Donna Tartts The Secret History behoren ertoe en ook The Wishing Game van de Engelse debutant Patrick Redmond.

Het is niet verwonderlijk dat kostschool (Redmond) en college (Tartt en Levin) zo'n prettige omgeving vormen voor moord en suspense. Scholen zijn afgesloten maatschappijtjes op zich, met eigen mores en hierarchieën. Hier kan van alles broeden zonder dat ouders of andere gezagsdragers er weet van hebben. In het geval van The Wishing Game betreft het een kostschool voor uitsluitend jongens, gesitueerd in de jaren vijftig – om het allemaal nog wat claustrofobischer te maken.

Het verhaal wordt verteld als een (overbodige) raamvertelling: journalist ontdekt sensationele doofpotaffaire omtrent de dood van een aantal leerlingen en leraren op Kirkston Abbey, een Victoriaans opvoedingsgesticht. Na deze introductie volgt de geschiedenis bij monde van een van de overlevers, Nicholas Scott. Maar de centrale figuur van het verhaal is Jonathan Palmer, het onzekere zoontje van gescheiden ouders. Hij wordt geterroriseerd door een paar sadistische medeleerlingen op zijn slaapzaal. De meeste leraren zijn ook gemeen. Gelukkig heeft Palmer een aantal goede vrienden, onder wie Nicholas Scott. En hij sluit onverwachts vriendschap met de afstandelijke maar wonderschone Richard Rokeby, over wie Jonathan droomt: `Zo zou ik willen zijn'.

Patrick Redmond heeft een filmische, gefragmenteerde blik. Hij vertelt zijn verhaal in korte episodes met wisselende hoofdfiguren: leraren, de plaaggeesten, de lieve vriendjes. Uit deze `scènes' blijken de sadisten in het diepst van hun gedachten zelf ook gemankeerde mensen te zijn. De ene leraar lijdt, en dat heeft ongetwijfeld te maken met die foto op het dressoir van een schommelend kindje met gouden krullen. Leraar Clive Howard heeft last van de ongewenste bezoeken van een schoonzusje. Onderwijl groeit de vriendschap tussen Jonathan en Richard uit tot een beschermend schild. Wie Jonathan te na komt, krijgt binnen afzienbare tijd een ongeluk. Redmond zuigt de lezer zijn verhaal binnen door steeds meer informatie prijs te geven. Zo is Howards schoonzusje eerst slechts sociaal onaangepast. Bij iedere scène wordt ze ongemakkelijker, en uiteindelijk begint er iets van overspel door te schemeren.

Zwarte magie lijkt de motor van het verhaal, maar het eigenlijk onderwerp is homo-erotiek. De jongens op Kirkston Abbey zijn in elkaars ban, met de belofte van erotiek als machtsmiddel. Zelfs de lijfstraffen en martelingen hebben een sadomasochistisch aspect. De verwarring die dit met zich mee brengt is subtiel en onnadrukkelijk beschreven. En ook de seksuele kant van de zaak wordt bedekt gebracht. Als `coming of age'-verhaal is The Wishing Game, met zijn navoelbare pijnlijke ontwikkeling als Nicolas door Jonathan in de steek wordt gelaten voor Richard, meeslepend. Als intrige is het verhaal wat te lang uitgesponnen.

Want Redmond is ambitieus. Hij wil een hele stoet mensen aan bod laten komen, en dan niet alleen de schooljongens maar ook hun ouders en voorouders. Een al meerdere generaties spelende krankzinnigheid blijkt de oorzaak van al het leed. Maar Redmond is ook barmhartig. Zelfs deze waanzin, hoe vernietigend ook, wordt met compassie beschreven.

Patrick Redmond: The Wishing Game. Hodder & Stoughton.

437 blz. ƒ34,05 (pbk)