Schoolkinderen zijn leuker dan burgemeesters

Ruim 50.000 Nederlanders beschreven op 15 mei 1998 hun dag, als voorschot op de geschiedschrijving van morgen.

In eerste instantie denk je in een futuristisch bordeel te zijn beland, en niet in Het Bureau. Rood is de overheersende kleur in het gebouw waarin het door J.J. Voskuils boeken beroemd geworden Meertens Instituut sinds vorig jaar is gevestigd. Glas en staal zijn de opvallendste materialen. Hoezo stoffig en saai?

In een van de kamers in dit gebouw, op een industrieterrein aan de rand van Amsterdam, werkt Hetty Garcia. Ze leest brieven, op een goede dag zo'n vijftig stuks. De laatste die ze las heeft als nummer 6895, wat betekent dat er nog iets meer dan 45.000 gelezen moeten worden. Ze zijn afkomstig van de mensen die vorig jaar gehoor gaven aan de oproep een `brief aan de toekomst' te schrijven. ,,Maar we hebben niet alleen brieven gekregen'', vertelt Garcia. ,,Mensen hebben van alles opgestuurd: cassettes, videobanden, suikerzakjes, scheermesjes, maandverband, condooms, en vooral, veel foto's. Eén meisje heeft wel zes keer iets ingestuurd. Ze wil beroemd worden, geloof ik.''

De kans op een beetje roem, zo niet bij leven dan toch daarna, dat was mogelijk een motivatie voor schrijvers van brieven. Of de behoefte anderen deelgenoot te maken van persoonlijke problemen, zoals in het geval van de jongeman die schrijft: ,,Ik zit in de gevangenis. In Engeland. Het is mijn eerste gevangenisstraf. Het was de eerste keer dat ik een misdaad pleegde.'' Hij is veroordeeld wegens handel in drugs, en moet nog één verjaardag, één kerst en één nieuwjaar achter de tralies vieren. ,,Soms voel ik een traan, soms meerdere'', vertelt hij in zijn brief, een van de zestig die zijn geselecteerd voor het onlangs verschenen boek Brieven aan de Toekomst.

De organisatoren van `Brieven aan de toekomst' – naast het Meertens Instituut ook het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem en het Nederlands Centrum voor Volkscultuur in Utrecht – riepen iedereen op één dag in zijn leven (15 mei 1998, de dag dat Frank Sinatra overleed) te beschrijven. Ze hoopten op die manier een schat aan informatie voor toekomstige historici te verzamelen.

Openluchtmuseum

De afgelopen decennia is de belangstelling in de geschiedwetenschap sterk verschoven van de bovenlaag van de maatschappij naar `gewone mensen': wat deden zij, en, nog lastiger, hoe dachten ze? ,,De spullen die ze gebruikten hebben we vaak wel'', zegt Ad de Jong van het Nederlands Openluchtmuseum, ,,maar wat we ook willen hebben, zijn de verhalen die daarbij horen.''

Op Plymouth Plantation in de Verenigde Staten valt te ondergaan hoe indrukwekkend een bezoek aan een openluchtmuseum kan zijn. Daar is niet alleen het dorp van de `Pilgrim Fathers' nagebouwd, maar zijn ook acteurs ingehuurd om de nagebouwde huizen, gehuld in 17de-eeuwse kleding, te bevolken. Perfect spelen ze de rollen van historische personages. En de Nederlandse bezoeker wacht een extra verrassing: op weg naar de Verenigde Staten verbleven de Engelse `Pilgrims' tenslotte enige tijd in Nederland, dus zijn er ook acteurs die de bezoeker in (oud-)Nederlands te woord staan.

Living History noemen de Amerikanen dat. Ze hadden in het geval van Plymouth Plantation het geluk dat er veel bronnen, brieven vooral, over de vroegere bewoners bewaard waren gebleven. In het Openluchtmuseum treft de bezoeker nu hooguit een aangeklede pop aan in de huizen. ,,Ik denk dat wij ook meer de kant van Plymouth Plantation op zullen gaan'', aldus Ad de Jong.

Maar, zegt hij ook, als je het verleden goed wilt reconstrueren, stuit je al snel op allerlei problemen. ,,Stel dat je wilt laten zien hoe het leven was in een boerderij in Staphorst honderd jaar geleden. Dan moet je bij voorbeeld weten waar de mensen hun kleren lieten als ze die 's avond hadden uitgetrokken. Legden ze die op een stoel, zoals wij dat doen? Daar is natuurlijk niets over opgeschreven. Het was ons met de brieven dan ook vooral om praktische informatie te doen. Sommige mensen hebben van minuut tot minuut opgeschreven wat ze 's morgens doen als ze opstaan: hoe ze zich wassen, ontbijten. Prachtig is dat, want daar kom je later bijna niet meer achter.''

Helaas voor historici moeten ze nog even geduld hebben voordat ze in het archief met alle brieven aan het werk mogen. Eerst worden alle brieven gelezen, en het zal zeker nog twee jaar duren voordat dat gebeurd is. In de computer van het Meertens Instituut wordt opgeslagen welke thema's in een brief aan de orde komen (voeding bijvoorbeeld, kleding of kunst). Daardoor zal het straks mogelijk zijn gericht te zoeken. De brieven die zijn gelezen worden in een zuurvrije envelop gestopt en opgeborgen in het archief van het Meertens Instituut: een enorme ruimte met lange kasten, waar de temperatuur constant koel is.

Vrouwen

Om de uitgave van de bloemlezing, die zojuist is verschenen, mogelijk te maken, hebben zes medewerkers van het Meertens Instituut in een aantal maanden 3000 brieven gelezen. ,,Wat het meeste opviel'', zegt Carla Wijers, die bij het Meertens Instituut verantwoordelijk is voor het project, ,,is dat vrouwen veel meer hebben geschreven dan mannen. Bij de eerste 2000 brieven die we lazen zaten vijf keer zoveel vrouwen. Daarop zijn we begonnen de mannen er consequent uit te halen.'' Voor vrouwen is het een kleinere stap om over alledaagse dingen, over emoties te praten, denkt ze. ,,Dat is een verdeling die er nog steeds is.''

Het lezen van de Brieven aan de Toekomst is een merkwaardige ervaring: hoewel ze eigenlijk nergens over aan gaan, maken ze steeds nieuwsgierig naar meer. Hoe zou het bijvoorbeeld zijn afgelopen met de vrouw die net een pijnlijke scheiding achter de rug had en schreef: ,,13.35 (...) De telefoon gaat: het is vast Bert, een goede vriend die enige weken geleden ineens probeerde mij te versieren, terwijl ik zeer duidelijk had gemaakt dat ik dat absoluut niet wilde. Ik was vreselijk kwaad en teleurgesteld, we hebben het wel uitgepraat maar de toestand is vreselijk gespannen tussen ons op dit moment.''

,,Natuurlijk'', zegt Carla Wijers, ,,ben je bezig met een vorm van voyeurisme. Bij het selecteren was het daarom spitsroeden lopen. De pikantste brieven hebben we er niet ingezet. Er was bijvoorbeeld een man bij die een moord had gepleegd. We wilden niet dat die alle aandacht zou trekken. De bedoeling was dat mensen zich er in zouden kunnen herkennen.''

Soms zijn situaties zo herkenbaar dat je je aan het gedrag van briefschrijvers begint te ergeren. Wat is dat bijvoorbeeld voor vent die, nadat zijn vrouw is bevallen van een dochter, besluit eerst met zijn gsm de drukker van de geboortekaartjes te bellen, en pas daarna zijn ouders om hen het blijde nieuws te vertellen? Of neem de vrouw die eerst vertelt dat ze sojatoetjes bij de natuurvoedingswinkel gaat kopen, en later op de dag haar kinderen een maal van ,,erwtjes met een stukje zalm, een blik knakworstjes en aardappelen'' blijkt voor te zetten. ,,Dit alles smeuïg gemaakt met tomatenketchup.''

Burenruzie

De brieven in het boek zijn in hun geheel afgedrukt. Stijlfouten zijn niet veranderd, omdat er later misschien onderzoekers zijn die die juist interessant vinden. Spelfouten soms wel. Alle namen in het boek zijn gewijzigd, om redenen van privacy. ,,In Denemarken'', vertelt Wijers, ,,waar eerder een project als dit georganiseerd werd, had men ook alle namen veranderd. Alleen die van een hond was over het hoofd gezien.'' Met onaangename gevolgen voor de betrokkenen: de brief ging over een burenruzie.

Tevredenheid overheerst in veel brieven. ,,Het was een leuke en fijne dag'', schrijft een scholier. Blijkbaar bestaat er breed de behoefte herinnerd te worden als een gelukkig mens. Dat neemt niet weg dat er ook trieste verhalen in het boek staan. Zo schrijft een Iraans meisje in een asielzoekerscentrum: ,,Als ik over mijn problemen schrijven wil, heb ik zoveel papier nodig''.

,,Als je van 9 tot 5 brieven zit te lezen'', zegt Carla Wijers, ,,dan zitten er altijd wel een paar bij die heel indringend zijn. Er waren mensen die direct of indirect om hulp vroegen, die zeiden: anders spring ik van het balkon. We kwamen wekelijks bij elkaar om stoom af te blazen en een aantal keer hebben we heftig gediscussieerd over de vraag wat we zouden doen. Moet je in zo'n geval de procedure doorbreken en de huisarts van een dorp vragen of hij eens bij iemand langs wil gaan? We hebben de richtlijn opgesteld dat we alleen zouden ingrijpen als iemand heel expliciet zei: bel of schrijf je terug? Uiteindelijk hebben we in geen enkel geval gereageerd.''

Over hun seksleven, typisch zo'n onderwerp dat historici tegenwoordig wel interesseert maar dat lastig te onderzoeken is, vertellen de briefschrijvers weinig. De enkeling die melding maakt van een seksuele handeling doet dat zeer beknopt. ,,We laten ons verleiden tot het spel tussen twee echtelieden'', schrijft een 49-jarige man. ,,Daar zal ik niet meer over schrijven, dat is niet nodig in deze tijd waarin alles in met name de reclame-uitingen op straat, op radio en TV en in kranten en tijdschriften een broeierigheid uitstraalt waar we een jaar of dertig geleden nog van bloosden. Seks in de uitverkoop en omlaaggehaald als wegwerpartikel, terwijl het door de Schepper toch als zoiets heerlijks is geschapen...''

Op dit moment is nog één medewerker van het Meertens Instituut, Hetty Garcia, full-time bezig met de brieven. Wat is haar het meest opgevallen? ,,Dat iedereen het druk heeft'', zegt ze. ,,Zelfs schoolkinderen.''

Na een jaar begint het werk haar nog steeds niet te vervelen. ,,Het is alleen wel zo dat ik thuis nog nauwelijks lees.'' De burgemeesters (,,die zitten meestal in de grote enveloppen'') vindt ze vaak saai, de schoolklassen doorgaans leuk om te lezen. ,,Dan schrijft de ene leerling over de ander: die heeft een rotbui, haar periode komt er zeker aan. En na verloop van tijd vind je de brief van het meisje waarover het gaat en dan blijkt het nog waar te zijn ook. Op een gegeven moment ga je alles en beetje voor je zien.''

Bekende Nederlanders is ze nog niet tegengekomen. Wel een echtgenoot van een minister. En een vrouw die schreef dat ze een bekende schrijver al heel lang bewonderde. ,,Ze vertelt dat ze uiteindelijk ook met hem naar bed is geweest. Maar de volgende ochtend was hij al vroeg weer verdwenen'', zegt Garcia. Heeft ze zelf eigenlijk ook een brief geschreven, en waar ging die over? ,,Het is erg om te zeggen'', antwoordt ze. ,,Maar dat heb ik niet. Ik had het die dag ook heel erg druk.''

Brieven aan de Toekomst, Uitgeverij Het Spectrum, fl. 24,90.

In het Nederlands Openluchtmuseum, Schelmseweg 89, Arnhem, tel. 026-3576147,is naar aanleiding van het project een `speurtentoonstelling' ingericht voor kinderen. T/m 31 oktober. Voor volwassenen is er een kleine presentatie van brieven, foto's en voorwerpen die briefschrijvers hebben meegestuurd.