`Rouw is liefde'

Thomas Lynch is een begrafenisondernemer en dichter uit Michigan. Tijdens Poetry International in Rotterdam trad hij op. Een gesprek over de dood, rouw en mededogen.

De dichter heeft een onheilspellende achternaam. Er schuilt een gevaarlijk werkwoord in: Lynch. Veel dichters dichten over de dood, Thomas Lynch (1948) leeft beroepshalve dagelijks met de dood. Hij is begrafenisondernemer, `director of funerals' zoals hijzelf zegt, in de kleine stad Milford in de Amerikaanse staat Michigan. Het schrijven van poëzie is voor hem noodzakelijk om de herhaaldelijke confrontatie met de dood, de doden en vooral rouwende familieleden te doorstaan.

Tijdens het afgelopen Poetry International bezocht Lynch Rotterdam. Het gedicht dat hij voorlas uit de bundel Still Life in Milford (Stilleven in Milford) maakte indruk. Deze naar postuur grote man legt veel bezieling in een ogenschijnlijk alledaags verslag van de gebeurtenissen in zijn woonplaats in het Midden-Westen. Peter Nijmeijer vertaalde zijn gedichten. Lynch beseft dat de combinatie van dichter en doodgraver betrekkelijk uniek is. ``Het is zoiets als een kat die in een opera zingt'', vertelt Lynch met ernst in zijn stem. ``Ik zie een duidelijke correlatie tussen het schrijven van een gedicht en het regelen van een begrafenis. In beide gevallen ben ik een arrangeur: ik arrangeer een stoet, de handelingen, de rituelen van rouw en troost alsof ik een gedicht schrijf. Als je tijdens een begrafenisplechtigheid iets verkeerd doet, wanneer er niet een duidelijke pointe is, dan verliest de gebeurtenis veel van haar waarde en betekenis. Hetzelfde geldt voor poëzie: mis je de slagkracht van de verrassing, van het toewerken naar het hoogtepunt en dat vervolgens afronden, dan is het een slecht gedicht.''

Voor Lynch is elke begrafenis hartbrekend, of de dode en de nabestaanden nu bekenden van hem uit Milford zijn of vreemden. Zijn compassie gaat uit naar degenen die achterblijven, bij hen ligt het verdriet en het gemis.

``Ik hecht waarde aan een woord van mededogen voor de nabestaanden. Ik doe mijn werk voor de volle honderd procent, met overgave. Je kunt dit niet ironisch of afstandelijk doen, dat zou onrechtvaardig en zelfs wreed zijn. Mijn dagelijkse contact met de dood beschouw ik als een metafoor voor mijn poëzie. Doodgaan is iets onuitsprekelijks, daar zijn geen woorden voor. Ook poëzie houdt zich bezig met het onuitsprekelijke, met waarnemingen en ervaringen die verder reiken dan het strikt rationele of waarneembare. Ik ben met dit werk fully engaged.''

``Mijn werk geeft aan de poëzie die ik schrijf een emotionaliteit die in de Amerikaanse dichtkunst helaas steeds zeldzamer aan het worden is. Poëzie in Amerika is een academische aangelegenheid; dichters zijn verbonden aan de universiteit. Wanneer er voorgelezen wordt, dan bijna altijd 's middags rond een uur of vier, vijf, nooit 's avonds. Dus behalve de academici zelf en hun studenten komt er niemand. Poëzie leeft daardoor niet, mist elke band met de werkelijkheid van alledag. Dat betreur ik zeer, want ik ben ervan overtuigd dat mensen hongeren naar poëzie als uitdrukking van emoties.''

Thomas Lynch wijdde zich niet alleen aan poëzie, ook beoefende hij het genre van het korte verhaal dat neigt naar het essay. Zijn beschouwingen bundelde hij in Ondergronds. Levensberichten uit het uitvaartwezen (vorig jaar verschenen bij Vassalucci). Op mooi ingehouden, bijna tedere toon vertelt hij hierin over voorvallen in Milford die te maken hebben met zijn begrafenisonderneming. Zowel in deze verhalen als in de gedichten pleit Lynch voor mededogen en compassie, woorden die voor hem heilig zijn.

``Ik denk dat het de taak van de mens is om onze dierbaren in hun stervensuur nabij te zijn, zoals het mijn taak is tijdens de begrafenis aandacht te schenken aan de rouwenden. Doodgaan moeten we allemaal, dus krijgen we allen vroeg of laat met de dood te maken. Ik help mensen de pijn van de dood te overwinnen.''

Het zijn opmerkelijk vertellende gedichten die Lynch schrijft, elegant gemaakt door een nauwelijks merkbaar rijm en treffende assonanties. Het tijdens Poetry voorgedragen schitterende vers `De oude operatiezaal, Londen, de avond voor Allerzielen' verhaalt over hoe vroeger hier de lijken heen werden gebracht ter opensnijding en observatie. Het begint zo: `Naar zalen als deze brachten oude lijkenrovers/de lichamen terug die ze hadden opgegraven-/verse lijken opdat aankomende anatomen/Aanhechtings- en Insertiepunten van delta-/en monnikskapspieren konden bestuderen.' Aan het slot maakt Lynch een vergelijking met de snijzaal als Grieks theater. `In zalen als deze brachten de Grieken en Romeinen/hun vroege tragedies ten tonele. (...) Tot de goede rekwisieten behoren ook tafel en mes./Goed theater is weten waar je moet snijden.'

Toen Thomas Lynch dit gedicht voorlas in Engeland ontstond er grote verwarring. Het Engelse `theatre' betekent veel meer dan het Amerikaanse `theatre'.

``Voor Amerikanen'', vertelt hij, ``beperkt het woord theater zich tot klassiek drama. In het Engels betekent `theatre' in uitgebreide zin elke plek waar mensen samenkomen en waar iets gaande is. Een zwaargewonde kan door de Engelse politie naar `the medical theatre' verwezen worden. Bij ons zou dat te vergelijken zijn met `breng hem maar even naar Broadway.' Het gedicht over de oude operatiezaal in Londen is geïnspireerd door de vorm van een snijkamer als amfitheater. Ik zie overeenkomsten tussen een Grieks drama en dat snijden door anatomen in dood vlees. Want dat is toch wat mensen willen: bloed, theater, zaken op de rand van de dood.''

Het is ook door zijn werk dat Lynch een grote gevoeligheid ontwikkelde voor familiebanden, voor de ene generatie die de andere opvolgt. Zijn vader was begrafenisdirecteur, vier van zijn broers zijn het. Lynch is van Ierse afkomst. Hij heeft een cottage in het gehucht Moveen aan de westkust van Ierland, waar eens zijn tante woonde. In het episch vers The Moveen Notebook evoceert Lynch de wilde woestheid van Ierland en zijn familieleden die van hieruit naar Amerika emigreerden.

Lynch heeft een grote fascinatie voor Ierland. ``Dichter èn begrafenisondernemer is daarginds een ideale combinatie van werk en inspiratie. De overleden voorouders leven in Ierland sterker dan in Amerika. In Amerika is dood dood, weg is weg. In Ierland niet, daar bestaat de mystieke overtuiging nog steeds dat de doden niet geheel en al dood zijn, ze leven voort. In de verhalen die de mensen elkaar vertellen 's avonds in het donker bij het vuur of in het café. Een Ier kan soms de sensatie hebben dat een dode naast hem aan de cafétafel zit.''

In The Moveen Notebook beschouwt Lynch zichzelf als een vreemdeling in de beslotenheid van het dorp. Hij dicht niet zonder ironie: `Dus welk soort arriveert nu midden in de winter?/Het soort dat dingen optekent, namen noemt,/zegt wat er gebeurde, zich bepaalde zaken herinnert, de doden wekt, na hem een getuige voor hen achterlaat.'

De nabijheid van de dood maakt de poëzie van Lynch bescheiden van toon. Het is of de dichter zich onophoudelijk bewust is van het grote, ondoorgrondelijke raadsel van de dood.

``Wat ik als dichter doe, is het vertellen van verhalen. Ik ben ervan overtuigd dat alleen het telkens weer vertellen over het leven van iemand sterker is dan de dood. Rouwen is ook een vorm van verhalen vertellen, van de ene generatie op de andere. Zo blijven de doden levend onder ons. Rouwen is een vorm van liefde, een liefde met terugwerkende kracht.''

Thomas Lynch: Stilleven in Milford. Gedichten. Vertaling: Peter Nijmeijer. Wagner & Van Santen (0184-490170). ƒ29,50