Oud huis, nieuwe vondsten

De meest treurige `lieux de mémoire' van de Nederlandse geschiedenis ligt niet in eigen land, maar op 75 graden Noorderbreedte: op het Russische eiland Nova Zembla dat hooguit nog in het nieuws komt dankzij de aldaar roestende kernonderzeeërs. Op de onherbergzame, kale kust liggen daar de houten brokstukken van het huis dat in de winter van 1596/97 was gebouwd en dat de geschiedenis is ingegaan als `het Behouden Huijs'. Eeuwenlang was die geschiedenis gemeengoed in het hoofd van elke Nederlander. Iedereen wist van de drie pogingen die aan het eind van de zestiende eeuw waren gedaan om via een route ten noorden van Rusland naar China te varen. De eerste twee expedities waren tamelijk succesvol geweest, maar op de derde tocht, met twee schepen, ging het mis en werd de hoop om op deze wijze Azië te bereiken voorgoed opgegeven. Bovendien ontdekten de Nederlanders precies in dezelfde jaren op een zuidwaartse tocht de route naar Indië via Kaap de Goede Hoop.

Schipper Jacob van Heemskerck wist dat laatste nog niet toen hij in mei 1596 met zijn bemanning van zestien man goed voorbereid vertrok. In juli bereikte men Nova Zembla al, dat men aan de noordkant wilde ronden. In augustus raakte het schip echter vast in het pakijs en werd besloten de winter door te brengen op het eiland. Ze bouwden een huis, een soort blokhut van zes bij tien meter, en haalden proviand, brandstof, kleding en andere zaken van boord om de winter zo aangenaam mogelijk door te kunnen brengen. Het verblijf op Nova Zembla heeft elf maanden geduurd. Op 17 april 1597 zagen ze voor het eerst weer een vogeltje vliegen en pas in juni konden de mannen weg in twee kleine boten. Na vele omzwervingen keerde twaalf van de zeventien man terug in Amsterdam. Vijf man hadden het niet overleefd.

Dit koude avontuur werd snel een succesverhaal omdat een van de overlevenden, Gerrit de Veer, zijn herinneringen publiceerde. Het is een nog steeds leesbaar verhaal over ontberingen, doorzettingsvermogen en godsvrucht. Deze Waerachtighe beschryvinghe verscheen in 1598 en werd nog datzelfde jaar vertaald in het Latijn en in het Frans en later in het Duits en Italiaans. Naast het latere verhaal van schipper Willem Bontekoe werd dit de vroegste Nederlandse bestseller. In de negentiende eeuw werd het verhaal met nationalistisch vuur nog eens flink opgewarmd door dichters als Tollens (in 1819), met kinderboeken, met een groot geschilderd panorama in Amsterdam en met spectaculaire schoolplaten. Een paar jaar geleden is er een tentoonstelling aan het avontuur gewijd en verscheen een heruitgave van De Veers boek.

Behalve boeken en schoolplaten hebben archeologische vondsten eraan meegewerkt dat het Behouden Huys in de herinnering is blijven voortleven. Al in de vorige eeuw hebben Noren op de bewuste plek vondsten gedaan en in het Rijksmuseum, op de afdeling Nederlandse Geschiedenis, is er een speciale vitrine aan gewijd.

Juist de archeologische vondsten hebben nieuwe inzichten opgeleverd. In de afgelopen jaren zijn er verschillende expedities georganiseerd, door Russen en door Nederlanders. Alle oude en nieuwe vondsten zijn nu beschreven in een uitvoerig boek dat de nationalistische, moralistische en educatieve motieven ver achter zich laat. Het gaat hier om een wetenschappelijke inventarisatie van de vondsten en om een reconstructie met behulp van die vondsten van de leefomstandigheden in het Behouden Huys. Het totale materiaal is het residu van een complete leefwereld van 400 jaar geleden.

Hoewel nog steeds niet precies duidelijk is hoe het huis er precies heeft uitgezien, is wel duidelijk dat men een onderbouw heeft aangelegd met behulp van planken die waren gezaagd uit aangespoelde bomen. Daarop werd verder gebouwd met sloophout van het schip. Door het combineren van visuele bronnen (de illustraties uit het boek van De Veer), geschreven bronnen en de archeologische vondsten is men heel ver gekomen in de reconstructie van de manier van leven. De slaapplaatsen, de verwarming, de kleding, het voedsel (gepekeld vlees, brood, stokvis, kazen, vlees van geschoten poolvossen en ijsberen, bier, wijn, olie en azijn), en de verlichting met berevet, hygiëne (er was zelfs een soort sauna van een groot wijnvat gemaakt).

Ter ontspanning werd er ook gelezen. Dat blijkt uit de opmerking van De Veer van 13 februari 1597. Hij schrijft dat er weer voldoende lampolie is zodat `wy altemet met lesen ende anders den tijt beter conden deur brengen'. Er zijn dan ook boeken in de permafrost van Nova Zembla gevonden, deels praktische boeken voor de navigatie, maar ook een boek over China, een almanak, een geschiedenis van Holland, Zeeland en Friesland, een aantal godsdienstige boeken, een Nederlands-Frans woordenboek en een liedboek.

Het boek over het Behouden Huys bevat enkele inleidingen: op het boek van De Veer, op de illustraties daarin, over de verschillende opgravingen en over de leefomstandigheden tijdens de overwintering, waarna een beschrijving volgt van alle objecten, gerubriceerd naar functie. Er zijn dus hoofdstukken over voorwerpen die te maken hebben met het schip, de navigatie, de handel, de bewapening en andere thema's. Alle objecten zijn getekend of gefotografeerd afgebeeld. Er zijn zowel complete herkenbare voorwerpen als schoenen, gereedschappen, huisraad en wapens, als fragmenten van hout, leer, textiel, papier en andere materialen. Van het slingeruurwerk en de schuimspanen tot de knopen en schoenzolen aan toe. Ook het zogeheten `cedelken' ontbreekt niet. Dit is het afscheidsbriefje dat achtergelaten werd, opgevouwen in een kruithoorn. Het beschrijft in het kort het verblijf en de mislukte poging om `naer de Landen van Chyna te varen' en is ondertekend door de leiders van de expeditie Willem Barents en Jacob van Heemskerck. Een van de meest ontroerende documenten uit de Nederlandse geschiedenis. Zo is, terwijl de laatste resten van het Behouden Huys op Nova Zembla elk jaar verder verwaaien, de kennis erover aanzienlijk toegenomen. Het koude avontuur is voorbeeldig bijgezet in dit monumentale boek.

J. Braat (red.): Behouden uit het Behouden Huys. Catalogus van de voorwerpen van de Barentsexpeditie (1596), gevonden op Nova Zembla. De Rijksmuseumcollectie, aangevuld met Russische en Noorse vondsten. De Bataafsche Leeuw. 343 blz. ƒ95,–