Olieconcerns van prijskartel beticht

De grote oliemaatschappijen die actief zijn in Nederland worden door de Economische Controledienst (ECD) beticht van het maken van onderlinge prijsafspraken. De officier van justitie in Rotterdam heeft enkele weken terug een proces-verbaal binnengekregen van de ECD en heeft dat in behandeling.

Volgens de persofficier zal het nog ,,één à twee maanden duren'' voordat een besluit valt over eventuele vervolging van de olieconcerns. De ECD en het Openbaar Ministerie doen al sinds januari 1998 onderzoek naar mogelijke prijsafspraken voor autobrandstof.

De ECD heeft zich in haar onderzoek geconcentreerd op zogeheten horizontale prijsafspraken, de afstemming van prijzen tussen de verschillende oliemaatschappijen. Daarbij is onder meer gekeken naar de marges voor de maatschappijen en voor de wederverkopers. Eén van de onderzoeksresultaten die de ECD naar het openbaar ministerie heeft gestuurd bevat bewijzen dat de concerns bij de invoering van zelfbediening aan de pomp afspraken hebben gemaakt over de hoogte van de benzineprijs.

De Bovag, brancheorganisatie van onder anderen pompstationexploitanten, denkt dat het OM geen bewijzen zal kunnen vinden voor prijsafspraken. ,,De ECD denkt bewijzen te hebben, maar ze hebben daar twee jaar naar moeten zoeken. Het zou netjes zijn geweest als wij hun onderzoek ook hadden mogen inzien. Er zijn wat ons betreft geen prijsafspraken gemaakt tussen de oliemaatschappijen.''

De vier grote oliemaatschappijen die in Nederland de markt beheersen – Shell, Esso, Texaco en Mobil – zijn al jarenlang onderwerp van discussie bij Economische Zaken. Voormalig minister Wijers vond dat er voldoende aanwijzingen waren dat de maatschappijen de oude Wet op de Economische Mededinging overtraden. De olieconcerns zouden eerlijke concurrentie op de Nederlandse benzinemarkt onmogelijk maken en zelfs pomphouders tegenwerken die zich niet aan de adviesprijzen hielden.

Twee jaar geleden zette Wijers de aanpak van mogelijke prijsafspraken op twee manieren op de agenda: via liberalisering van de benzinemarkt en door de ECD onderzoek te laten uitvoeren naar het veronderstelde kartel.

Doel van de liberalisering van de Nederlandse benzinemarkt is nieuwkomers meer kansen te geven om toe te treden tot die markt en daardoor prijsconcurrentie te stimuleren. Op dit moment bevindt het onderzoek ernaar zich in de zogenoemde consultatiefase, waarbij alle marktpartijen wordt gevraagd hun visie te geven op de plannen. Onderdelen van de voorgenomen liberalisering zijn meer pompen toe te staan langs de snelwegen en er meer mogelijkheden te scheppen om reclame te maken.

Dat de Economische Controledienst de prijsafspraken heeft onderzocht, en niet de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), vloeit voort uit het feit dat het onderzoek al begon voordat de Nieuwe Mededingingswet van kracht werd. Conform de oude regels moet de ECD de onderzoeksresulaten voor strafrechterlijk onderzoek naar het OM doorgeleiden.