Öcalan valt van zijn voetstuk in Griekenland

De Griekse pers omschrijft het proces tegen Abdullah Öcalan als een parodie. Maar de bewondering voor de Turks-Koerdische leider is aanzienlijk verminderd.

De Griekse media zijn het Turkse proces tegen Öcalan tot het eind toe als een `parodie' blijven betitelen. Dat bleef ook zo na het rapport aan de Raad van Europa waarin dat proces `correct' werd genoemd – een rapport waarvan trouwens nergens in de Griekse pers melding is gemaakt. Benadrukt werd dat de beklaagde in zijn kooi de procesgang slechts gedeeltelijk kon volgen, dat de berichtgeving werd `gefilterd' door de Turkse staatstelevisie en dat de atmosfeer werd beïnvloed door de massale aanwezigheid van familieleden van slachtoffers.

Vooral in het begin werd gesuggereerd dat de beklaagde tevoren aan een behandeling was onderworpen, in het bijzonder in de periode dat hij volgens advocaten en familieleden apathisch en praktisch onbereikbaar was. Herinnerd werd aan de `wonderen' die in communistische landen zijn verricht met gevangenen als kardinaal Mindszenty.

Hiermee samen hing de indruk die in Athene heerste, dat het niet alleen een proces was tegen Öcalan, maar ook tegen Griekenland. De anti-Griekse verklaringen van de beklaagde waren overigens tegenstrijdig. Over premier Simitis zei hij dat deze zich zou hebben verzet tegen pogingen van de PKK-leiding om tot vrede met Ankara te komen na 1993, maar ook dat hij de PKK nooit serieus zou hebben genomen – de laatste klacht klonk plausibeler.

Uit Öcalans mond kwamen ook weer uitspraken dat Griekenland tot de landen behoorde die de PKK hadden gesteund. Evenals PKK-leden van lagere orde die al eerder waren verhoord, verklaarde hij dat op Griekse bodem kampen hadden gefunctioneerd waar PKK-militanten werden opgeleid. Veel indruk hebben dergelijke verhalen nooit gemaakt bij gebrek aan nadere gegevens. Ook Öcalan bleef het antwoord schuldig op de vraag van een van de rechters waar deze kampen dan wel waren geweest.

De Turkse pers gebruikte Öcalans `onthullingen' voor nieuwe aanvallen op Athene – waarmee de betrekkingen sinds Kosovo overigens opvallend rustig zijn – maar Griekenland reageerde er niet officieel op: ,,We treden niet in discussie met een glazen kooi''. Wel kwam men in actie toen bleek dat de aantijgingen ook gehoor vonden bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken – de Amerikaanse ambassadeur in Athene, Burns, meldde later dat voor het bestaan van zulken kampen ,,geen bewijzen'' waren.

Overigens zijn de Griekse waarnemers het erover eens dat Öcalan niet de indruk heeft gemaakt, onder de drugs te zitten. Wat wel werd vastgesteld, tijdens de eerste fase, was dat hij een heel bange man leek, die alleen maar voor zijn eigen hachje vocht. Anderen gingen nog verder en zeiden dat de dictatoriale, paranoïde figuur altijd al uitsluitend geïnteresseerd was geweest in zichzelf en eigen lijfsbehoud. Tijdens zijn apologie op woensdag is hij tegen deze aantijgingen ingegaan door met zoveel woorden te stellen dat zijn leven voor hemzelf niet telde.

Al met al blijft het proces voor de Grieken een hard gelag. Nog enkele maanden geleden werd Öcalan hier gezien als een Koerdisch pendant van stoere Griekse vrijheidsstrijders uit de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Turken (1821-'30), uit de bezettingstijd of uit de burgeroorlog. Vorig jaar nodigden 186 leden van het 300-koppige Griekse parlement de toen in Syrië verblijvende Öcalan uit naar Griekenland te komen. Bij de gebeurtenissen in februari, die hem van de Griekse ambassade in Kenia in Turkse gevangenschap deden belanden, toonde zowat de hele natie zich beschaamd en verward. Met een massaal concert op het Plein van de Grondwet in Athene werd geprobeerd nog iets te redden van het Griekse solidariteitsgevoel.Er gingen toen echter al geluiden op dat de ongebreidelde bewondering voor Öcalan niet terecht was en het principe `de vijand van mijn vijand is mijn vriend' in dit geval niet opging. Oud-premier Mitsotakis ging het verst door te betuigen dat hij als terrorist moest worden bestempeld en dat hij hooguit 10 procent van de Koerden achter zich had.

Publicist Nikos Dimou, schrijver van het boek `Het ongeluk, Griek te zijn', herinnerde aan de extravagantie van zijn landgenoten inzake de intussen allang weer uitgebluste kwestie van de naam van Macedonië, aan de huldiging in een stadion, in het bijzijn van kerk en vakbondsleiding, van Karadzic als `vrijheidsstrijder' (term van de toenmalige premier Papandreou) en daarna weer de adoratie voor Öcalan. ,,Wij Grieken overdrijven, naar boven en naar beneden'', zei Dimou, met dat laatste doelend op de recente, bijna unanieme verwensing van de `moordzuchtige' NAVO-leiders.