Kritiek op OM deugt niet

Het Openbaar Ministerie begint steeds meer te lijken op een criminele organisatie, schreef Micha Kat op deze pagina. Volgens procureur-generaal D.W. Steenhuis heeft Kat al een hele tijd niet meer rondgekeken bij het OM.

Wie bij het Openbaar Ministerie (OM) werkt moet tegen een stootje kunnen. Het OM moet zijn werk dan ook doen in het verblindende en soms verzengende licht van de spotlights van de media. Het OM mag echter wel verlangen dat dit op een faire manier gebeurt.

Micha Kat ging afgelopen dinsdag op de opiniepagina danig tekeer tegen het Openbaar Ministerie, waarbij hij hier en daar de controle op zijn kritiek lijkt te verliezen. Kat's tirade culmineert in de stelling dat het OM door zijn falen en blunderen een bedreiging vormt voor de maatschappelijke orde en, zo gaat hij verder, vaak en structureel optreedt als een criminele organisatie.

Dat liegt er niet om. Het is daarom ook zo treurig dat de jurist Kat zijn boude stellingen schraagt met een ondeugdelijke constructie en dat hij zich verliest in beschuldigingen die hij bepaald niet in alle gevallen kan waarmaken. Zo'n werkwijze zou hem als advocaat in de rechtszaal de kop kosten.

Kat begint met erop te wijzen dat het OM de verkeerde zaken aanpakt. Eerst de naakte-jongensfoto's van het Holland Festival. In de samenleving heerst onrust over het onderwerp kinderporno. Terecht heeft de aanpak hiervan een hoge prioriteit gekregen. Het OM heeft tot taak de grenzen te verkennen. De rechter heeft de redenering van het OM in eerste instantie niet gevolgd. Kat noemt het ,,een blamage'' dat het OM vervolgens overweegt in cassatie te gaan. Hij gaat daarbij voorbij aan het feit dat het in cassatie gaat over de argumenten om iets al dan niet tot kinderporno te bestempelen. Is bij voorbeeld de bedoeling van de maker van dit soort foto's van belang voor de strafwaardigheid? Dat zijn belangwekkende uitspraken die de aanpak richting kunnen geven.

Het OM had, volgens Kat, ook niet mogen optreden tegen de boekverkoper die Mein Kampf had liggen. Kat gaat voorbij aan het feit dat de Amsterdamse rechtbank de man schuldig heeft verklaard, overigens zonder hem straf op te leggen. In beide zaken legt het OM de zaak dus voor aan de rechter om een onafhankelijk oordeel te krijgen.

Het verwijt dat het OM de verkeerde zaken aanpakt is van alle tijden. Het OM heeft, net als andere organisaties, een beperkte capaciteit ter beschikking om al zijn taken uit te voeren en dat is ook goed. Dit neemt niet weg dat van alle kanten aan die schaarse capaciteit wordt getrokken. Het OM moet aan iedereen recht doen. Aan slachtoffers, daders en samenleving.

Uit al die wensen moet het OM een verantwoorde keuze maken en met die keuze is niet iedereen – ik zeg het maar voorzichtig – altijd even tevreden, omdat hij of zij vanuit zijn maatschappelijke betrokkenheid bij de problematiek in kwestie liever een andere beslissing had gezien. Kiezen betekent namelijk niet alleen dat je bepaalde dingen wel doet, maar ook dat je voor andere geen ruimte hebt. In de nota waarin onze toekomstvisie staat beschreven heeft het OM, met instemming van de minister van Justitie, juist gesteld dat het OM in de toekomst nog duidelijker moet gaan kiezen en ook `nee' zal moeten verkopen. Het dilemma zal er niet kleiner op worden naarmate de samenleving een groter en indringender beroep doet op het OM.

Slachtoffers van delicten en belanghebbenden kunnen over de keuzen van het OM hun beklag doen bij het Gerechtshof (artikel 12 Wetboek van Strafvordering). Anderen kunnen dat niet. Hun rest slechts de ingezonden brief of de opiniepagina. Zoals de heer Kat. Het is goed dat er geen gedragscode voor ingezonden-stukkenschrijvers is. Iemand moet zijn hart kunnen luchten, wat hem ook dwars zit, maar wel graag met respect voor de feiten. Niet onbelangrijk is het feit dat het OM, zoals Kat ook toegeeft, 99 procent van de zaken goed en vlekkeloos afhandelt. Merkwaardig genoeg echter mag het OM zich van Kat niet beroepen op dat feit. Hij noemt het een standaardargument dat geen hout snijdt.

De verwijten die Kat het OM maakt zijn ook nogal verschillend en tegenstrijdig. Zo constateert Kat in één en hetzelfde stuk niet alleen dat het OM in de macht van de politiek raakt, maar ook dat het OM de zaak-Bouterse heeft aangepakt ondanks de schade voor politieke verhoudingen. Had het OM bovendien deze zware verdenking van de smokkel van duizenden kilo's harddrugs moeten negeren omdat de zaak politiek niet-opportuun was? Was dan het verwijt politiek bezig te zijn niet terecht geweest?

Een andere verklaring voor de `verwording' van het OM is volgens Kat de cultuur. Kat schetst een aantal zaken waarbij officieren zijns inziens op eigen doft aan het rechercheren zijn gegaan en concludeert dat het OM verwordt tot een club die in de ban is van volgzaamheid en carrièrejagerij. Een club waarin onafhankelijke geesten niet worden geaccepteerd. Twee tegenstrijdige vaststellingen. De gemiddelde officier van justitie was en is een zelfstandig denkende magistraat, maar tegelijkertijd iemand die met beide benen in de wereld staat en in de omgeving waarin hij moet werken.

Kat signaleert een mantel der liefde, gebruikt om klachten over officieren van justitie of andere medewerkers te bedekken. Onzin. Als een klacht wordt ingediend of aangifte wordt gedaan van strafbare feiten, dan worden deze op gelijke wijze onderzocht als in andere gevallen. Er moet om tot vervolging of disciplinaire maatregelen over te gaan echter wel net zoveel feitenmateriaal op tafel komen als in andere gevallen. OM-medewerkers staan niet boven de wet, maar er ook niet `onder'.

Er zouden onvoldoende goede mensen werken en de hoofdofficieren zouden van een voorbije tijd zijn. Zijn beweringen worden onderuitgehaald door recent onderzoek. Daaruit blijkt dat de partners van het OM (burgemeesters, politie, rechtbanken) in het algemeen tevreden zijn met de manier waarop het OM functioneert. De waardering van de politie voor de manier waarop het OM zijn gezag uitoefent is (sterk) toegenomen sinds 1995.

Het stuk van Kat lezend krijg ik de indruk dat hij al een hele tijd niet heeft rondgekeken bij het OM. Misschien wel niet sinds 1970. Toegegeven – sommige van de zaken die Kat noemt behoren bepaald niet tot de hoogtepunten van het OM-optreden. Maar waar wordt gewerkt worden fouten gemaakt en ik denk niet dat er veel organisaties zijn die zo op het scherp van de snede moeten werken als het OM. De beschuldiging dat het OM boosaardig, moedwillig en verraderlijk, want malicieus, te werk gaat moet van de zijde van Kat een poging zijn de kwestie te chargeren. Je hebt geen codes of conduct nodig om dat na lezing van zijn stuk te concluderen.

Mr. D.W. Steenhuis is procureur-generaal.