Kleine vliegbeer

Kinderboeken wemelen van de Kleine Beren, maar de oer-Kleine Beer is van Maurice Sendak, getekend bij de verhalen van Else Holmelund Minarik. Deze Kleine Beer heeft niets weg van de bolle, pastelkleurige onzinberen die je zo vaak in boeken voor peuters en kleuters aantreft. Kleine Beer is een eerlijke beer. Hij lijkt op een echte, met een langwerpig lijfje, een stompe snuit en grove klauwen. Niettemin vertedert hij meer dan al zijn pseudo-soortgenoten in kinderboeken, die zo nadrukkelijk schattig bedoeld zijn.

Het eerste Kleine Beer-boek verscheen in Nederland in 1956. Er volgden er nog vier. Kleine Beer werd hier erg populair, meer nog dan in Amerika waar de van oorsprong Deense schrijfster Minarik sinds haar vierde jaar woont. Bij uitgeverij Ploegsma verscheen onlangs een in oranje linnen gebonden Kleine Beer-omnibus. Het prachtige boek verdient een ereplaats in elke (kinder)boekenkast. De avonturen van Kleine Beer zijn ideaal om voor te lezen.

Kleine Beer maakt, in de ogen van vierjarigen, een hoop enerverende dingen mee. Op zijn verjaardag kan hij zijn moeder, een ferme victoriaanse verschijning in schort, nergens vinden. Dus maakt hij zelf soep voor zijn bezoek, want taart is te moeilijk. Groentesoep. Eend, Kip en Poes vinden het heerlijk, vooral in combinatie met de taart die Mama Beer natuurlijk toch gewoon gemaakt heeft.

Mama Beer is een ideale moeder, die Kleine Beer met zachte klauw steeds het rechte pad wijst, maar hem niet hindert in zijn drieste plannen en dromen. Ze bekijkt haar zoon geamuseerd en liefdevol als hij met een zelf gefabriekt ruimtehelmpje, een doos met twee springveren erop, voor haar staat. Hij staat op het punt naar de maan te vliegen. `Vogels vliegen toch ook,' zegt Kleine Beer. `Dat is waar,'zegt Mama Beer, `vogels vliegen, maar niet naar de maan.' `Wie weet is er toch wel één vogel die wél naar de maan vliegt,'stelt Kleine Beer. `Wie weet ben jij wel een klein dik beertje, zonder vleugels en zonder veren,' zegt Mama Beer. Kleine Beer klimt in een boom, ontdekt vervolgens dat hij uitsluitend omlaag kan vliegen en vindt de maan erg lijken op thuis. Zijn moeder speelt even mee, maar stopt voordat het eng wordt. `Want je bent mijn eigen lief Klein Beertje en dat blijft je altijd.' Nostalgie en geborgenheid kenmerken zowel de tekst als de tekeningen. Papa Beer is niet bij vrouw en kind weggelopen, maar keert op een dag gewoon terug van de zee.

Maurice Sendak, vooral beroemd om zijn prentenboek Max en de Maximonsters werd voor de Kleine Beer-boeken geïnspireerd door negentiende eeuwse Engelse illustratoren als Walter Crane en Randolph Caldecott. Kleine Beer leeft in een lieflijke wereld van koerende duiven, trapnaaimachines en lampetkannen. Sendak tekende met pen en inkt, met als steunkleuren bruin en groen. Zijn arceringenwerden steeds fijner. Kleine Beer is in het eerste boekje houteriger getekend dan in het laatste. Sendaks illustraties werden steeds `voller'. Hij combineerde meer verschillende figuren en ruimde meer plaats in voor een achtergrond. Maar de eerdere plaatjes hebben in hun eenvoud meer zeggingskracht.

Ook de latere verhaaltjes zijn voller dan de eerdere. Opa vertelt over de jeugd van Mama Beer, waardoor zij ineens de hoofdpersoon wordt, of over de kabouter die eerst nog prettig onnadrukkelijk onder een stolp op zijn bureau stond. Dit soort kunstgrepen duikt wel vaker op als schrijvers hun succesnummer uitbouwen tot een reeks. Maar de mooiste verhalen gaan toch gewoon, rechttoe-rechtaan, over Kleine Beer, die net als Maurice Sendak prachtige monsters kan tekenen.

Else Holmelund Minarik: Het grote boek van Kleine Beer. Vertaald uit het Engels door Heleen Kernkamp-Biegel. Omslag en illustraties van Maurice Sendak. Ploegsma. Vanaf 4 jaar. ƒ62,90