Ik weet wat er gaande is

NEW YORK. Een telescoop is beter dan het internet. Als het begint te schemeren installeer ik me voor het raam achter mijn telescoop. In sterren ben ik niet geïnteresseerd, ook nooit geweest. Met een telescoop komen mensen dichtbij en ze blijven toch veilig op afstand. Ook maken ze geen lawaai, er is al zoveel lawaai op deze wereld.

Het was een ingeving, de aanschaf van die telescoop, zoals praktisch alles in mijn leven, maar dit was een verdomd goede ingeving.

In het begin vonden mijn huisgenoten het wel een beetje raar dat ik `s avonds achter mijn telescoop ging zitten, maar ze hebben het te druk met elkaar om veel aandacht aan mij en mijn telescoop te besteden.

Er zijn zes, zeven buren met wie ik, dankzij de telescoop, intensief contact heb. Ook volg ik een dalmatiër, een een kat met een eigenaardige staart, maar eigenlijk alleen als er geen mensen in huis zijn.

Weken van lichte vertwijfeling gingen aan de aanschaf van de telescoop vooraf. Toen die telescoop eenmaal goed en wel was geïnstalleerd voor mijn raam, was het voorbij met de vertwijfeling. De telescoop is het vangnet voor al mijn hevige begeertes.

Een van de buren die ik volg heeft zelf ook een telescoop. Soms bekijken we elkaar op hetzelfde moment en dan zwaaien we. Ik ervaar het niet als iets bedreigends dat een buurman zijn telescoop op mijn raam richt. Het is eerder een vorm van pijnloze intimiteit.

Er zijn ook avonden dat ik niet achter mijn telescoop zit, maar gewoon voor het raam ga staan en verleidelijke poses aanneem. Er zijn zes verleidelijke poses die ik helemaal beheers, en er zijn er nog twee waarop ik een beetje moet oefenen.

Ik ben een man van verleidelijke poses en daarop ben ik trots. En ik ben ook niet te beroerd die verleidelijke poses met de wereld te delen.

Ik zie alles. Welk televisieprogramma aanstaat, welk boek gelezen wordt, welke krant, de asbak, wat er op tafel komt. Overal zijn camera's. Als je geld ophaalt bij de bank, als je naar de drogisterij gaat en afrekent, bij de benzinepomp, in het koffiehuis, in de lift, en steeds meer particulieren installeren camera's om de boel in de gaten te houden.

Ik ben niet zo iemand die een beetje in zijn neus staat te peuteren als hij 200 dollar uit de automaat haalt. Als ik geld haal uit de automaat neem ik eerst een verleidelijke pose aan en dan kijk ik recht in de camera. Je moet weten dat ergens op een kantoortje een meneer voor allemaal televisieschermen zit en denkt: ,,Weer zo'n lul die geld komt halen.'' Maar zo'n lul ben ik niet. Ik weet wat er gaande is en mij krijgen ze niet.

Soms praat ik ook tegen de camera, want ze kunnen je verstaan. Ze horen alles.

Dan zeg ik bijvoorbeeld: ,,Goeienavond klootzak, ik ben een belangrijke man.'' En dan ga ik op mijn tenen staan en druk mijn gezicht tegen de camera, zodat hij elke porie van mijn huid kan zien.

Er zijn natuurlijk nog steeds mensen die beweren dat ik geen belangrijke man ben, maar zij voeren een achterhoedegevecht. Binnenkort is het met die mensen gedaan.

In het begin vonden ze in het koffiehuis wel een beetje raar dat ik tegen de camera praatte, maar nu zijn ze eraan gewend. Tenslotte laat ik ruime fooien achter en ben ik hun beste klant.

Een jongen vroeg op een ochtend, toen ik mijn cappuccino afrekende: ,,Waarom praat jij eigenlijk tegen de camera als ik vragen mag?''

Ik gaf hem zijn fooi.

,,Omdat ik weet wat er gaande is'', zei ik.

Hij wilde weggaan, maar ik hield hem tegen.

,,En omdat ik een belangrijke man ben. Onthoud dat.''

,,Ja.''

,,Wat moet je onthouden?''

,,Dat je een belangrijke man bent.''

,,Precies'', zei ik.

Soms zeg ik ook lieve dingen.

Laatst stond ik in een lift en toe zei ik: ,,Heb je eigelijk airconditioning, is het wel uit te houden, daar waar je bent?''

Als ik een ruimte binnenkom zie ik als eerste de camera.

Als in een reflex.

Op werkdagen lunch ik sinds een week om 11.40 met E. E. werkt op de 33ste verdieping. Om half acht moet E. beginnen, als ze een halve minuut later is krijgt ze haar reisgeld niet.

E. weet dat ik een belangrijke man ben.

,,Al de eerste keer dat ik je zag, wist ik het'', zegt E.

Alleen mensen die weten wat er gaande is, kunnen weten hoe belangrijk ik ben.

We doen niets met elkaar, want daar is geen tijd voor. Om een uur is de lunchpauze afgelopen en buiten de lunchpauze kunnen we elkaar niet ontmoeten. Dat is te gevaarlijk.

Soms belt E. op en zegt: ,,Ik ben alleen op kantoor, laten we vies praten.''

,,Oké'', zeg ik, en dan praten we vies.

Ik kan heel goed vies praten. Ze kunnen me midden in de nacht wakker maken en dan praat ik zo twee uur achter elkaar vies. Zonder éen seconde stilte.

Mijn huisgenoten weten niet dat ik een belangrijke man ben.

Ik laat ze maar in die waan.

Afgelopen donderdag ging ik met een van mijn huisgenoten mee naar de dokter.

De andere huisgenoot, de derde zal ik maar zeggen, was er niet, dus of ik mee kon.

Het was een ouderwetse dokter. Met uitzicht op Central Park. Er was geen camera te bekennen.

,,Wat zoek je toch?'', vroeg de receptioniste.

Mijn huisgenote werd weggeleid.

Ik wilde opstaan, maar de receptioniste zei: ,,Blijf maar zitten.''

Het duurde lang.

Mijn leven trok aan mij voorbij en de levens die ik had kunnen leiden als ik niet steeds overal was weggegaan. In wachtkamers trekt mijn leven altijd aan mij voorbij, kan ik niets aan doen.

Na anderhalf uur kwamen de dokter en de assistente naar me kijken.

Ze keken zo meewarig, dat was geen goed teken.

,,Ben jij de vriend?'', vroeg de assistent.

,,Een huisgenoot'', zei ik.

Ik moest het drie keer herhalen.

,,Gaat alles goed?'', vroeg ik.

,,Oh ja'', zei de dokter.

Toen verdwenen ze weer.

Nog een uur ging voorbij.

In hoeveel wachtkamers van vrouwenartsen had ik niet al gezeten. Ik was een expert als het ging om wachtkamers van vrouwenartsen, ik kende de bladen op tafel, de voorlichtingsbrochures, de gezichten van de vrouwen die alleen maar wat plas kwamen brengen, de gezichten van de vrouwen die meer moesten doen dan plas brengen, de vrouwen met een dikke buik en met een ingedeukte buik. De wachtkamer van de vrouwenarts was mijn natuurlijke omgeving.

Misschien werd er ambulant iets goedaardigs weggehaald, het duurde zo lang. Veel goedaardigs wordt ambulant weggehaald, dus waarom niet vandaag, en waarom niet hier?

Misschien zou de middelbare leeftijd mij sluipenderwijs en voortijdig nemen en moest ik al studeren aan de universiteit van de dood.

Ik was nu de enige in de wachtkamer. Er was niemand meer.

Het was 11.40. Ik miste mijn lunchafspraak.

,,Duurt het nog lang?'', vroeg ik aan de receptioniste.

,,Ze zijn bezig'', zei ze.

Ik nam weer plaats in de wachtkamer.

Een oude dame van de drogisterij om de hoek had mij crème tegen scheeruitslag aanbevolen. Drie keer per dag smeer ik nu crème op mijn hals. Maar alleen als niemand het ziet.

Daarna ga ik snel voor het raam staan en neem een van mijn zes verleidelijke poses aan. Zo ben ik altijd bereid te geloven dat iemand voorbij komt, naar boven zal kijken en zal denken: hé, daar staat een belangrijke man voor het raam.

En dan zal ik de voorbijganger wenken, dat hij binnen moet komen, zodat ik hem kan vertellen wat er gaande is.

,,Het duurt nog even'', kwam de receptioniste zeggen, ,,ze rust nu uit.''

Waarvan in godsnaam, wilde ik vragen.

Maar het verlangen naar de pijnloze intimiteit van mijn telescoop was nog groter.