Handelsreiziger in dubbele bodems

Randy Newman blijft dezelfde, en hij blijft goed.

Tot ons spreekt een popster in verval. `Dertig jaar sta ik al op het podium', verzucht hij; `en ik hoor de mensen zeggen, waarom krastie niet op?' Altijd heeft hij gedacht dat hij de eer aan zichzelf zou houden, maar nu het moment daar is, kan hij moed niet opbrengen. Ook al beseft hij dat hij geen schim van zijn vroegere zelf meer is: `Everything I write all sounds the same/ Each record that I'm making/ Is like a record that I've made/ Just not as good'.

Let op: de man die dit op zijn nieuwe cd Bad Love zingt is Randy Newman, de 55-jarige singer-songwriter die berucht is om zijn ironie. Natuurlijk meent hij het allemaal niet; net zo min als hij serieus was toen hij in de jaren zeventig voorstelde om de wereld mores te leren met een atoombom, of toen hij in de jaren tachtig de lof zong van de Reagan-revolutie. Maar toch: wie oppervlakkig luistert naar het liedje over de verlopen popster, hapt naar adem. De melodie van `I'm Dead (But I Don't Know It)' is zo ongeïnspireerd, de elektrische gitaar op de achtergrond is zo clichématig en de achtergrondkoortjes zijn zo bête, dat je even denkt dat Newman écht op zijn retour is. Het zijn de andere elf songs op Bad Love, zeven heel goede en vier briljante, die duidelijk maken dat hij de luisteraar in de maling neemt.

Randy Newman is een handelsreiziger in dubbele bodems. Toen hij in 1977 heel goedbedoelend Amerika over zich heen kreeg omdat hij in `Short People' had gezongen dat kleine mensen geen bestaansrecht hadden, suste hij zijn critici door in een tv-show te zeggen dat hij nooit zou discrimineren omdat hij zelf altijd met zijn geringe postuur gepest was; om aan het eind van het programma op te staan en in zijn volle lengte (1 meter 90) van het toneel te lopen. Toen hij vijf jaar later geprezen werd om zijn `messcherpe satire op de leeghoofdigheid van Los Angeles' in `I Love L.A.', legde hij in ieder interview uit hoe zeer die tekst gemeend was en hoe hartstochtelijk hij van zijn woonplaats hield.

Ook op Bad Love, Newmans eerste reguliere studio-album sinds elf (!) jaar, wisselen de maskers elkaar in een hoog tempo af. In de ingehouden swingende New-Orleansblues `Shame' probeert een vieze oude rijkaard een schoonheid uit een arme buurt zijn bed in te kopen. In de subtiele country & westernparodie `Big Hat, No Cattle' vertelt de ik-figuur trots over alle leugens waar hij al een leven lang lol van heeft. En in `Miss You', dat inzet als een gevoelig lied over zijn ex-vrouw, blijkt de zanger al die weemoedige herinneringen alleen maar op te roepen omdat hij verlegen zit om stof voor een nieuw lied: `I'd sell my soul and your souls for a song/ So I'll pour my heart out.'

Draak

`Miss You' is een van de nummers op Bad Love waarin Newman de draak steekt met het autobiografische lied, een genre dat populair is bij veel van zijn collega singer-songwriters. Toen hij elf jaar geleden zijn cd Land Of Dreams begon met een trilogie over een joodse jeugd in New Orleans en Los Angeles, werd hij door veel Amerikaanse critici geprezen omdat hij `na jaren van cynisme en maatschappijkritiek eindelijk iets van zichzelf liet zien'. Wat een goedgelovigheid. Zoals Newman later (ook) in deze krant zou bekennen, ging het om niet meer dan `imitatie-autobiografie'; zelfs het geboortejaar waarover de ik-figuur zong, was aangepast omdat het anders niet meer zou rijmen met het laatste woord van de volgende regel.

En zo schrijft Newman verder aan zijn persoonlijke mockumentary. Hij heeft zijn kinderen met de tv opgevoed, zingt hij in `My Country'; net zoals zijn vader hem en zijn broertje hele avonden voor de tv parkeerde. (Maar hij brengt het er beter vanaf, want het beeld is groter en breder geworden.) Hij waarschuwt zijn mannelijke luisteraars in `The One You Love' om niet als oude knarren te vallen voor jonge meisjes. (Maar zelf is hij daar naar eigen zeggen erg gelukkig van geworden.) En hij onderstreept, in een onweerstaanbaar arrogant jazznummer, hoe bescheiden hij is.

De teksten van Newman zijn van ouderwets niveau – het doet hem kennelijk goed om geen soundtracks te hoeven schrijven over animatiefiguren die de beste vriendjes zijn (Toy Story, James and the Giant Peach). Nog steeds is hij een van de weinige serieuze popartiesten die je in de lach kunnen laten schieten. Niet alleen bij een wrang lied over de uitroeiing van de indianen door verafgode ontdekkingsreizigers (`So he had them torn apart by dogs on religious grounds they say/ The great nations of Europe were quite holy in their way'), maar ook bij een gedroomd gesprek met Karl Marx over de toestand in de wereld: `Wees maar blij dat je dood bent/ Net zoals ik blij ben dat ik in het Land van de Vrijheid woon/ Waar de rijken rijker worden/ En je de armen nooit hoeft te zien.'

Toch is Bad Love in de eerste plaats een triomf voor de componist Randy Newman. Zelf noemt hij zijn muziek rock `n' roll, maar dat is ongetwijfeld ironische bescheidenheid: de invloeden van ragtime, jazz, blues en musical zijn metterjaren overheersend geworden. Door zijn broeierige stem en zijn vermogen om warme melodieën-met-een-tik te schrijven, behoort Newman tot de vreemde eenden in de bijt die de popmuziek voor bevriezing behoeden.

En ja: alles wat hij schrijft klinkt hetzelfde, en iedere plaat die hij maakt lijkt op een plaat die hij eerder heeft gemaakt. Only just as good.

Randy Newman: Bad Love. (SKG Music L.L.C. 450 115-2 DRD 50115).