Geweld tegen de Serviërs neemt toe

In Kosovo stijgt het niveau van het geweld van Albanezen tegen Serviërs, ondanks oproepen van Westerse leiders tot verzoening tussen beide groepen. Internationale onderzoekers toonden zich gisteren ,,geschokt'' over de omvang van de wreedheden die tijdens de oorlog door de Serviërs tegen de Albanezen zijn aangericht.

NAVO-chef Javier Solana, die gisteren met opperbevelhebber Wesley Clark en NAVO-woordvoerder Jamie Shea als een held in Priština werd ontvangen, deed een beroep op de Albanezen af te zien van wraakacties tegen de Serviërs: ,,Ik vraag niemand te vergeten. Ik vraag u te vergeven, en naar de toekomst te kijken, in plaats van naar het verleden.''

Maar naarmate meer Kosovo-Albanese vluchtelingen terugkeren – 250.000 tot nu toe – en constateren dat hun woningen zijn verwoest, hun bronnen zijn vergiftigd, hun velden vol mijnen liggen en familieden zijn vermoord, blijken zulke oproepen aan dovemansoren gericht. Op het moment waarop Solana sprak, plunderden gisteren vierhonderd meter verderop Albanezen winkels van Serviërs.

Gisterochtend werden in Priština drie vermoorde Serviërs gevonden. Volgens de Servisch-orthodoxe kerk zijn sinds 12 juni, toen Belgrado zijn troepen uit Kosovo terugtrok, vijftig Serviërs vermoord en 140 ontvoerd.

De acties vormen de wraak van de Albanezen voor het schrikbewind dat de Serviërs vanaf eind maart, toen de NAVO-aanvallen begonnen, hebben gevoerd. De VN-deskundigen die in Kosovo zoeken naar massagraven zeiden gisteren ,,geschokt'' te zijn door de omvang van de begane wreedheden en ,,het belangrijke aantal'' massagraven. ,,Er zijn letterlijk honderden dorpen waar zware verwoestingen zijn aangericht. Het is schokkend, zelfs voor de meest ervaren onderzoekers onder ons'', zei gisteren in Priština de woordvoerder van de hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Alleen al in de sector die onder bevel staat van Duitse troepen van de vredesmacht KFOR zijn tot nu toe 39 massagraven gevonden.

De Amerikaanse regering heeft gisteren vijf miljoen dollar uitgeloofd voor informatie, die leidt tot de aanhouding van de Joegoslavische president Slobodan Miloševic. Dat meldde gisteren in Priština de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, James Rubin. Miloševic is met enkele andere Servische en Joegoslavische leiders door het in Den Haag gevestigde VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië in staat van beschuldiging gesteld en wordt nu internationaal gezocht.

Volgens Rubin blijft het aanbod van de beloning bestaan tot Miloševic voor het tribunaal in Den Haag verschijnt. Het bedrag dat voor de informatie zal worden betaald kan variëren, al naar gelang het nut van de inlichtingen.

Het Joegoslavische parlement besloot gisteren met ingang van morgen de staat van oorlog op te heffen. Die werd afgekondigd na het begin van de NAVO-luchtacties. Het parlement stemde in met de opheffing van meer dan dertig decreten die op grond van de staat van oorlog zijn afgekondigd; ze hebben onder meer betrekking op restricties van de pers- en demonstratievrijheid. Het parlement buigt zich nu over maatregelen die er volgens waarnemers op zijn gericht de bevoegdheden die de regering in Belgrado onder de staat van oorlog bezat ook na de opheffing van de staat van oorlog in een andere vorm te handhaven. Het gaat daarbij vooral om bevoegdheden op economisch gebied.

Joegoslavische legerreservisten hebben gisteren voor de tweede opeenvolgende dag in vele delen van Servië het verkeer in de war gestuurd door strategische wegen en bruggen te blokkeren, vaak met pantserwagens van het leger. Ze protesteren tegen het feit dat ze niet zijn betaald voor hun inzet tijdens de oorlog. De acties leidden tot grote chaos op de doorgaande wegen in Joegoslavië. (Reuters, AP, AFP)