Gedenkwaardige combinatie van jazz en klassiek

Een klassieke hoboïst die een prima blues-solo speelt en een dirigent die op piano een big band begeleidt, dat hoor je niet elke dag. En ook zie je het niet vaak gebeuren dat de leden van een symfonie-orkest de koffie uitstellen om genesteld tussen het publiek aamdachtig te luisteren naar een ander orkest. Het Concertgebouw in Amsterdam beleefde gisteren derhalve een gedenkwaardige avond.

Het arrangement dat Duke Ellington en zijn alter ego Billy Strayhorn in '60 maakten van de Peer Gynt Suite van Edvard Grieg werd met verve tot leven gebracht door het Lincoln Center Jazz Orchestra o.l.v. Wynton Marsalis. Met name de stevig aangepakte delen In de grot van de bergkoning en Anitra's dans plus het plechtige, door een New Orleans `drum-roll' gedragen Ase's dood, kregen terecht een stevig applaus. Dat de trompettisten in dit laatste stuk hun dempers ritmisch naar hun hart bewogen was een aardige reactie op de twee klarinettisten van het Concertgebouw Orkest die al spelend van links en rechts bewogen net als in een ouderwetse showfilm.

Dat laatste gebeurde in The River, een stuk dat Ellington in '70 schreef voor een choreografie van Alvin Ailey. Het stuk verscheen tijdens Duke's leven nooit op de plaat, dat gebeurde pas in '88 in de serie `The Private Collection'. Een symfonische versie werd vastgelegd door het Warschau Symfonie Orkest en vervolgens door het Louisville Symphony Orchestra dat geleid werd door Leonard Slatkin. Diezelfde stond gisteren voor het Amsterdamse orkest dat aan dit stuk een makkie had, van The Spring naar The Lake tot het hymne-achtige The Village of the Virgins. Zo volks en machtig als dit laatste stuk gisteren klonk kan het zo op de klassieke top-tien.

Ook de integratie van de beide orkesten in het deel na de pauzeleverde goede resultaten op, al overtuigde het slotstuk Tone Parallel to Harlem minder dan het korte en bruisende stuk ervoor, het passend getitelde Happy-Go-Lucky Local, zeg maar de Amsterdamse tramlijn 14. De toegiften werden oneerlijk verdeeld, met Wynton Marsalis in de hoofdrol in Mood Indigoen Slatkin als dienaar in C-Jam Blues, maar gezien de subdidie-verdeling mag zo'n omdraaiing wel een keer. En dat Slatkin Marsalis ging vermoorden om zijn manipulatie, zoals hij op weg naar de kleedkamer zei, was natuurlijk pure scherts.

Het zou trouwens ook dodelijk zijn voor het Lincoln Center Jazz Orchestra dat ook woensdag met alleen Marsalis als leider heel alert voor de dag was gekomen. Het repertoire bestond uit een twintigtal merendeels klassieke Ellington stukken, waarvan een groot deel in niet minder vitale versies terug te vinden is op de net verschenen cd Live in Swing City. Dat het platenlabel Columbia in dezelfde worp een cd uitbrengt waarop Marsalis met zijn septet uitsluitend muziek speelt van Thelonious Monk onderstreept een inmiddels gevleugelde uitspraak: de toekomst van de jazz ligt in het verleden.

Dat Marsalis met Ellington drie keer een bijna uitverkocht en enthousiast Concertgebouw trok zegt veel, dat zijn orkestleden elke avond een ander bandkostuum droegen voor jazzkenners misschien nog meer. Men denke aan de anekdote die Miles Davis noteerde in zijn autobiografie; dat hij een avond niet spelen kon omdat de geniale saxofonist Charlie Parker ongevraagd zijn enige pak had geleend omdat diens ook al enige pak naar de lommerd was verhuisd. Dat Slatkin gisteren gewoon een pinguin-pak droeg vertelt ook iets: wie vanouds in de goede hoek zit hoeft niet te doen aan wat Veblen de socioloog ooit eens 'conspicious consumption' noemde.

Concert: Lincoln Center Jazz Orchestra o.l.v. Wynton Marsalis en Koninklijk Concertgebouw Orkest o.l.v. Leonard Slatkin. Programma: muziek van Ellington en Grieg. Gehoord: 23 en 24/6 Concertgebouw, Amsterdam