Eis jaar cel tegen ex-CID'er

Officier van justitie L. de Jonge heeft gisteren voor de Rotterdamse rechtbank één jaar gevangenisstraf geeist tegen voormalig rechercheur Richard L. van de Criminele Inlichtingendienst (CID). Volgens het openbaar ministerie heeft L. geheime CID-informatie gestolen en doorverkocht aan criminelen.

In februari 1996 werd L. bij een door de politie georganiseerde `verkoop' opgepakt in een shoarmazaak, toen hij enkele diskettes met vertrouwelijke informatie overhandigde aan Kenneth A., een bekende uit het Rotterdamse drugsmilieu.

Op de eerste zittingsdag verklaarde L. dat de informatie die hij had doorgespeeld `fake' of gedateerd was. L. `runde' in opdracht van de Haarlemse CID-rechercheurs Van Vondel en Langendoen een belangrijke informant in het zogenaamde Bever-onderzoek, een Rotterdamse zijtak van het Delta-onderzoek dat in 1992 leidde tot de IRT-affaire. Net als in het Delta-onderzoek werden in operatie-Bever vele duizenden kilo's softdrugs doorgelaten. Het onderzoek werd daarom in 1995 stopgezet.

De ambitieuze rechercheur L., kon dit niet verkroppen en besloot het onderzoek op eigen houtje voort te zetten, zo verklaarde hij eerder deze week. Het lekken van de informatie zou uitsluitend het doel hebben gehad door te dringen in de criminele top van de Bever-bende. Officier van justitie De Jonge hechtte weinig geloof aan deze verklaring, zo bleek uit haar requisitoir. L. kreeg 14.000 gulden voor de doorgespeelde informatie en dat kwam de in financiële moeilijkheden verkerende rechercheur goed uit, zo constateerde ze.

Het spreekt evenmin in het voordeel van de inmiddels ontslagen L. dat hij eerder dit jaar werd veroordeeld tot anderhalf jaar cel wegens het vervalsen van paspoorten en rijbewijzen. Volgens een psychiatrisch rapport was L. tijdens zijn handelen verminderd toerekeningsvatbaar. L. leidt aan narcistische persoonlijkheidsstoornissen, is vatbaar voor spanningen en kan moeilijk met teleurstellingen omgaan, zo stelt het rapport.

In zijn pleidooi schetste raadsman Van Eijck vandaag het beeld van een ,,geobsedeerde politieman'' die de realiteit uit het oog had verloren. Door reorganisaties was er onvoldoende leiding bij de CID in Rotterdam, zo constateerde hij. Hierdoor werd het ,,obsessieve gedrag'' van L. in het Bever-onderzoek ,,niet gecorrigeerd''.