Een lichtbaken van kennis

Waar in de Oudheid de koninklijke paleizen van Alexandrië stonden, nadert een van de grootste bibliotheken ter wereld zijn voltooiing. Het ultra-moderne complex van 8,5 hectare moet de legendarische antieke Bibliotheca naar de kroon steken. Maar hoe bouw je een collectie van acht miljoen boeken op?

Een half miljoen boekrollen bezat de antieke bibliotheek van Alexandrië in haar hoogtijdagen. Generaties van inventieve beheerders en kapitaalkrachtige koningen hadden ervoor gezorgd dat de roem van dit `baken van wetenschap en literatuur' tweeduizend jaar geleden even groot was als die van de vuurtoren aan het havenhoofd. Vooral de opbouw van de collectie sprak tot de verbeelding. Zo betaalde koning Ptolemaeus III (246-222 vC) een klein fortuin voor het recht om de in Athene bewaarde tragedies van Aeschylus, Sophocles en Euripides af te schrijven – waarna hij alleen de kopieën teruggaf. Zijn voorganger dwong volgens de overlevering ten behoeve van de bibliotheek 72 joodse geleerden tot de eerste Griekse vertaling van het Oude Testament: de Septuagint. En honderden jaren lang werd ieder schip dat Alexandrië aandeed op koninklijk bevel doorzocht op boeken, die vervolgens werden geconfisqueerd of in de werkplaatsen van de bibliotheek gekopieerd.

Alles aan de Bibliotheca was groter dan groot. Geen wonder dat ook de vernietiging ervan tot de verbeelding sprak. Het bekendste verhaal is dat van Julius Caesar, die in 48 voor Christus een deel van zijn oorlogsvloot in de haven van Alexandrië in brand stak om die uit handen van zijn Egyptische vijanden te houden; de vlammen zouden zijn overgeslagen op de boekendepots van de bibliotheek. Het mooiste verhaal speelt zevenhonderd jaar later, ten tijde van de Arabische verovering van Egypte door Amr ibn al-As. Toen hij zijn superieur, kalief Omar I, vroeg wat hij moest doen met de (kennelijk nog steeds grote) collectie, antwoordde die: `Of deze boeken zeggen hetzelfde als de Koran en hoeven niet bewaard te blijven omdat ze overbodig zijn; óf ze zeggen niet hetzelfde en dan moeten ze vernietigd worden.' Waarna volgens de legende de ovens van Alexandrië nog zes maanden gestookt konden worden met perkament en papyrus.

Het handelen van Amr en Omar werd in de christelijke traditie een van de symbolen van islamitische cultuurbarbarij. Maar de waarheid is dat er van de bibliotheek AD 642 weinig meer restte; het complex, dat onderdeel uitmaakte van een groter wetenschappelijk centrum (het Mouseion of de `Tempel der Muzen'), was waarschijnlijk al in de vierde eeuw door een woedende menigte tot de grond toe afgebrand – op instigatie van een Griekse patriarch, die zich ergerde aan die enorme verzameling heidense geschriften.

Zoals de ondergang van de Bibliotheca niet geboekstaafd is, zo weten we ook niet waar ze precies stond en hoe ze eruit zag. Het heeft de Egyptische autoriteiten en de UNESCO gelukkig niet weerhouden van een ambitieus plan tot wederopbouw van het legendarische complex. Aan de Alexandrijnse Corniche, de halvemaanvormige boulevard langs de oostelijke haven, is de afgelopen zes jaar een moderne bibliotheek verrezen die met een vloeroppervlak van 85 duizend vierkante meter tot de tien grootste ter wereld behoort. De bouw, die al 400 miljoen gulden heeft gekost, heeft enige vertraging opgelopen door de bijna-orkanen en regenstormen die de zee tegenover de miljoenenstad in de winter teisteren; en van de beoogde acht miljoen boeken die de elf verdiepingen moeten vullen, is pas vijf procent verzameld. Maar volgend jaar zal de nieuwe Bibliotheca Alexandrina zijn deuren openen – `als een opgaande zon aan het begin van het nieuwe millennium', zoals de initiatiefnemers het beeldend uitdrukken.

Het beeld van de opgaande zon, dat ook het logo van de nieuwe bibliotheek siert, is niet toevallig gekozen. Wie vanaf een willekeurig punt aan de Corniche naar de Bibliotheca kijkt, ziet temidden van de Alexandrijnse heiigheid inderdaad een rijzende (of ondergaande) zon. Het jonge Noorse architectenbureau Snohetta, dat in 1990 een ontwerpprijsvraag met 500 inzenders won, gaf het hoofdgebouw de vorm van een cirkel en liet het oplopen van vijf meter beneden zee- en straatniveau tot een hoogte van bijna dertig meter. Lijkt dit met glas en aluminium beklede gevaarte op zichzelf al op een zon die half in zee steekt, dat effect wordt nog verdubbeld door het bolvormige planetarium dat er voor is neergezet. Al schijnen de architecten eerder `de baan van de maan om de aarde' voor ogen te hebben gehad.

Dat net als in de Oudheid ook aan de nieuwe bibliotheek alles groter dan groot is, blijkt tijdens een rondleiding over het bouwterrein, waar tussen de hijskranen 24 uur per dag in ploegendienst wordt gewerkt aan de afwerking van de buitenkant. ``Waar we nu lopen, ligt over een jaar een spiegelvijver van honderden vierkante meters die driekwart van de bibliotheek zal omgeven,'' zegt uitvoerend architect Alaa al-Kot trots, nadat hij uitgebreid is ingegaan op hoogte, oppervlakte en omtrek (vijfhonderd meter) van het gebouw zelf. ``De afdakjes die we op dit moment op het betonnen staketsel leggen, zijn van isolerende platen van tweelaags-aluminium; elke verdieping krijgt indirect daglicht door een lichtspleet in het afdak. Meer dan tien kleinere leeszalen en instituten zullen naast de hoofdbibliotheek op de verschillende verdiepingen te vinden zijn: van een blinden- en een jongerenbibliotheek tot een informaticaschool en aparte musea voor wetenschap, calligrafie en archeologie.''

En dat is alleen nog de bouwactiviteit boven de grond. Al-Kot vertelt dat een Italiaans-Egyptisch aannemersconglomeraat anderhalf jaar heeft gewerkt aan het leggen van de fundering en het construeren van een veertig meter hoge ondergrondse muur die de bibliotheek moet vrijwaren van binnensijpelend zeewater. Met een dikte van twee meter en een doorsnee van honderzestig meter is het volgens al-Kot de grootste cirkelvormige `diaphragm wall' ter wereld; meer dan 600 pijlers moesten geheid worden om deze variant op de Afsluitdijk te dragen.

Bijna even imposant (en heel wat zichtbaarder) is de gebogen zuidmuur van de Bibliotheca, gericht naar de binnenstad van Alexandrië. Met de verplichte helm op mogen we even kijken hoe met behulp van een bovenmodel bouwlift grote platen van grijs Aswan-graniet tegen het dertig meter hoge beton aan worden gezet. Op de platen staan lettertekens die we niet meteen thuis kunnen brengen.Geen schande, zegt al-Kot. ``Op deze muur komen de alfabetten van alle talen op aarde, plus alle bijzondere tekens die mensen waar ook ter wereld gebruiken om te communiceren. Allemaal heel symbolisch gebeiteld in onverwoestbaar graniet.''

Edison-hondje

De nieuwe bibliotheek is gebouwd op een voormalig braakliggend terrein dat in het verleden onder meer is gebruikt als kamp voor Ottomaanse, Egyptische en Britse garnizoenen en als de plaats waar de nabijgelegen universiteit in grote tenten examens afnam. In de hellenistische tijd, toen Alexandrië met 700.000 inwoners de grootste metropool van de antieke wereld was, lagen hier de paleizen van de Ptolemaeïsche koningen. Geen wonder dat de constructie van de Bibliotheca in 1993 enige tijd moest worden stilgelegd voor een noodopgraving in de bouwput. Een team van Franse archeologen vond niet alleen de fundamenten van een groot complex uit de derde eeuw voor Christus, maar ook aardewerk, portretbustes en een aantal gave mozaïeken. De mooiste daarvan is een ronde afbeelding van een zwart-witte vuilnisbakkenhond naast een omgevallen vaas die opvallend veel weg heeft van het embleem van het platenlabel His Master's Voice. Het Edison-hondje is inmiddels sprankelend gerestaureerd en zal het topstuk worden van het archeologisch museum dat in de bibliotheek gevestigd wordt.

Kosten noch moeite worden bij de herbouw van de Bibliotheca Alexandrina gespaard. Het leeuwendeel daarvan komt voor rekening van de Egyptische regering en een aantal Arabische (olie-)landen, die in de bibliotheek een toekomstig pan-Arabisch centrum voor wetenschap en cultuur zien. De steun van UNESCO, dat in de jaren tachtig een haalbaarheidsonderzoek financierde, bestaat nauwelijks meer uit geld, maar is wel belangrijk bij het werven van fondsen voor de inrichting van de bibliotheek. Op de lijst van `Contributions Received', die aan iedere bezoeker van de bouwput wordt uitgedeeld, staat een veertigtal landen, waarvan de meeste geld of boeken doneerden. Maar er zijn ook originelere giften: Bulgarije leverde klassieke partituren, Finland traint de bibliothecarissen, Frankrijk zorgt voor ontwerp en implementatie van een bibliothecair systeem voor de 600 computers die op de leeszalen komen, Italië rust een restauratie- en conserveringsatelier uit, Japan fourneert audiovisuele apparatuur ter waarde van bijna een miljoen, en Mexico stelde 53 cd-roms ter beschikking (met de tekst van 100.000 boeken).

``Iedereen is aangeraakt door het licht uit Alexandrië'', zegt projectmanager Mohsen Zahran met een verwijzing naar de vuurtoren waar zijn stad vroeger beroemd om was. ``Eerder deze maand kregen we 120 oude miniatuurboekjes uit Rusland; Spanje heeft kopieën toegezegd van alle Arabische manuscripten uit het Escoriaal; en ter gelegenheid van de tweehonderste verjaardag van de ontdekking van de Steen van Rosetta, hier niet zo ver vandaan, schenkt het Brits Museum een kopie aan de Bibliotheca. De wil om te geven is groot, want de bronnen van de Egyptische beschaving zijn die van de Europese beschaving.''

Niet ieder land loopt over van enthousiasme. Prof. Dr. Zahran, een gemoedelijke maar vasthoudende zestiger die al sinds de jaren tachtig leiding geeft aan de General Organisation of the Alexandria Library (GOAL), wrijft zijn gesprekspartner onder de neus dat Nederland vooralsnog niets heeft bijgedragen. Met niet geheel gespeelde verontwaardiging ziet hij daarin boze ironie: ``Nederland is een van de grootste handelspartners van Egypte, en als ik me niet vergis heeft Philips contracten voor de levering van wetenschappelijke apparatuur en de installatie van het veiligheidssysteem. Maar het zou een tweerichtingsverkeer moeten zijn. Holland moet zich realiseren dat de wij afhankelijk zijn van donaties, en dat de Bibliotheca even goed van de rest van de wereld als van de Egyptenaren is.''

Miljoen

Fondsen werven is een belangrijk onderdeel van Zahrans dagindeling – ook tijdens ons gesprek wordt hij weggeroepen voor een telefoontje met een ver buitenland – maar als projectmanager van de GOAL is de part-time hoogleraar archeologie ook verantwoordelijk voor het vullen van de boekenkasten. Om te verhinderen dat de Bibliotheca bij oplevering wél een hightech-gebouw vol computers maar geen noemenswaardige boekenverzameling heeft, is voorzien in een jaarlijks aankoopbudget van 5 miljoen dollar. Daarbij is het principe om geen originele manuscripten of bibliofiele boeken aan te schaffen. ``Het is niet onze bedoeling om boeken van een miljoen te hebben. Wat voorop staat is de toegankelijkheid van kennis. Net als onze antieke voorgangers zijn we tevreden met kopieën.''

Sinds 1993 stropen de medewerkers van Zahran beurzen en boekhandels af, waarbij ze zich concentreren op studies over Alexandrië, Egypte, het Midden-Oosten en het Middellandsezeegebied. Deze specialisatie onderscheidt de moderne bibliotheek van de hellenistische, die juist beroemd was door haar universele karakter (heel revolutionair voor de o zo regionalistisch ingestelde oudheid). Maar Zahran haast zich te zeggen dat de Bibliotheca op het gebied van wetenschap en technologie ten minste zo universeel is. ``Wie een lichtbaken van kennis wil zijn, moet zichzelf niet te veel beperken,'' zegt hij. In het naast de Bibliotheek gelegen congrescentrum liggen inmiddels 350.000 boeken, voor een deel afkomstig van de universiteit van Alexandrië, onder militaire bewaking te wachten op de grote verhuizing.

Op de vraag of de aankopers van Bibliotheca geen hinder ondervinden van de religieuze en gouvermentele censuur waaraan Egypte onderworpen is, antwoordt Zahran dat de Bibliotheca autonoom is. ``We hebben een eigen selectiecommissie die bepaalt wat nuttig is voor onze bibliotheek – het zijn de wetenschappers zelf die het voor het zeggen hebben. Er is geen zwarte lijst van verboden boeken, zoals door sommige criticasters wordt gesuggereerd.'' Een ander veelgehoord kritiekpunt – had het geld van dit miljoenenproject niet beter besteed kunnen worden aan de strijd tegen het analfabetisme (alleen al in Egypte 55 procent) – wordt door Zahran als kleinzielig afgedaan. ,,Een openbare bibliotheek als deze, in de op een na grootste stad van Egypte, is bij uitstek een steun in de rug voor de alfabetiseringscampagnes.''

Natuurlijk, zo geeft Zahran toe, is de openbaarheid van de nauw met de universiteit verbonden Bibliotheca maar betrekkelijk. ``We hebben een speciale commissie ingesteld die zich buigt over gebruikersstrategieën; geen enkele wetenschapper zou toch willen dat hij bij zijn werk gestoord wordt door de man in de straat die naast hem zit te ritselen met een krant. Maar gelukkig zijn er zalen genoeg voor iedereen.'' Wat niet wegneemt dat de Alexandrijnse bibliotheek vóór alles een centre of excellence moet worden, net als in de antieke oudheid, toen geleerden als Euclides en Archimedes er baanbrekend werk verrichtten.

Tot slot vraag ik Dr. Zahran of er één boek is dat in de startcollectie van de Bibliotheca ontbreekt, en dat hij dolgraag zou willen hebben. Van zijn verre voorganger Demetrios van Phaleron, projectmanager van de eerste Ptolemaeïsche bibliotheek, is bekend dat hij kosten nog moeite heeft gespaard om de werkbibliotheek van de filosoof Aristoteles in handen te krijgen. Zahran denkt even na, onderstreept nogmaals dat het hem niet te doen is om zeldzame of kostbare werken, en formuleert dan toch een wens. ,,Zoals u weet is de inhoud van de Grieks-Romeinse bibliotheek verloren gegaan. Maar in Wenen schijnt nog één originele papyrus uit de antieke collectie bewaard te worden. Die zou natuurlijk in Alexandrië niet misstaan – al was het maar in kopie.''