EC uit kritiek op controle vetsector

De overheidscontrole op de vetsector in Nederland schiet tekort. De herkomst van vetten is niet altijd traceerbaar, de administratie van de bedrijven klopt niet en monsters van verwerkte partrijen vet zijn niet altijd beschikbaar. Dat staat in een nog vertrouwelijk, voorlopig rapport dat inspecteurs van de Europese Commissie hebben geschreven na een inspectie van de vetsector afgelopen weken.

De inspecteurs bezochten vetverwerkers in Nederland na het begin van de dioxinecrisis in België. Volgens de inspecteurs blijkt dat in Nederland, net als in België, de overheid in gebreke is gebleven bij het controleren van smelterijen, verwerkers en veredelaars van vetten. In het rapport wordt een voorbeeld gegeven. De controleurs constateerden dat vrachtpapieren niet altijd juist zijn ingevuld. Zo werd een lading technisch vet, afvalvet van mindere kwaliteit, aangetroffen terwijl op de begeleidende documenten stond dat het om (hoogwaardiger) dierlijk vet ging.

Het inspectierapport zou aanstaande dinsdag zijn besproken in het Permanent Veterinair Comité (PVC) in Brussel. Nederland protesteerde daartegen en kreeg tien dagen de tijd om commentaar te geven. In Nederland bestaat kritiek op de werkwijze van de inspecteurs en wordt nu aan een antwoord gewerkt.

Minister Pronk (VROM) laat de inspectie Milieuhygiëne onderzoek doen naar het vermengen van risicovolle afvalstoffen in dierlijke en plantaardige vetten. De vetten worden gebruikt als grondstof in veevoeders.

Volgens het ministerie zijn er aanwijzingen dat vetverwerkende bedrijven afvalstoffen, door ze te mengen in vet, verdund hebben zodat hun concentratie onder de wettelijke norm blijft. De maatregel komt na de dioxineaffaire en een onderhoud van Pronk met leden van de Tweede Kamer. In tegenstelling tot de handel in gevaarlijk afval kent de vetsector geen mengverbod.