Zorgen OESO over parttime werken

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) maakt zich zorgen over de kwaliteit van deeltijdwerk, al blijft zij positief over de bijdrage ervan aan de werkgelegenheid. Dit staat in de jaarlijkse `Employment Outlook' van de club van industrielanden, die vandaag is gepubliceerd.

Deeltijdwerkers verdienen per uur aanzienlijk minder dan collega's met een volledige baan. Het uurloon voor deeltijdwerk bedraagt tussen de 50 en 90 procent van het fulltime salaris. Hoe minder uren iemand werkt des te groter is de kloof. De verschillen zijn voor vrouwen groter dan voor mannen.

Deeltijdbanen zijn vaker van tijdelijke aard, en deeltijdwerkers krijgen relatief minder training van hun werkgevers. Dat verkleint de carrièrekansen van mensen die parttime werken. Opvallend is dat deeltijdwerken in Nederland meestal een vrijwillige keuze is, terwijl in de overige OESO-landen de meeste parttime-werkers graag een voltijdsbaan willen. Nederland is van de 29 OESO-leden nog steeds het land waar het meest in deeltijd wordt gewerkt.

In Nederland werd vorig jaar 30 procent van het werk gedaan door deeltijdwerkers. De groei van de Nederlandse werkgelegenheid bedroeg vorig jaar 2,9 procent, tegen 3,4 procent in 1997. Voor dit jaar verwacht de OESO 1,7 procent groei. De groei van de werkgelegenheid voor de hele OESO zal rond de 0,9 procent liggen. Het Nederlandse werkloosheidspercentage lag vorig jaar met 4,2 procent lager dan het OESO-gemiddelde van 7,1 procent en het EU-gemiddelde van 10,5 procent.

De wereldeconomie laat volgens de OESO nog een gemengd beeld zien. De Braziliaanse crisis heeft alleen gevolgen voor het Zuid-Amerikaanse continent en de Aziatische economie trekt bij. Japan is nog altijd niet op de weg omhoog, al is het dieptepunt van de crisis volgens de OESO nu wel bereikt. Over de sterke groei van de Amerikaanse economie is de OESO positief. De OESO zet vooral vraagtekens bij de economische ontwikkeling van Duitsland en Italië.