Wetenschappelijk onderzoek in gevaar

Het Nederlandse wetenschappelijk onderzoek dreigt vast te lopen door onvoldoende geld, beknotting van inventiviteit en een overmaat aan bureaucratie. Voor jonge wetenschappers is er weinig loopbaanperspectief.

Deze waarschuwende woorden schrijft minister Hermans (Wetenschappen) vandaag in een nota aan de Tweede Kamer onder de titel `Wie oogsten wil moet zaaien'. Daarin zijn de plannen van het kabinet voor het wetenschapsbeleid in de komende vier jaar vervat.

Volgens Hermans speelt het huidige onderzoeksbestel te weinig in op nieuwe ontwikkelingen. Verstarring in de toewijzing van budgetten en een overdaad aan bureaucratie leiden ertoe dat onderzoekers onvoldoende creatieve ruimte hebben, aldus de minister, die in zijn nota de noodklok luidt over de wetenschapsbeoefening.

Ook blijkt het volgens Hermans bij gebrek aan carrièreperspectief moeilijk om jong talent te laten doorstromen. Om alsnog een uitdagend onderzoeksklimaat te creëren, moeten de instellingen autonomer opereren en moet het langetermijngericht vernieuwend onderzoek meer armslag krijgen.

De overheidsuitgaven voor wetenschappelijk onderzoek dalen al jaren, uitgedrukt in percentages van het bruto binnenlands product. Als gevolg van de in het regeerakkoord afgesproken bezuinigingen zal dat de komende vijf jaar niet anders zijn. Onderzoekers zijn hierdoor naar extra inkomsten gaan zoeken. Tegelijk klinkt de roep om maatschappelijk relevant onderzoek steeds luider. Deze gerichtheid op de korte termijn, in combinatie met steeds meer procedures en regels, gaat ten koste van speculatief, exploratief onderzoek dat niettemin van grote maatschappelijke betekenis is.

Om onderzoekers weer de noodzakelijke creatieve ruimte te bieden, wil Hermans een nieuwe rolverdeling in het beleid door instellingen die zich met wetenschapsbeoefening bezighouden grotere autonomie te geven. De publieke onderzoeksorganisaties en de universiteiten stellen voortaan iedere vier jaar een plan op waarin zij hun koers uitstippelen.

De vernieuwing van het universitaire onderzoek krijgt in het Wetenschapsbudget 2000 gestalte via een `Vernieuwingsimpuls'. Daarvoor is een jaarlijks bedrag gereserveerd dat oploopt tot 75 miljoen gulden in 2003, waaronder tien miljoen aan extra geld. NWO, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, bepaalt welke programma's uit de Vernieuwingsimpuls worden gefinancierd. Zij vindt het slechts een gebaar in de goede richting.

NOTAvia www.nrc.nl/Doc