Vruchtbare dialoog met de kunst

Het van Gogh Museum in Amsterdam is sinds vandaag weer open. Het was bijna tien maanden gesloten. In die periode werd het museum gerenoveerd en uitgebreid met een vleugel voor tijdelijke exposities. De nalatenschap van een intens gevoelige kunstenaar en zijn uiterst aimabele broer.

Vergelijkingen van het werk van Van Gogh met dat van andere schilders is leerzaam. John Leighton, sinds 1997 directeur van het Van Gogh Museum, selecteerde drie combinaties van olieverf- schilderijen uit de collectie en licht zijn keuze toe.

TOEN IK MIJN vorige baan opgaf en naar het Van Gogh Museum vertrok, kreeg ik van mijn collega's een `doe-het-zelf Van Gogh-kit'. Die bevat een strooien hoed, een pijp, een fles absint, zonnebloempitten, een afneembaar oor (met verband) en een boek over angst. Hoewel het was bedoeld als een grap (van dubieuze kwaliteit), zou men kunnen zeggen dat dit assortiment de hedendaagse iconografie van Vincent van Gogh omvat, met verwijzingen naar de wijdverbreide mythe als zou hij een krankzinnig genie zijn geweest. In elk geval was ik blij dat ik nu alle clichés symbolisch bij elkaar in een dichte doos had zitten, als het ware, die ik terzijde kon schuiven om me nader te gaan verdiepen in de kunstenaar en zijn werk.

De Van Gogh die ik sindsdien heb leren kennen, verschilt nogal van zijn karikatuur. Hij is geenszins het gestoorde slachtoffer van zijn eigen verwrongen blik, integendeel. Juist de luciditeit van Van Goghs werk en zijn spartaanse volharding om het vak te leren, maken de meeste indruk op me. Dat Van Goghs werk voortkomt uit intense gevoelens staat wel vast, maar wat evenzeer opvalt is zijn gedisciplineerde, soms zelfs systematische speuren naar de middelen om zijn emoties uit te drukken.

In het Van Gogh Museum kun je vrijwel iedere wending in de korte carrière van de kunstenaar volgen. In zo'n veelomvattende collectie bevinden zich middelmatige schilderijen naast spectaculaire, experimentjes naast cruciaal belangrijke doeken, maar de kennismaking blijft visueel steeds even spannend. Het belangrijkste is dat zijn kunst niet in afzondering te zien is, maar in het centrum van een rijke, gevarieerde collectie 19de-eeuwse kunst is geplaatst.

Men kan Van Goghs vruchtbare dialoog met de kunst van zijn voorgangers en tijdgenoten volgen en krijgt zo, met zijn werk als lens, een verrassende kijk op een fenomenale eeuw in de kunst.

De op deze pagina getoonde schilderijen zijn alle te zien in de nieuwe opstelling van de collectie. Van Goghs Agostina Segatori in Café Tambourin is nu gepaard met de schitterende studie van de Bar in de Folies-Bergère van Manet. Dit zijn natuurlijk twee zeer verschillende schilderijen. De vlot geschilderde schets van Manet is een hommage aan het oppervlakkige vertier van het Parijse nachtleven, vertaald in verleidelijke, vloeibare verf. Van Goghs doek is het portret van een vermoeide, loensende waardin met een sigaret, wier dromen van andere oorden gestalte lijken te krijgen in de Japanse prenten op de achtergrond. Niettemin is de vergelijking leerzaam, want in dit soort werk van Manet en de impressionisten vond Van Gogh de moed om zijn inspiratie te zoeken in de harde, uitzichtloze omgeving van het moderne stadsleven.

Toen hij uit Parijs vertrok naar Arles in het zuiden van Frankrijk, dacht Van Gogh nog vaak aan het werk van andere kunstenaars dat hij in de hoofdstad had gezien. De meesterlijke kleurbehandeling in een schilderij zoals Veld met bloemen bij Arles is schatplichtig aan het voorbeeld van Claude Monet, wiens werk hij kende en zich goed had ingeprent. Monets Bloembollenvelden en molens bij Rijnsburg werd gekocht en weer verkocht door Theo van Gogh, zodat we ervan uit mogen gaan dat zijn broer Vincent dit voorbeeld van schildersvuurwerk door de impressionist Monet heeft gezien. Dat Monet zich had laten inspireren door de opzichtige kleuruitbarstingen in Van Goghs geboorteland maakt de vergelijking des te overtuigender.

Misschien de meest fascinerende aanwinst in de nieuwe opstelling van het Van Gogh Museum is een stilleven van Cézanne, in bruikleen van het Stedelijk Museum. Van Gogh vergeleek eens een schilderij van hemzelf met een Cézanne, en merkte op dat ze ,,naast elkaar zouden kunnen staan, maar niets gemeen zouden hebben''. Wanneer we een stilleven van Van Gogh naast dat van Cézanne plaatsen, vragen we ons af of dat wel zo is. Cézanne stellen we ons voor als de meester van de oppervlakkigheid, die zijn composities angstvallig nauwkeurig arrangeerde zodat het eindresultaat evenzeer de kunstzinnige inventio van Cézanne weerspiegelt als de werkelijkheid. De Van Gogh lijkt al even gepreoccupeerd. Al zijn concentratievermogen komt naar voren in de prachtig genuanceerde kleuren en zorgvuldig gevarieerde lijnen. Haast nergens komen Van Goghs scherpe blik en gedisciplineerde werkwijze zo mooi tot uiting als hier.

Mijn Van Gogh-kit staat nu in de kelder te verstoffen. Ik vind het een waar voorrecht dat ik de echte Vincent van Gogh heb mogen leren kennen in het museum dat zijn naam draagt. Vanaf heden kan iedereen diezelfde ervaring weer ondergaan. U hoeft zich er alleen maar voor open te stellen, en goed te kijken.