Vrienden

Als er al enige rivaliteit heeft bestaan tussen Simon Carmiggelt en Godfried Bomans, dan hebben zij dat goed verborgen gehouden.

Dat blijkt weer eens uit het boekje Beste Godfried, beste Simon dat onlangs bij de Boekerij is verschenen. Het bevat onder meer zestien niet eerder gepubliceerde brieven (een groot woord voor sommige kattebelletjes): tien van Bomans en zes van Carmiggelt.

Genieën die in dezelfde tijd leven, hebben nogal eens moeite om elkaar te erkennen. Het is wel als verklaring gegeven voor de schroeiende haat die Multatuli voor Thorbecke voelde. Carmiggelt en Bomans – onze twee beste humoristische auteurs van deze eeuw, dat mag nu zo langzamerhand wel gezegd worden – putten zich echter vooral uit in het versterken van elkaars reputatie. Het geeft soms zelfs een wat weemakend geurtje aan dit boek.

,,Ik beschouw Carmiggelt als een knap en vooral zeldzaam schrijver'', schrijft Bomans ergens. ,,Beste Godfried, wat heb je nou toch een allerhartelijkst stukje over me geschreven'', juicht Carmiggelt dan weer. Zo flitst het pingpongballetje van de wederzijdse waardering voortdurend over de tafel.

Echt vertrouwelijk worden beide mannen nooit tegen elkaar, althans niet in deze brieven. Het is alsof ze een vage vriendschap-op-afstand onderhouden, overtuigd van elkaars kwaliteiten, maar zich tegelijkertijd bewust van de verschillen in afkomst en levensbeschouwing.

Bij Carmiggelt hoor je soms een ondertoon van mededogen met het literaire lot van Bomans. Hij, Carmiggelt, kreeg op den duur alle lof van de wereld (nou ja, van Nederland), voor Bomans was geen enkele literaire prijs weggelegd. Het inspireerde Carmiggelt tot uitspraken als: `Prijzen hebben geen waarde, dat wordt bewezen door het feit dat Godfried er nooit een gehad heeft.'

Héél voorzichtig laat Carmiggelt enige kritiek doorklinken als hij zegt: ,,De laatste jaren van z'n leven dacht ik wel 's, wat dóet Godfried toch verschrikkelijk veel, hij doet vrijwel alles waar men hem voor vraagt.''

Het boekje bevat ook eerder verschenen, maar soms moeilijk verkrijgbare teksten van beide auteurs. Hilarisch hoogtepunt is voor mij het schertsinterview dat uBomans in 1963 ter gelegenheid van Carmiggelts vijftigste verjaardag met de jubilaris maakte. Interviewer Bomans laat kwansuis merken dat hij zichzelf veel beter vindt dan zijn gastheer, en geeft hem en zijn vrouw vervolgens onderricht in het drinken van oude klare. Bomans schrijft: ,,Nou ik!'' riep Simon, want het zijn net kinderen, die twee. Hij nam voorzichtig een slokje en zette het glas onmiddellijk weer neer. ,,Nee hoor'', zei hij, ,,niets voor mij. Ik begrijp niet, hoe iemand 't naar binnen krijgt. Is dat nou niet schadelijk?''

Misschien is Kroeglopen wel door Bomans geschreven.