VERVALSINGEN

Van Gogh is er niet minder geliefd om. De bussen komen wel. Maar toch lijdt Van Gogh juist in Frankrijk de laatste jaren onder de opkomende twijfel aan de echtheid van verschillende beroemde schilderijen. De meester wordt achtervolgd door de schaduw van twee schilders, die het nooit tot enige status brachten: Schuffenecker en zijn `eigen' dokter Gachet.

Tuin in Auvers is de laatste jaren steeds in het nieuws door de vete die de Franse staat uitvocht met de familie Walter. Die had ruim geschonken aan de Franse staat en wilde dit schilderij aan een buitenlandse verzamelaar verkopen. Waarop de staat het prompt een `werk van nationaal belang' verklaarde. Toen kon het alleen nog maar in eigen land worden verkocht, tegen een veel lagere prijs. Na lang touwtrekken wees de Franse Hoge Raad een schadevergoeding toe wegens gederfde exportopbrengst.

Los van deze venijnige kwestie ontstond twijfel aan de authenticiteit van het schilderij. Zowel de in Nederland wonende Fransman Benoît Landais als de in Canada wonende Nederlandse kenner van Van Goghs brieven, dr. Jan Hulsker, concludeert op grond van de brieven van de schilder en andere kenmerken dat de Tuin in Auvers niet echt kan zijn. Van Gogh noemt het schilderij niet, terwijl hij in die periode in zijn brieven alles waar hij mee bezig was tot in detail beschreef en schetste.

Eenzelfde soort twijfel is gerezen rondom de Zonnebloemen, dat in '87 voor 80 miljoen gulden werd gekocht door een Japans verzekeringsconcern, en romdom een van de twee bekende portretten van dokter Gachet, de man die Van Gogh tijdens zijn laatste levensmaanden in Auvers-sur-Oise bijstond als arts en geestelijk raadsman. Hoewel, zelfs aan de juistheid van dat overgeleverde beeld wordt getwijfeld. Landais ziet vooral Gachets zoon Paul als de verspreider van een samaritaanse mythe, die zichzelf en zijn vader een meer dan gerechtvaardigde rol in Van Goghs laatste levensmaanden toedicht.

In Parijs werd dit voorjaar een tentoonstelling gehouden, die in het najaar ook in Amsterdam te zien zal zijn. Verschillende museale deskundigen probeerden op die tentoonstelling, op grond van kunsthistorische en chemische analyses het verschil tussen echte en niet-echte Van Goghs te laten zien. Zij vonden geen steun voor een grote ontmaskering van tot nu toe met eerbied omgeven meesterwerken. Van Goghs witte verf is anders oud geworden dan de verf die de zondags-naschilderaar Gachet gebruikte. En: ,,De Gachets waren matige kopiisten; het is uitgesloten dat zij het zelfportret van dr. Gachet kunnen hebben geschilderd'', zei Jean-Pierre Mohen, directeur van het onderzoeks- en restauratiecentrum van de Musées de France in Libération. Benoît Landais publiceerde in april een boekje, L'Affaire Gachet, waarin hij volhoudt dat Gachet sr. en jr. niet deugden. Van Gogh staat boven de discussie, maar hij is nog niet verlost van de schaduwen die hem achtervolgen.