Uitblazen en nadenken

Leraar scheikunde en zwager van Joop ter Heul, dr. Joachim Schmidt met dt, heeft heel zijn leven geweigerd auto te leren rijden of een paard te bestijgen – de smeekbeden en trillende neusvleugels van zijn echtgenote Julie ten spijt. Aan Joachim waren geen uitspattingen besteed en hij zou hoofdschuddend het verhaal in Vrij Nederland gelezen hebben over de bijkans tomeloze kooplust waar menig Nederlander zich anno 1999 aan overgeeft.

Op geld uitgeven rust geen taboe meer: ,,Integendeel, steeds meer mensen beginnen hun identiteit en welbehagen te ontlenen aan consumptie. Ik winkel dus ik ben.'' Het druk bezette leven van veel werkenden wordt afgewisseld met een weekendje uitblazen, bijvoorbeeld in hotel Lauswolt in het Friese Beetsterzwaag. ,,De meest luxueuze kamertypen gaan het eerst weg. Mensen willen verzonken jacuzzi's in de kamer en betalen daar ook voor. We trainen ons personeel om de bestedingen nog verder omhoog te krijgen (...)'' Verzonken jacuzzi's - gelukkig zijn er ook nog mensen voor wie een eenvoudig hotel plus biljartkamer het summum van genot is.

Volgens VN vraagt vrijwel niemand zich af hoe lang het nog goed gaat in Nederland, `op een paar economen na'. Dat is niet helemaal waar. Tijdens de ontvangst ten huize van Miep en Loek Brons, half juni, bleken ook galeriehouders zich af te vragen hoe lang het goed blijft gaan. Eén sloot zelfs niet uit dat binnen niet al te lange tijd de huizenmarkt `in elkaar dondert' met alle gevolgen vandien voor bijvoorbeeld de kunsthandel. Elsevier besteedt aandacht aan de immer genoeglijke ontvangsten bij Loek en Miep maar het verslag is helaas wat oppervlakkig. Het blad had bijvoorbeeld de vraag kunnen opwerpen waarom de schilder Henk Helmantel, altijd te zien bij Brons en gevierd om zijn stillevens, niet één keer, al was het maar uit balorigheid, eens iets heel anders op het doek zet. Zoals muziekliefhebbers zich weleens afvragen waarom de pianist Soerjadi zijn repertoire niet eens uitbreidt.

Op hun beurt zullen VN-lezers zich wellicht afvragen waarom PvdA-coryfee Ed. van Thijn twee pagina's vol mag babbelen. `Ed van Thijn ontdoet zich van zijn schutkleur', luidt de kop. Zou hij het blad zelf hebben gebeld om de redactie daar kond van te doen of zag een redacteur hem lopen en zei die: ,,Gunst, Ed, je kleur is weg - we gaan je interviewen.'' Dat geschiedde. En verneemt de lezer ondermeer dat Hans Wiegel `ontegenzeglijk is beschadigd' door zijn stemgedrag inzake het correctief referendum, dat hij altijd een das droeg en een schutkleur aannam en nu hij 64 is, geen last meer heeft van faalangst. ,,Ik weet zo ongeveer wel wat ik waard ben.''

De Groene Amsterdammer lijkt te weten wat oud-minister van Justitie, Winnie Sorgdrager waard is – ze zou het in haar nieuwe functie van nationale ombudsman niet slecht gedaan hebben: ,,Een vertrouwensfunctie op de achtergrond waarvoor ze inderdaad geknipt leek.'' Toenemende kritiek op haar kandidatuur deed Sorgdrager besluiten zich terug te trekken. Maar volgens een paar zegslieden speelt al dan niet verholen seksediscriminatie ook een rol: ,,Sorgdrager is onevenredig hard aangepakt. Als je nagaat over hoeveel bestuurlijke en justitiële ervaring die vrouw beschikt, en dat afzet tegen die overspannen kritiek, dan word je niet vrolijk.''

Ook niet vrolijk stemt het zeer onderhoudende artikel van J.A.A. van Doorn in HP/De Tijd. In vijf afleveringen blikt hij terug op de bloedigste eeuw uit de geschiedenis. Hij verwijst naar de Engelse historicus Eric Hobsbawn volgens wie het aantal doden `letterlijk ontelbaar is'. ,,We weten niet of de Sovjet-Unie in de tweede Wereldoorlog zeven, elf of twintig miljoen mensen heeft verloren (...). Het doet er ook niet toe: de aantallen zijn zo onmenselijk dat onze fantasie, ons mededogen ook, ze toch niet kan omvatten'', aldus Van Doorn. Wat geen reden mag zijn om er geen kennis van te nemen - desnoods te midden van verzonken jacuzzi's.