Turkije zet Numan (5) in tegen Öcalan

De Turks-Koerdische leider Abdullah Öcalan legde gisteren zijn slotverklaring af op zijn proces in Turkije wegens hoogverraad en separatisme. Vandaag komen zijn advocaten aan het woord. Op zeer korte termijn, misschien morgen al, wordt de uitspraak verwacht.

Voor de Turkse media was hij de ster van de dag. De vijfjarige Numan was tot nu toe het jongste kind dat door de Turkse autoriteiten bij de rechtszaak tegen de PKK-leider Abdullah Öcalan op het gevangeniseiland Imrali in de zee van Marmara werd toegelaten. Zelfs de strenge beveiligsbeambten in de haven van Mudanya moesten glimlachen toen het jongetje zijn speciale toegangspas liet zien. Terwijl Öcalan in de rechtszaal vanuit zijn glazen kooi in zijn slotpleidooi voor zijn leven vocht en sprak en sprak, keek de Turkse natie vertederd en verdrietig naar de kleine Numan. Het jongetje was nog niet geboren toen de PKK in 1993 zijn vader, een imam, uit zijn moskee in Diyarbakir ontvoerde en in de bergen executeerde. Numan was naar Mudanya gekomen, zo legde hij uit, om aan Öcalan te laten zien dat hij zijn vader alleen maar kent van foto's. ,,Maar toch houdt hij zielsveel van hem'', legde zijn moeder Türkan (`Turks bloed') trots uit.

De Turkse staatstelevisie TRT, de enige die beelden uit de rechtszaal mag zenden, kreeg er geen genoeg van om Abdullah Öcalan met de kleine Numan te contrasteren. Terwijl Öcalan sprak over oorlog en verwoesting, keek Numan nieuwsgierig naar de glazen kooi, als een kind dat voor de eerste keer op schoolreisje is. En als Öcalan begon over het leed dat de Turkse staat de Koerden had aangedaan, richtte de camera zich onmiddellijk op het jongetje en liet zien hoe hij de foto van zijn vader streelde.

En zo was ook het slotpleidooi van Abdullah Öcalan tegen dovemansoren gericht: niemand in Turkije is bereid zijn oproep tot verzoening serieus te nemen. De PKK-leider zelf leek dit terdege te beseffen. Halverwege zijn betoog viel hij opeens stil en, terwijl het zweet op zijn hoofd parelde, haalde hij vermoeid en treurig zijn rechterhand door zijn haar. Zijn ogen leken nog een slag dichter te zitten dan bij het begin van het proces en, ondanks weken stilzitten in de glazen kooi, leek hij nog een aantal kilo's verloren te hebben.

De boodschap van zijn 23 pagina's tellende slotpleidooi was, juist zoals zijn opmerkingen in de eerdere fasen van het proces, er niet alleen een van vrede maar ook van bedreiging. ,,Wat gebeurt er als hij wordt opgehangen?'', sprak Öcalan, alsof hij het over iemand anders had. ,,Duizenden mensen zullen de terreurmachine dan weer in gang zetten. Ik heb niet alleen soldaten in Turkije, maar in elke stad van Europa. Als jullie mij hier gaan ophangen, dan komt Turkije nooit in de Europese Unie en ook Europa zelf zou heel veel problemen hebben.'' Maar na elk dreigement volgde een belofte. ,,De middelen die we gebruikt hebben om ons doel te bereiken zijn niet nuttig meer'', aldus Öcalan. ,,Dit conflict heeft geen reden van bestaan meer.'' De PKK-leider onderstreepte dat hij in staat is om binnen drie maanden alle PKK-strijders uit de bergen te halen. ,,Tot nu toe hebben beide kanten veel pijn geleden'', besloot de PKK-leider zijn slotpleidooi zuchtend, waarna hij het document dichtvouwde en naar de rechters liet brengen.

Alleen dat laatste waren de moeders van de door de PKK gedode soldaten met Öcalan eens. Vanuit de haven van Mudanya lieten zij de Turkse natie nogmaals weten dat zij geen enkele boodschap hebben aan Öcalans oproep tot vrede. ,,Als Öcalan krepeert, hebben wij feest'', scandeerden zij, toen de familie en advocaten van de PKK-leider op de boot naar Imrali stapte. En voor het eerst kreeg ook de Turkse regering een veeg uit de pan. Want het is de moeders niet ontgaan dat de Turkse regering zich bewust begint te worden van de mogelijke gevolgen van een executie van Öcalan. Een van de moeders barstte in woede uit toen een televisiestation haar voorhield dat ,,de doodstraf binnen afzienbare tijd in Turkije wordt afgestraft''. ,,Als dat gebeurt, dan hoort onze regering bij de PKK'', brieste zij.

Even verderop was Numan zich nauwelijks van alle commotie bewust. Verbaasd keek het jongetje uit het door land omsloten Diyarbakir naar de massa's water van de Zee van Marmara. Bij elke vraag die hem werd gesteld, omklemde hij nog vaster het portret van zijn omgekomen vader. ,,Wanneer mis je je vader het meest?'', vroeg een journalist. ,,Vraag maar aan mijn moeder'', zei Numan. Die was graag bereid om de vraag te beantwoorden.