Tegoeden Miloševic geblokkeerd

De Zwitserse regering heeft gisteren gisteren eventuele banktegoeden van de Joegoslavische president Miloševic en vier naaste medewerkers bevroren.

Zwitserland geeft daarmee gehoor aan een verzoek van het Joegoslavië-tribunaal, dat de vijf in staat van beschuldiging heeft gesteld en de blokkering van de tegoeden gelast heeft. Het is de eerste keer dat Zwitserland de tegoeden van een zittend staatshoofd bevriest; eerder werden wel tegoeden van afgezette dictators, zoals de Filippijnse sterke man Marcos en de Zaïrese leider Mobutu, overgedragen. De Verenigde Staten ondernamen eerder dezelfde stap. Het is overigens niet duidelijk of Miloševic en zijn medewerkers rekeningen hebben in Zwitserland; een Zwitserse aanklager noemde dat gisteren zelfs onwaarschijnlijk. Miloševic kent de fijne kneepjes van het bankwezen. In het communistisch Joegoslavië was hij jarenlang bankier, onder meer in de VS.

Intussen heeft Dragan Tomic, de voorzitter van het Servische parlement en een naaste vertrouweling van president Miloševic, gisteren opgeroepen tot harde maatregelen tegen de oppositie. Tomic stelde gisteren dat voor de wederopbouw van Joegoslavië versterking van de staat nodig is. ,,De wederopbouw van de staat is een beweging waar de hele natie in participeert, alle hulpmiddelen, intellectueel of anderszins.'' Dat zou niet mogelijk zijn zolang de natie is onderverdeeld in ,,een patriottische front en aan de andere kant degenen die bereid zijn kolonisatie te acceptereren''.

Het Servisch parlement zou vandaag bijeen komen, mogelijk ook om over de opheffing van de staat van oorlog te stemmen. Tegelijkertijd wordt over een aantal wetten gestemd die de greep van de staat op de samenleving moeten versterken. Binnen het regime bestaat grote bezorgdheid over de onverzoenlijke houding van het westen. President Clinton en andere westerse leiders lieten dit weekeind weten dat Joegoslavië niet voor wederopbouwgeld in aanmerking komt zolang Miloševic aan het bewind is.

Gisteren blokkeerde een groep van driehonderd reservisten uit het stadje Trstenik vijf uur lang een weg bij de stad Kraljevo in Zuid-Servië. Ze eisten betaling van soldij. Kraljevo kwam eerder in het nieuws toen een grote groepen soldaten uit Kosovo deserteerde omdat ze hadden gehoord dat de politie hard was opgetreden tegen hun betogende familieleden in Kraljevo.

Groep 17, een gezelschap onafhankelijke economen, heeft gisteren gewaarschuwd dat Joegoslavië niet moet worden uitgesloten van een Balkan-reconstructieprogramma. De groep heeft berekend dat het gemiddeld inkomen in Joegoslavië dit jaar met 40,7 procent is gedaald tot 975 dollar per jaar. Het BNP zou eveneens met 40,7 procent dalen, de industriële productie met 44,4 procent. De totale schade door elf weken van de NAVO-bombardementen zou 29,6 miljard dollar bedragen. De Joegoslavische industrie produceert zo nog slechts een vijfde van het niveau van 1989. De buitenlandse schuld van Joegoslavië bedraagt nu 13 miljard dollar, 126 procent van het jaarlijks bruto nationaal product. (AP, Reuters)