Steile leer verslaat de vrije liefde in Schleefs Salome

De eerste taak in het leven, schrijft Oscar Wilde, is zo kunstmatig mogelijk te zijn. De Duitse regisseur Einar Schleef heeft deze les ter harte genomen; zijn bewerking van Wilde's Salome is een triomf van de vorm, met een hoofdrol voor het decor. Zo kunstmatig als mogelijk, maar indrukwekkend in zijn koele, afstandelijke schoonheid.

De Salome van Schleef begint met een bevroren toneelbeeld, een stille proloog die tien volle minuten duurt. Dat klinkt irritant, maar het geeft je de gelegenheid om in de juiste stemming te komen. Het podium baadt in maanblauw licht. Daar staat de troupe in een tableau vivant. Voorin Herodias, de vrouw van de koning in een gewaad van rood en goud. Bovenaan de schuine vloer staat Salome in een eenvoudige witte jurk. Daaromheen een hofhouding van oude mannen in zwarte galajurken. Het decor is van metaal. De zaal is in tweeën gesplitst door een metalen loopplank. Op het podium gaat de loopplank over in een hoge metalen trap, die achterin uitkomt op een deurtje in een grote metalen wand. Het ziet er ijzig maar prachtig uit.

Na de proloog is het twintig minuten pauze. Dat is grappig, maar ook flauw. Bovendien verpest Schleef hiermee het effect van de eerste tien minuten stilte. Na de pauze heeft een koor van joden met zwarte hoedjes zich op het tweede balkon genesteld. Rechtlijnig scanderen zij hun commentaar. In de nok van de schouwburg hangt Johannes aan een groot metalen kruis. Ver boven het publiek verheven laat hij zijn heilsprofetiën op ons neerdalen. Door deze decoropbouw omringt Schleef het publiek met zijn toneelstuk. Iedereen zit onrustig in zijn stoel te draaien om niets te missen.

Oscar Wilde baseerde Salome (1893) op het bijbelverhaal over de dood van Johannes de Doper. Salome danst voor koning Herodes Antipas en eist als beloning het hoofd van Johannes op een schotel. In de Bijbel doet zij dat omdat Johannes haar moeder belastert, maar in Wilde's versie is het de liefde. Salome houdt van Johannes. Als zij zijn levende lippen niet kan krijgen, wil ze zijn dode lippen kussen.

Schleef laat zijn acteurs zeer kunstmatig spelen. Ze dragen rare kostuums en bewegen zich als krankzinnigen. Ze schreeuwen, rennen in het rond en verdraaien hun stem. Vooral Salome (Ursina Lardi) is hier goed in. Met haar kirrende piepstem windt het verwende nest iedereen om haar vingers. Lardi schakelt moeiteloos over van kinderlijk temerig ('Mammie, ik wil het hoofd van Johannes hebben') tot krijsend gebiedend. Jammer dat Schleef Salome's beroemde `Dans van de Zeven Sluiers' heeft geschrapt. Gelukkig is Lardi's spel eigenlijk een lange blote dans. Door het felle tegenlicht schijnt haar naakte, slanke lichaam door de dunne jurk heen. Het is zinneprikkelend, maar ook verontrustend: het lijkt ook wel alsof haar skelet door de stof heen schemert.

Zoals Wilde het bijbelverhaal naar zijn decadente hand zette, zo gebruikt Schleef de mythe om er zijn eigen ideeën aan op te hangen. Bij Wilde en in de Bijbel zijn de vrouwen de slechteriken. Schleef heeft het omgedraaid. Bij hem is Salome een vrije heldin en Johannes een intolerante zedenpreker. In het begin van zijn stuk is het paleis van Herodes een oord van vrije liefde waarin prachtig gebouwde jongens achter elkaar en Salome aan dartelen. De jonge Syriër is een blonde Germaan in een matrozenkostuum. Zijn geliefde, de page van Herodias, is een gespierde blote Moor. De koning gaat in bad met de jongens.

Maar de vrije liefde wordt flink afgestraft. Salome en de jonge Syriër eindigen hangend aan touwen. Daarna volgt als epiloog eenzelfde tableau vivant als in de openingsscène. De oude mannen hebben hun galajurken afgelegd en dragen nu strenge zwarte kostuums. Hiermee beeldt Schleef de overgang uit van de heidense vrijheid naar de christelijke dictatuur. Zo heeft alles in Schleefs prachtige vormgeving ook nog een functie. De vrouwen, de homo's en de vrije seks zijn verslagen. Johannes is dood, maar zijn steile leer van fatsoen, seksuele onderdrukking en vrouwenhaat heeft getriomfeerd.

Voorstelling: Salome van het Duesseldorfer Schauspielhaus. Tekst: Oscar Wilde. Bewerking, regie en vormgeving: Einar Schleef. Spel: Ursina Lardi, Robert Beye, Helmut Mooshammer, Bibiana Beglau, e.a.. Gezien: 22/6 Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar 24/6. Inl. (020) 6242311.