RECENTE AANWINSTEN

Behalve een aantal bruiklenen van het naburige Stedelijk Museum stelt het Van Gogh Museum ook enkele recente aanwinsten ten toon. Daar zitten twee opmerkelijke schilderijen bij. Voor een niet nader genoemd bedrag kocht het museum een mythologisch doek van de Zwitserse schilder Arnold Böcklin (1827-1901), een belangrijk voorbeeld voor de laat negentiende-eeuwse symbolisten. Want Böcklin, vooral geïnteresseerd in de antieke mythologie, personifieerde in de gedaantes van nimfen, faunen en centauren menselijke drijfveren als eenzaamheid, erotisch verlangen en Sehnsucht. Een zeer bekend werk van hem is Het Dodeneiland (1880), in bezit van het Kunstmuseum Bazel. De aanwinst van het Van Gogh Museum is nu het enige van Böcklin in een Nederlandse, openbare collectie. Op dit doek uit 1884 (90 bij 70 cm) slaapt een halfnaakte bronnimf onder een transparante witte sluier, waarop stipjes kraakwitte verf glinsterende parels of steentjes suggereren. Ze wordt begluurd door twee curieus behaarde faunen, die er nogal dommig uitzien. Blijkbaar hebben ze nog nooit zoiets moois in het woud onder ogen gekregen. En dat moet de reden zijn waarom ze in fantasieën lijken weg te zwijmelen.

Het tweede net verworven schilderij (180 bij 90 cm) verbeeldt een ruige zee met laaghangend wolkendek, geschilderd door de Haagse zeekenner bij uitstek, Hendrik Willem Mesdag (1831-1915). Een Wassenaarse verzamelaar gaf het deze week cadeau aan het museum. Lange tijd werd Les Brisants de la Mer du Nord (1870), waarbij de wind de witte koppen op de golven voortjaagt, verloren gewaand. Vijf jaar geleden dook het in twee delen weer op. Uit een oude foto bleek dat de afzonderlijke stukken bij elkaar hoorden. Vincent van Gogh heeft het werk van Mesdag in de gaten gehouden. Hij brengt het veertienmaal ter sprake in zijn brieven.