Op de hei van het Catshuis

Nadat bijna heel Nederland hun al is voorgegaan, reist het kabinet ook eindelijk eens af `naar de hei'. Niet te ver weg, niet te lang ook; het blijft beperkt tot een sessie van een dag begin volgende maand op het Catshuis. Zonder het keurslijf van de ministerraadagenda zullen de vijftien ministers dan `met de benen op tafel' praten over hun kabinet. Over wat men eigenlijk wil en, ook niet onbelangrijk, hoe. Kortom, een ongedwongen brainstormsessie. Een bijeenkomst waar wie weet de ministers elkaar eens niet, zoals in de Trêveszaal, met u zullen aanspreken, maar gewoon met je en jij.

Waar een plotselinge en door niemand bedoelde crisis al niet toe kan leiden. Ministers die de gelegenheid krijgen zich te ontpoppen als denkers in plaats van dorre uitvoerders van afspraken die drie fractievoorzitters vorig jaar zomer met elkaar hebben gemaakt en vervolgens vastnagelden in een regeerakkoord. Praten, fouten erkennen, prioriteiten stellen, integrale keuzes maken. Het gebeurt allemaal nauwelijks in de reguliere vergaderingen van de ministerraad, waar de ambtelijke in plaats van de politieke cultuur overheerst. Zelfs de bilaterale ontmoetingen tijdens het broodje `in de marge van de ministerraad' (alleen de term al) zijn geïnstitutionaliseerd. Geschrokken van de plotselinge kabinetscrisis komt nu dus een `waartoe-zijn-wij-geroepen-bijeenkomst'.

Of het wat zal opleveren valt te betwijfelen. Het probleem begint al bij de voorzitter van de ministerraad. Van premier Kok is bekend dat deze weinig moet hebben van freischwebende beschouwingen, zolang nog een land bestuurd dient te worden. Hij wil liever een antwoord op de jongste uitdraai van het Centraal Planbureau dan filosoferen over steden waar straks meer dan de helft van de jongeren van buitenlandse komaf is. De volgende begroting is het referentiepunt, bespiegelingen over de periode daarna zijn al gauw een vorm van luxe.

Toch is het precies deze mentaliteit die het kabinet op den duur zal opbreken. Sterker nog, die het kabinet al een keer heeft opgebroken. Het feit dat het kabinet vorige maand zo eenvoudig kon imploderen, zegt veel over de niet aanwezige cohesie binnen Paars-II. De kabinetsleden hebben blijkbaar niet veel meer met elkaar gemeen dan de wetenschap dat ze op elkaar zijn aangewezen. Tevergeefs hebben de onderhandelaars van PvdA, VVD en D66 tijdens de kabinetsformatie van vorig jaar geprobeerd hun geprolongeerde coalitie een motto mee te geven.

Zal de paarse vlag straks tijdens het informele Catshuisberaad alsnog gevonden geworden? Interessant zijn de impliciete voorzetjes die de fractievoorzitters van PvdA en D66 onlangs op deze pagina hebben afgegeven. Groots en meeslepend waren de door hun ontvouwde gedachten weliswaar niet, maar typerend was wel dat zowel Melkert als De Graaf het woord ambitie gebruikte. Dat is nu exact wat er bij het kabinet aan ontbreekt. Zoals Melkert schreef: ,,De routine van het beheer zal meer plaats moeten maken voor het initiatief in beleid, voor het aanvoelen ook van de maatschappelijke drift.'' Op zijn beurt had De Graaf het over een ,,sociaal-culturele omwenteling'' waaraan het kabinet vorm zal moeten geven, in plaats van de ontwikkelingen op dat terrein passief te bezien.

Een redengeving voor paars dus. Maar is die in deze constellatie ook te vinden? Niet iedereen heeft een boodschap aan een boodschap. Opvallend afwezig zijn de therapeutische aansporingen van der Dritte im Bunde, VVD-fractievoorzitter Dijkstal. Wijze lessen of wensen heeft hij niet. Dijkstal was ook de enige die zich, nadat de breuk in het kabinet was gelijmd, niet overgaf aan de bekende bezweringsformule dat men gesterkt uit de strijd was gekomen. Meer dan ooit beschouwt de VVD de paarse coalitie als een puur zakelijk samenwerkingsverband met het regeerakkoord als contractverplichting die alle partijen hebben na te komen. Niets minder, maar ook zeker niets meer.

Waar het in de kern om gaat, is of een kabinet pretenties mag hebben. Een pretentie die iets verraadt van een visie op de samenleving. Die dus ook laat zien wat het samenbindende element in een coalitie is. Het eerste paarse kabinet had het wat dit betreft heel gemakkelijk. De gezamenlijke missie waar PvdA, VVD en D66 toen voor stonden was dat regeren zonder het CDA ook wel degelijk tot de mogelijkheden behoorde. De conjuncturele meewind zorgde vervolgens voor de bijbehorende gunstige economische parameters.

Paars-II ontbeert een dergelijk bindmiddel en dat laat zich nu gevoelen. Het zal na de nieuwe start van het tweede kabinet-Kok ,,niet meer zo worden zoals het was'', schreef Melkert dreigend. Het kabinet diende zich niet tevreden te stellen met slechts de uitvoering van het regeerakkoord. En ook D66-fractievoorzitter De Graaf vond dat het kabinet om het vertrouwen van de kiezer te herstellen meer moest laten zien dan alleen het regeerakkoord.

Maar wat? Als programmatische gemeenschappelijkheid ontbreekt en er toch visie moet komen, dreigt het resultaat al heel gauw uit te monden in holle frasen. Dat is dan ook het dilemma van het huidige kabinet. Zodra fundamentele vragen over de inrichting van de samenleving aan de orde komen, zullen partijen frontaal tegenover elkaar komen te staan. Die tegenstelling is de afgelopen jaren gecamoufleerd omdat het nieuwe van paars allesoverheersend was.

Paars-II moet het daarentegen hebben van de eigen kracht. Kracht die er niet is. Steeds vaker zal blijken dat paars eigenlijk niet bestaat. Het betekent dat het land zal worden bestuurd, maar dat het regeren op zich zal laten wachten. Of dat erg is? Den Uyl citeerde in 1973 bij zijn aantreden als minister-president nog de Spreukendichter uit het Oude Testament die zei dat waar visie en uitzicht ontbrak het volk omkwam. Dat is in het huidige tijdsgewricht al lang niet meer het geval. Nu komt als gevolg van het gebrek aan visie hooguit een kabinet om.