Noren krijgen in zaak tegen SEP nul op rekest

De angst van zeven Noorse energiebedrijven, verenigd in de Troll Group, dat de vier Nederlandse elektriciteitsproducenten hun gezamenlijke organisatie SEP failliet laten gaan om zo van onvoordelige contracten met de Noren af te komen is ongegrond.

Dat heeft de rechtbank in Arnhem eerder deze maand bepaald. De SEP hoeft de Noorse bedrijven geen aanvullende zekerheden te verschaffen. De Troll Group had bezwaar gemaakt tegen een juridische splitsing van de SEP. Die zou er volgens hen uiteindelijk toe kunnen leiden dat ze met lege handen zouden achterblijven.

De Noren zijn tegen de uitspraak van de Arnhemse rechter in hoger beroep gegaan bij de Ondernemingskamer in Amsterdam. Dat hoger beroep heeft een opschortende werking, zodat de SEP de gewenste splitsing voorlopig nog niet kan uitvoeren.

De splitsing van de SEP heeft te maken met de lopende herstructurering in de Nederlandse stroomsector. De gezamenlijke producenten hebben het Nederlandse hoogspanningsnet ondergebracht in een apparte onderneming met de naam Tennet, waarin de overheid meerderheidsaandeelhouder blijft. In de oude SEP blijven vooral importcontracten over die voor een deel onder zeer ongunstige voorwaarden zijn afgesloten. Daaronder bevinden zich een aantal contracten voor de levering van gas door de Noorse bedrijven die voor de Noren juist zeer gunstig zijn. Deze in het jargon genoemde `bakstenen' vormen al jaren onderwerp van conflict tussen de producenten onderling en tussen de producenten en de Nederlandse overheid. De bakstenen moeten verdeeld worden tussen de producenten, nu zij in de nieuwe geliberaliseerde stroomsector in Nederland commercieel gaan opereren. Over die verdeling is nog steeds geen overeenstemming bereikt. Een commissie van Wijze Mannen is door het ministerie van Economische Zaken aangesteld om de kwestie op te lossen.

De Noorse energiebedrijven zijn bang dat de splitsing van de SEP een slinkse manier is om goedkoop van de bakstenen af te komen. De vrees bestaat dat de Nederlandse producenten de SEP inclusief haar onvoordelige contracten failliet laten gaan. Zelfs de dreiging van een faillissement kan eventuele heronderhandeling van de contracten voor de Noren negatief beïnvloeden. De Nederlandse producenten zouden bij een faillissement van de SEP wellicht niet aansprakelijk zijn, omdat de economische splitsing van de organisatie is losgekoppeld van de juridische.

De SEP heeft de mogelijkheid van een faillissement juridisch laten onderzoeken. Minister Jorritsma van EZ heeft eerder echter laten weten een bankroet van de SEP af te wijzen.