Ministers EU op bezoek in Priština

Met groot vertoon van eensgezindheid hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van Frankrijk, Engeland, Duitsland en Italië gisteren een bezoek gebracht aan Kosovo. Zij riepen de Albanezen op af te zien van wraak. De ministers zagen de verkoolde resten van 45 mensen bij het dorp Velika Krusa, die vorige week werden ontdekt door Nederlandse troepen. De Britse minister Robin Cook riep enkele uren later in Priština de ,,overlevenden van deze gruweldaden'' op om ,,te breken met de cyclus van geweld en een vreedzame, geweldloze toekomst voor de kinderen van alle volken in Kosovo op te bouwen''.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken Védrine ontkende gisteren dat de Fransen te laks optreden in hun sector in het noorden van Kosovo. Daar namen de Albanezen en Serviërs op meerdere plaatsen wraak op elkaar. Védrine stelde dat de Fransen een erg moeilijke sector toegedeeld hebben gekregen.

De vier ministers beloofden gisteren in Priština dat de Europese Unie financieel het voortouw zal nemen bij de wederopbouw van Kosovo. De Duitse bondskanselier Schröder noemde gisteren zijn naaste adviseur Bodo Hombach als kandidaat voor de post van Europees coördinator van het toekomstige stabiliteitspact voor de Balkan, waarover volgende maand in Sarajevo wordt overlegd. Dat pact behelst een aanzienlijke financiële injectie van de EU (ongeveer 1,2 miljard gulden per jaar) om de toekomstige economische en politieke stabiliteit van de Balkan te verzekeren.

De Russische president Jeltsin zei vanochtend in Moskou na een onderhoud met Kofi Annan, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, dat Rusland actief zal deelnemen aan de wederopbouw van Kosovo én Joegoslavië, niet alleen door een troepenbijdrage aan KFOR van 3.600 man, maar ook door ambtenaren te sturen.

Vanochtend arriveerden ook Javier Solana, secretaris-generaal van de NAVO, en Wesley Clark, de opperbevelhebber van de NAVO, in Kosovo. Clark zei gisteren dat de massagraven een rechtvaardiging zijn van de luchtoorlog tegen Joegoslavië. Clark zei dinsdag dat de afgesproken sterkte van KFOR – 55.000 manschappen – wellicht onvoldoende is. Ook riep hij de deelnemers aan KFOR op meer haast te maken met het sturen van troepen. (AFP, AP)