Het geheim van de muziekfabriek

Menigeen is wel eens in het Concertgebouw geweest. Maar wie heeft de ontvangstruimte van de koningin ooit gezien? Of de dirigenten- en solistenlift? En de duivelse buste van Mengelberg? Alle geheimen van het Concertgebouw worden deze zomer onthuld tijdens speciale rondleidingen.

Van buiten lijkt het Amsterdamse Concertgebouw nog een redelijk flink gebouw. Maar wie binnen is, verbaast zich er toch over dat de Grote Zaal, die inderdaad heel lang, breed en hoog is, er helemaal in kan. De concertbezoeker kan beneden en op de verdieping helemaal om de Grote Zaal heenlopen, door gangen en foyers. Maar daarachter, daaronder en daarboven bevindt zich het onzichtbare `andere Concertgebouw'. Het is de geheime achterkant van de muziektempel, alleen zichtbaar tijdens rondleidingen. Die vinden plaats voorafgaand aan de zondagochtend-concerten tijdens het seizoen en elke dag voor de Robeco Zomerconcerten, van 1 juli tot en met 31 augustus.

Natuurlijk zien de deelnemers aan de `rondleidingen achter de schermen' ook het `officiële' Concertgebouw, dat de afgelopen jaren voor een belangrijk deel is vernieuwd en verfraaid. Het orgel is gerestaureerd en de orgelkas is in oude luister hersteld. Ooit verwijderde guirlandes en andere decoraties zijn teruggebracht in de gangen. De Grote Zaal is vorige zomer gerenoveerd, opnieuw gestuct, geschilderd en verguld. Het resultaat is briljant, de Grote Zaal is nu een van 's werelds mooiste concertzalen.

Het publieke deel van het Concertgebouw is mij als regelmatig concertbezoeker zeer vertrouwd. Dit is de enige kans om eens achter een paar deuren in gangen en trapportalen te kijken. Zo is er de ontvangstruimte voor koningin Beatrix (een grijs-blauwkamertje waaraan niets bijzonders is te zien) en de `Antichambre' voor de dirigenten- en solistenkamer (veel mooier). Rondleidster Sophie Konijnenburg (studente rechten en koffiejuffrouw) weet dingen te vertellen die ik niet wist. Bijvoorbeeld dat het Louis XVI-meubilair in de Museumplein-foyer het enige meubilair is dat rest van de inboedel uit 1888, toen het Concertgebouw werd geopend. In deze foyer raken sommige bezoekers in verwarring. Bij een schilderij van een blaassextet zeggen ze: `Het orkest was vroeger wel veel kleiner', om bij het schilderij van de Parijse Opéra te constateren: `Maar het gebouw was vroeger veel mooier'.

Verreweg het interessantste van de rondleiding is dat er dingen mogen die normaal niet mogen: als er een deur in een gang opengaat waarachter een trapje naar de zolders leidt of als men met de dirigenten- en solistenlift afdaalt naar de kelder. Hier blijkt dat het Concertgebouw NV een echte muziekfabriek is. Er is zeer veel nodig voor het goede verloop van de 745 concerten die hier per jaar worden gegeven. Met bijna 800.000 bezoekers per jaar is het Amsterdamse Concertgebouw zelfs de drukst bezochte concertzaal ter wereld.

Rond de twee zalen en de foyers is een wirwar van trapjes, kamertjes, zoldertjes, werkplaatsjes, zoals een stoffeerderij voor het meubilair, een telefooncentrale die 40 kilometer kabel verbindt en een enorme luchtverversingsinstallatie.

In de kelder zijn kleedruimten voor musici, stemkamers, een koorzaal, opslag van instrumenten (onder andere dertien vleugels in geklimatiseerde ruimten), een kantine voor musici en personeel, een spoelkeuken en de bevoorrading van de buffetten voor het publiek.

Sinds 1888, toen architect Dolf van Gendt het Concertgebouw opleverde in de weilanden ver achter het Rijksmuseum, is de muziektempel constant aan verbouwingen onderworpen. De achtertuin met de muziekkoepel is volgebouwd, het podium in de Grote Zaal is veranderd en verlaagd om de akoestiek te verbeteren. De podiumtrappen zijn verplaatst, de verlichting is met veel kristal chiquer gemaakt. Foyers werden gemoderniseerd. Er kwamen liften voor de vleugels en allerlei technische aanpassingen. Dat blijkt vooral in de schakelkamer, waar men op monitors het gehele gebouw kan bekijken, waar men verlichting en verwarming regelt en de gong laat slaan. In de kelder is een deel van die geschiedenis goed te zien: het oude bakstenen gebouw ziet men rusten op de nieuwe betonnen fundering. Die dateert uit de jaren 1986-'88, toen het gebouw werd onderkelderd en de ingang werd verplaatst naar een nieuwe zijvleugel.

Onzichtbaar voor het publiek bevindt zich in de commissarissenkamer één ding dat in een van de foyers hoort te staan: een hoogst bijzondere buste van de dirigent Willem Mengelberg. Het kunstwerk, gemaakt door de beroemde Russische beeldhouwer Archipenko, toont de dirigent in Beethovens Negende symfonie met een magische, bijna duivelse expressiviteit. Alleen al dit verborgen beeld is reden genoeg om de rondleiding mee te maken.

Rondleidingen: 1 juli t/m 31 aug: 18u30. Prijs 12,50 incl. soep en broodje, alleen in combinatie met toegangskaartje voor een Zomerconcert.

Reserveren: 0900-8012