Halimi zoekt zijn begraven kettingen en armbanden

Zou het huis er nog staan? Liggen het spaargeld en de familie-sieraden nog op een verborgen plek achter de struiken? Het relaas van de terugkerende Albanees Iljaz Halimi.

Als een van de eersten stapt Iljaz Halimi uit de bus in het centrum van Gnjilane; een plaats in het zuidoosten van Kosovo. De 45-jarige Albanees is onder de indruk, want een groot gedeelte van zijn stad ligt in puin. Gisterochtend verliet Halimi het vluchtelingenkamp Cegrane in Macedonië. Hij maakte gebruik van de mogelijkheid die een katholieke Ierse organisatie bood om vluchtelingen weer naar hun huis te brengen. De belangstelling voor de bustocht was zo groot dat Halimi zijn vrouw en vier kinderen moest achterlaten. ,,Ik ga eerst kijken of ons huis er nog staat'', zegt Halimi. ,,Ik heb mijn auto bij een bevriende Servische familie ondergebracht. Ik haal mijn vrouw en de kinderen dit weekend zelf op.''

Op weg naar zijn huis begroet hij vrienden en buren enthousiast, maar de Albanees is zichtbaar onder de indruk van zijn verwoeste stad. Na zo'n vijf minuten lopen klopt Halimi op de deur van het huis van zijn Servische vrienden. De begroeting is koel en na het uitwisselen van een paar beleefdheden krijgt Halimi te horen dat zijn auto weg is. Een Servische familie die naar Joegoslavie is gevlucht, heeft de wagen meegenomen. ,,We wisten toch ook niet dat je terug zou komen'', probeert de Serviër nog. Halimi heeft zich al omgedraaid en gaat verder op weg naar zijn huis.

Na ongeveer vijf minuten ziet Halimi het dak van zijn huis. Hij haalt opgelucht adem. ,,Het staat er nog.'' Het huis is niet vernield; alleen wat huisraad ligt, verbrand, in de binnenplaats. Alle ruiten zijn kapot, maar de schade valt mee, vindt Halimi. Hij loopt wat onwennig door het huis. Buiten op de binnenplaats vertelt dat hij sieraden en geld heeft begraven een paar kilometer buiten Gnjilane. ,,Ik wist dat de Serviërs alles zouden pikken terwijl we op de vlucht waren. Met het beetje geld dat ik bij me had, heb ik mijn gezin bij elkaar weten te houden.''

Maar zou zijn spaargeld er nog liggen? In de auto geeft Halimi gespannen de aanwijzingen voor de route. Onderweg wordt een struikgewas gepasseerd. Om een gedeelte van de struiken is een wit lint gespannen. De omwoelde aarde duidt op een graf. De Albanees wrijft in zijn ogen. ,,Misschien liggen hier wel familieleden of vrienden.'' Hij hurkt en houdt voor een paar minuten een beetje aarde in zijn handen. Dan staat hij op en wordt de tocht vervolgd.

Na tien minuten wordt de auto geparkeerd en volgt een wandeling over een onverharde weg. Na een groepje bomen duikt Halimi in de struiken. Achter de struiken begint hij met zijn blote handen te graven, maar voordat hij begint weet Halimi het eindresultaat. ,,Het ligt er nog.'' Na een poosje graven, houdt hij triomfantelijk een opgerolde plastic zak omhoog. In de zak, gewikkeld in een handdoek, een paar gouden kettingen, oorbellen en armbanden. In een kleine plastic zak ongeveer duizend Duitse marken.

,,De sieraden worden al een paar generaties door de familie van mijn vrouw gedragen. Nu kan mijn vrouw ze weer doorgeven aan mijn dochter.'' Halimi twijfelt nog een moment wat te doen: de sieraden en het geld weer begraven of gewoon meenemen. Hij kiest voor het laatste: ,,Kosovo is vrij; de NAVO beschermt onze bezittingen.''