Financiële nood dwingt Berlijn tot uitverkoop

De Duitse regering verhuist naar Berlijn, maar de economie van de hoofdstad hapert. Bewoners trekken naar het goedkopere Umland. Sinds de eenwording is Berlijn zijn aparte status en subsidies kwijt. Dus gaat het stadsbezit in de verkoop.

De Duitse hoofdstad heeft geen geld meer. Al het tafelzilver wordt van de hand gedaan. Berlijn is in Duitsland koploper met privatiseringen. Eerst was de dierentuin in het oosten aan de beurt. Die werd in 1994 verkocht aan de Zoologischer Garten in het westen. Toen volgde de helft van het gasbedrijf Gasag en het elektriciteitsconcern Bewag (opbrengst 6,7 miljard mark). Vorige week ging het stadsbestuur akkoord met de verkoop van het waterleidingbedrijf. De woningbouwverenigingen gaan in de uitverkoop, het onderhoud van de straatlantaarns wordt uitbesteed.

Bijna de helft van de Berliner Wasserbetriebe (BWB) gaat van de hand, al moet de gemeenteraad nog instemmen. Met de transactie is een bedrag van 3,3 miljard mark gemoeid. De Duitse pers spreekt van de grootste privatisering van een waterbedrijf in Europa. Binnen vijf jaar moet het bedrijf naar de beurs.

Koper van 49,9 procent van BWB is een consortium van de Franse Vivendi-groep (water, bouw, telecommunicatie), RWE Umwelt (een dochter van de vroegere Rheinisch-Westfälische Energiewerke uit Essen) en verzekeraar Allianz AG. De overige 50,1 procent blijft in handen van Berlijn, de 4,3 miljoen inwoners tellende stad die ook een van de zestien Duitse deelstaten is.

Voor Berlijnse begrippen zijn de Wasserbetriebe een megaconcern. Dat komt omdat de hoofdstad sinds de Tweede Wereldoorlog weinig grote ondernemingen telt. Siemens en BMW, twee oude Berlijnse bedrijven, verhuisden na de oorlog naar Beieren.

Berlijn moet wel verkopen. De economie hapert, het stadsbestuur heeft moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Als enige van de Duitse deelstaten behaalde de hoofdstad afgelopen jaar negatieve economische groeicijfers (- 1,8 procent). Met een leeglopende stad – veel Berlijners trekken naar het goedkopere Umland in de provincie – almaar stijgende kosten, een miljardentekort op de begroting en een werkloosheid van rond de 16 procent, heeft de doortastende wethouder van Financiën, Annette Fugmann-Heesing, geen andere keus dan bezuinigen of privatiseren.

Sinds de Duitse eenwording in 1990 is Berlijn zijn status aparte kwijt als westelijke enclave in een Oost-Duitse omgeving. Er komt minder subsidie uit Bonn. Pas de helft van de uitgaven wordt uit eigen belastinginkomsten gefinancierd. Gelukkig verleent de Europese Unie ruim ondersteuning.

Tegelijkertijd worden hogere eisen aan Berlijn gesteld, gezien de vele prestigieuze nieuwbouwprojecten die de regering in de nieuwe hoofdstad verwezenlijkt. In minder dan drie maanden verhuizen het kabinet, het parlement en de helft van de ministeries van de Rijn naar de Spree. Terwijl handelsdochter Debis van Daimler-Chrysler en de Japanse elektronicagigant Sony elkaar op de Potsdamer Platz naar de kroon steken, moet de stad bezuinigen.

Hoezo booming Berlin? Heel onduits worden reparaties aan het wegdek vaker uitgesteld. Kuilen op stoepen en straten liggen langer open wegens reparaties aan gas- en waterleidingen. De universiteiten en middelbare scholen hebben geen geld meer om boeken te kopen, laat staan om gebouwen op te knappen.

Terwijl het buitenlandse bedrijfsleven steeds vaker de hoofdstad mijdt en Berlijnse speculanten het beter renderende onroerend goed in Amsterdam hebben ontdekt, lijken vooral de Fransen een zwak te hebben voor Berlijn. Zo maakt de kapitaalkrachtige Vivendi-dochter Générale des Eaux deel uit van het consortium dat de Berlijnse waterbedrijven wil kopen. Haar voornaamste concurrent is Suez Lyonnaise des Eaux, ook uit Frankrijk, samen met Mannesmann Arcor en Bankgesellschaft Berlin.

De verkoop is omstreden. De oppositionele Groenen en de PDS, de vroegere Oost-Duitse communisten, zijn van mening dat de stad veel meer moet krijgen dan de afgesproken 3,3 miljard mark. De PDS vindt het zelfs `ondemocratisch' als openbare nutsbedrijven worden verzelfstandigd. De oppositie gaat ervan uit dat de prijs van het water binnen enkele jaren met dertig procent stijgt.

Het waterbedrijf is de laatste grootste onderneming die in Berlijn kan worden geprivatiseerd. Daarna resten het grondbezit, de stadsreiniging en de woningbouwverenigingen. Maar op de huizenmarkt ziet het er slecht uit. Het aanbod is te groot, er is te veel gebouwd, de vraag valt terug. De verhuizing van regering en parlement levert hooguit tachtigduizend nieuwe bewoners op. De huren stagneren op een lager niveau dan in Bonn. Toen de stad Berlijn onlangs probeerde een aantal huurders over te halen hun woning te kopen, ging nog geen tien procent op het aanbod in.