Eigen Europese defensiemacht is totaal onnodig

Een ontwikkeling naar een eigen Europese defensieorganisatie en militair optreden van de lidstaten buiten het verband van de NAVO is zeer ongewenst, vindt Enric Hessing. Versterking van de inbreng van de Europese bondgenoten binnen de NAVO is meer dan voldoende.

Het klinkt dezer dagen `NAVO, NAVO, NAVO' ter verwelkoming van de troepen uit verschillende NAVO-landen die, op basis van een resolutie van de VN, orde op zaken komen stellen in Kosovo, zodat de gevluchte bevolking kan terugkeren.

De bevrijding van Kosovo is te danken aan de hechte eenheid van de NAVO, zowel politiek als militair. Die eenheid moet verder worden versterkt. De Europese bondgenoten kunnen hieraan een belangrijke bijdrage leveren.

De afgelopen maanden is duidelijk gebleken dat de Verenigde Staten nog steeds de kern van de NAVO vormen, maar dat de inbreng van de Europese bondgenoten aan betekenis wint. Naarmate de situatie op de Balkan zich verder stabiliseert zal dat proces zich de komende maanden kunnen voortzetten.

De mogelijkheden daarvoor zijn reeds enkele jaren geleden gecreëerd door de Ministeriële Raad van de NAVO in Berlijn. Daar is toen besloten dat binnen de NAVO gewerkt kan worden met `Combined Joint Task Forces' en met `coalitions-of-the-willing', voor de uitvoering van door de NAVO met unanimiteit genomen besluiten. Op basis van deze afspraken is iedere denkbare coalitie voor de uitvoering van een vredesoperatie mogelijk. Ook een coalitie van Europese bondgenoten, desgewenst zonder de Verenigde Staten, maar met gebruik van NAVO-middelen. Kortom: alles kan. Mede daarom is versterking van de inbreng van de Europese bondgenoten binnen de NAVO gewenst. Bij de vaststelling van het nieuwe Strategisch Concept van de NAVO, in april jongstleden, is dat nogmaals benadrukt.

Tegen deze achtergrond is het vreemd dat op de recente bijeenkomst van de Europese Raad in Keulen is besloten de deur open te zetten voor de ontwikkeling van een eigenstandige defensieorganisatie van de Europese Unie en voor de mogelijkheid van militair optreden door lidstaten van de EU buiten het verband van de NAVO. Dat is geen verstandige richting. In de eerste plaats niet, omdat er daardoor weer een tweedeling binnen Europa ontstaat, tussen de lidstaten van de EU en andere Europese landen. Dit staat haaks op de uitbreidingsprocessen van zowel de EU als de NAVO. Ten tweede niet, omdat het leidt tot ongewenste en kostbare doublures van militaire structuren. In de stukken van de Europese Unie is zelfs sprake van een apart militair comité, een militaire staf, een militair hoofdkwartier en EU-commandoregelingen. Een volledige doublure van de NAVO!

Ook zijn er nog vele vragen onbeantwoord. Wat te doen bij voorbeeld met landen die wel lid zijn van de Europese Unie, maar niet van de NAVO en omgekeerd. Wat gaat het kosten, en wie gaat dat betalen? In een debat hierover in de Tweede Kamer kon de regering vorige week niet duidelijk maken wat de Europese Raad meer wil dan reeds mogelijk is op basis van eerdere besluiten van de NAVO.

Ook de vraag naar de meerwaarde van een eigenstandige EU-defensieorganisatie voor de veiligheid van de burgers bleef onbeantwoord. De regering kwam niet verder dan erop te wijzen dat het Verdrag van Amsterdam de ontwikkeling van een gemeenschappelijk defensiebeleid mogelijk maakt. Maar als dat het argument zou zijn dan komt de eigenstandige Europese defensieorganisatie er kennelijk alleen maar ter meerdere eer en glorie van de EU, zonder enige meerwaarde voor de burgers. Dan wordt de Europese Unie kennelijk gezien als een doel op zich, in plaats van een middel tot nauwere samenwerking in Europa.

Omwille van onze veiligheid en ter ondersteuning van de internationale rechtsorde, moet de NAVO verder worden versterkt, onder meer door grotere bijdragen van de zijde van de Europese bondgenoten. Tevens dient de EU verder versterkt te worden door verdieping van de samenwerking op gebieden zoals de interne markt, milieu, migratie, asiel en bestrijding van de criminaliteit.

Maar de belangrijkste taak van de Unie ligt de komende jaren op het gebied van de uitbreiding, of beter gezegd: het mogelijk maken van de toetreding van nieuwe lidstaten. Dat is van groot belang voor de verdere economische integratie van Europa, als belangrijke bijdrage aan het streven naar vrede, veiligheid, democratie en welvaart in heel Europa.

Ir.E.L.P.Hessing is lid van de Tweede Kameren en maakt deel uit van de fractie van de VVD.