D66 verliest (ook) op het pluche

D66 lijkt in de politieke benoemingencarrousel uit de bocht te zijn gevlogen. Vermoedelijk gaat ook de post Utrecht naar een andere partij.

Nationale Ombudsman en burgemeester van Utrecht. Zowel ex-minister Winnie Sorgdrager (D66) als ex-staatssecretaris Jacob Kohnstamm (ook D66) heeft gesolliciteerd naar beide functies. Sorgdrager werd nummer één op de voordracht voor Ombudsman – maar wordt het niet. Kohnstamm werd nummer één à twee op de voordracht voor Utrecht – en wordt het vrijwel zeker ook niet. D66 blijft weinig bespaard onder Paars-II.

Het kabinet besluit naar verwachting morgen de Amersfoortse burgemeester A. Brouwer-Korf (PvdA) te benoemen tot burgemeester van Utrecht. Het kabinet volgt daarmee de voordracht die wordt gesteund door een meerderheid uit de Utrechtse gemeenteraad. Brouwer heeft de steun van 26 raadsleden, terwijl 18 raadsleden de voorkeur geven aan Kohnstamm. De Utrechtse commissaris van de koningin, B. Staal (D66), stuurde de voordracht door naar minister Peper met het advies de volgorde om te draaien: Kohnstamm één, Brouwer twee.

Afgelopen vrijdag heeft het kabinet voor de eerste maal gesproken over de benoeming van een nieuwe burgemeester voor Utrecht. Uit de kring van D66-ministers is daarbij een krachtig pleidooi gehouden voor Kohnstamm. De keuze tussen Brouwer en Kohnstamm is de keuze tussen een lokale bestuurder en een Haagse bestuurder. Brouwer was wethouder in Nijmegen en burgemeester van Zutphen en Amersfoort. Kohnstamm was jarenlang Kamerlid (1981/1982 en 1986/1994), waarna hij in 1994 als staatssecretaris onder meer werd belast met het grote-stedenbeleid.

De D66-geestverwanten prijzen Kohnstamm als de betere kandidaat aan, omdat hij met zijn uitgebreide Haagse netwerk en zijn ervaring met het grote-stedenbeleid meer voor Utrecht zou kunnen betekenen dan een burgemeester die vooral in kleinschaliger kring naam heeft gemaakt. D66 werpt verder een precedent in de strijd: in januari besloot het kabinet de VVD'er Opstelten te benoemen tot burgemeester van Rotterdam, hoewel hij tweede stond op de voordracht van de Rotterdamse vertrouwenscommissie.

De kans is gering dat de bewindslieden van PvdA en VVD zich morgen in de ministerraad door deze argumenten laten overtuigen. Ze zien weinig reden het electoraal afgeslankte D66 te belonen met de vierde stad van het land. Bij de Kamer ligt bovendien een wetsvoorstel ter versterking van de rol van vertrouwenscommissies bij de benoeming van burgemeesters. Dit voorstel is bedoeld als een tussenstap op weg naar de gekozen burgemeester. Tegen die achtergrond zou het vreemd zijn als het kabinet, na Rotterdam, ook in Utrecht zou afwijken van de wens van een raadsmeerderheid.

Daar tegenover staat dat kleinere partijen, zoals D66, iedere aanspraak op burgemeestersposten voorlopig wel kunnen vergeten als vertrouwenscommissies volledig de dienst gaan uitmaken. Dat zou de benoeming van burgemeesters geheel tot kongsie van de grote partijen PvdA, CDA en VVD maken. Zolang de gekozen burgemeester nog niet is geregeld, wil D66 het spel blijven meespelen volgens de oude regels. En daarbij hoort stevig lobbyen voor de eigen kandidaten.

Voor de PvdA en de VVD heeft de carrousel van benoemingen uitstekend gedraaid in dit bijna afgelopen politieke seizoen. De VVD heeft Utrecht geruild voor Rotterdam. Het burgemeesterschap in Leiden hebben de Liberalen ingeleverd om Apeldoorn ervoor terug te krijgen. Voor oud-leider Bolkestein is een plek in de Europese Commissie binnengehaald.

De PvdA levert sinds kort de president van de Algemene Rekenkamer. Het prijsgeven van het burgemeesterschap in Rotterdam heeft de PvdA ruimschoots weten te compenseren door, behalve in Utrecht, ook partijgenoten benoemd te krijgen als burgemeester in Leeuwarden en Leiden.

De verlies- en winstrekening van D66 ziet er beduidend minder gunstig uit. De partij vaardigde vorige zomer twee burgemeesters af naar Paars II, van wie Apotheker (Leeuwarden) een ongelukkige tijd beleefde als minister van Landbouw en de Friese hoofstad `verloren ging' aan de PvdA. Zutphen, waar staatssecretaris Verstand burgemeester was, bleef wel behouden voor D66.

De benoeming van burgemeesters is een zaak van de Kroon, waarvoor geheel andere spelregels gelden dan voor de benoeming van een Nationale Ombudsman, die door de Tweede Kamer wordt gekozen. In de procedure voor deze laatste functie is een belangrijke rol weggelegd voor een selectiecommissie van `wijzen', gevormd door de presidenten/vice-president van de Rekenkamer, Hoge Raad en Raad van State. Deze commissie moet voorkomen dat er partijpolitiek getouwtrek ontstaat over de positie van Nationale Ombudsman. Juist daar is het dezer dagen faliekant mis gegaan.

D66-leider Thom de Graaf had oud-minister Sorgdrager van Justitie vooraf gewezen op de weerstand die haar kandidatuur als Ombudsman zou kunnen wekken. Hij had verwacht dat de selectiecommissie Sorgdrager om die reden niet als eerste op de voordracht zou hebben geplaatst. Toen dat tot veler verrassing wel gebeurde, ontwikkelde zich een schimmig gevecht rondom een Kamercommissie van zes leden die zich aansluitend over de voordracht boog. D66 heeft het vooral het CDA ernstig kwalijk genomen dat het intern, in de Kamercommissie, geen principieel bezwaar heeft opgeworpen tegen de kandidatuur van Sorgdrager, maar dit bezwaar wel in de publiciteit breed heeft uitgemeten. Het afgelopen weekeinde heeft De Graaf nog met diverse fractieleiders gebeld om te horen hoe scherp zij zich in de Kamer tegen Sorgdrager zouden afzetten. Toen bleek dat de oppositie haar niet zou ontzien en bovendien bij de PvdA een aantal Kamerleden in de geheime, schriftelijke stemming niet voor Sorgdrager zou kiezen, was de solliciatie van Sorgdrager een verloren zaak. Afgelopen maandag trok Sorgdrager zich terug.

Kohnstamm en Sorgdrager hadden deze week, als laatste ex-bewindslieden uit het eerste paarse kabinet, een nieuwe werkkring kunnen vinden. Vooralsnog hebben zij alle tijd voor hun pas verworven lidmaatschap van de Eerste Kamer – een functie voor een dag per week.