Chinezen moeten leren hun baas recht in de ogen te kijken

In de nauwelijks geïntegreerde Chinese gemeenschap heerst grote verborgen armoede. Desondanks zijn de vijftigduizend Chinezen in Nederland niet opgenomen in het minderhedenbeleid.

Yuk Lin Cheung (16) is in Nederland geboren en opgegroeid en vindt zichzelf sterk verwesterd. Dat leidt nog al eens tot conflicten thuis. Haar ouders kwamen hier zonder enige opleiding, hebben altijd zo'n zestig tot zeventig uur in week in de horeca gewerkt en nooit enige tijd gehad om de Nederlandse taal te leren. Ze houden zich vast aan de Chinese tradities en cultuur, waardoor sommige onderwerpen thuis onbespreekbaar blijven.

Ouderenzorg bijvoorbeeld. De tweede generatie Chinezen in Nederland kampt met haar opvoeders die een leeftijd bereiken waarop ze niet meer kunnen werken. De ouders gaan ervan uit dat de kinderen hun plaats innemen in de horeca en hen tot het einde toe zullen blijven verzorgen. Respect voor ouderen is immers het eerste dat Chinezen al op jonge leeftijd meekrijgen. Maar meisjes zoals Yuk trekken hun eigen plan.

Su-Ying Tjin-Tsai van de Haagse stichting De Chinese Brug onderscheidt drie soorten Chinese ouders. Zij die bang zijn dat hun kind verwestert, laten het thuis alleen Chinees praten en meehelpen in het restaurant. Ouders die niet willen dat hun kinderen evenals zij hun rug krom moeten werken, stimuleren hun zoon of dochter een opleiding te volgen, vooral in de juridische, technische of de medische sector.

En dan zijn er de ouders die door het harde werken geen tijd hebben hun kind op te voeden en het uitbesteden aan een Nederlands gastgezin. De jonge Chinees vervreemdt dan vaak van de eigen ouders, waarop het gastgezin het kind bij zich houdt. Volgens Tjin-Tsai zijn hier al vele rechtszaken uit voortgekomen. ,,Het is maar een van de problemen die voortkomen uit een gebrekkige Nederlandse kennis van de Chinese cultuur en taal.''

De eerste generatie Chinezen, die in de jaren zestig en zeventig kwam, stelde zich sociaal en economisch onafhankelijk op. Ze waren te trots om bij de overheid om geld te vragen; niemand voelde er iets voor om als minderheid bestempeld te worden. De overheid drong niet verder aan.

Anderhalve generatie later maken de vijftigduizend Chinezen in Nederland nog steeds geen deel uit van het integratiebeleid minderheden; de Chinese gemeenschap zou geen problemen kennen. Een recent onderzoek, uitgevoerd door het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek (ISEO), in opdracht van het ministerie van VWS, wijst anders uit: er heerst een grote verborgen armoede in de nauwelijks geïntegreerde Chinese gemeenschap. De eerste generatie Chinezen leeft vaak onder het minimumniveau en maakt amper gebruik van de zorgvoorzieningen. Ook zij zien nu de noodzaak om zich meer open op te stellen. Een Chinese vrouw trekt in het onderzoek de conclusie dat ,,het in de Chinese gemeenschap toch niet zo geweldig gaat als dat we ons zelf voorhouden''.

,,Natuurlijk hebben ook Chinezen problemen'', zegt Tjin-Tsai van de Chinese Brug, ,,maar Chinezen gaan de straat niet op om te demonstreren. Zij komen nu eenmaal niet snel met hun problemen naar buiten. Zie het als een steen die je in het water gooit: Chinezen bespreken gevoelige onderwerpen eerst in hun eigen familiekring, vervolgens met de buren, misschien later met andere mensen in de buurt. Als ze echt bij niemand terecht kunnen, gaan ze eventueel naar een hulpinstantie.''

De taal is dan een tweede barrière. Een Chinese vrouw die al weken in een Nederlands opvangtehuis voor vrouwen zat omdat ze door haar man zou zijn mishandeld, bleek na een gesprek met een hulpverlener van De Chinese Brug slechts problemen te hebben met haar schoonmoeder die bij haar en haar man inwoonde. De stichting heeft een dag per week een Chinese maatschappelijk werkster voor de momenteel honderdtwintig Chinese cliënten die door hulporganisaties uit het hele land naar Den Haag worden doorverwezen. Omdat Chinezen niet in het minderhedenbeleid zijn opgenomen is het moeilijk om subsidie te krijgen.

Het ISEO-onderzoek wijst uit dat tachtig procent van de Chinese beroepsbevolking werkzaam is in de horeca, waarvan een vijfde deel een eigen zaak heeft. Door de concurrentie van andere buitenlandse restaurants is de Chinese horeca al jaren gestabiliseerd. De kleine Chinese restaurants moderniseerden niet, waardoor de meeste nauwelijks nog levensvatbaar zijn. Bovendien is het voor de ondernemers steeds moeilijker personeel te vinden, omdat jongeren de vaak miserabele arbeidsomstandigheden in de Chinese horeca mijden.

De Chinese gemeenschap telt verhoudingsgewijs meer hoogopgeleiden dan bijvoorbeeld de Surinaamse of Antilliaanse, maar het is voornamelijk de laagopgeleide eerste generatie Chinezen die de arbeidsmarkt bezet. Een culturele barrière staat jongeren bij het zoeken en behouden van een baan in de weg. Rennie Pastora, een middelbare vrouw van Chinees-Indonesische afkomst en werkzaam bij het ministerie van Economische Zaken: ,,De westerse arbeidsmarkt vraagt om initiatief en verbaal tegenspel; een werkgever is niet gebaat bij louter een `ja en amen', maar voor Chinezen zijn het de superieuren waar ze respect voor moeten hebben. Je moet werkende Chinese vrouwen echt aanleren om rechtop te lopen, mensen een stevige hand te geven en hun baas recht in de ogen te kijken.''

De onderzoekers vinden dat Chinezen dringend moeten worden opgenomen in het minderhedenbeleid en pleiten voor assertiviteitstrainingen en taalcursussen op tijden waarop ook horecapersoneel deel kan nemen. Ook vinden zij het noodzakelijk dat overheidsinformatie in het Chinees vertaald wordt, zoals dit bij andere allochtone groeperingen het geval is.

De 16-jarige Yuk organiseert in heel het land informatieavonden voor Chinezen over ouderenopvang. Zestigplussers, veelal door hun kinderen meegetroond naar de bijeenkomsten, krijgen hier een inzicht in Nederlandse en Chinese maatschappelijke voorzieningen als de thuishulp of het bejaardentehuis.

Zoals het enige bejaardentehuis voor Chinezen in Nederland aan de Zuidwal in Den Haag. Tjin-Tsai en haar man Eddy Tjin-A-Lien streden jarenlang voor Chinese dienstverlening, voor ouderenzorg en later het Chinese bejaardentehuis. Momenteel zijn ze bezig met de voorbereidingen van de eerste Nederlandse Chinese begraafplaats die deze winter in Den Haag komt, evenals een winkel met Chinese urnen en grafstenen. Tjin-Tsai: ,,Dan is het traject voor Chinese ouderen gereed.'' Niet dat het echtpaar dan gaat uitrusten. ,,Dan beginnen we van voor af aan met kinderopvang naar het voorbeeld van de schippersinternaten, voor jongeren wier ouders in de horeca werken.''