Anders de lucht in

Het maken van rondvluchten wint aan populariteit. Het aanbod groeit dan ook: vooroorlogse transporttoestellen, helikopters, lijnvliegtuigen uit de jaren vijftig. Agenda vloog een paar rondjes mee.

Vliegen is leuk. Minder leuk is het, dat bij de meeste vluchten een week Kreta, Tenerife, of Ibiza zit inbegrepen. Tijd-ruimte-machines zijn het, die computergestuurde Boeings en Airbussen van de zonexpress: je stapt erin, volgt een overbodige veiligheidsinstructie, worstelt met muurvast verpakt voedsel en plastic bestek, buiten is intussen niks te zien en voor je het weet sta je een half continent verderop in een ander klimaat tussen onverstaanbare mensen.

Rondvluchten bieden een uitweg hieraan te ontkomen. En er is een groeiend aantal mogelijkheden om het Nederlandse landschap vanuit het vogelperspectief te bekijken. Sportvliegtuigjes zijn praktisch via elke provinciale luchthaven te charteren. Iets leuker, maar moeilijker, is het al om een plaatsje te bemachtigen aan boord van een Ultralight, zo'n gemotoriseerde hangglider, of van een zweefvliegtuig.

Het leukst echter zijn die propeller-aangedreven oude kisten die nog reageren op zijwind of een ruk aan de knuppel. Die zichzelf de lucht in zwoegen, steunend een bocht draaien en met een jichtig landingsgestel neerzijgen op de landingsbaan. Kisten, kortom, die alleen in antropomorfismen zijn te omschrijven, louter omdat ze het ontmenselijkte niveau van de hedendaagse techniek nog niet hebben bereikt. Kisten zoals de Junkers Ju-52/3m bijvoorbeeld, die laatst een paar dagen Schiphol aandeed. Bouwjaar: 1936. Maximale snelheid: 250 kilometer per uur. Passagiers: 16.

Deze Junkers, de D-AQUI, was eerst in dienst bij een Noorse luchtvaartmaatschappij, maar werd na de Duitse inval in april 1940 buitgemaakt. Wat het oorlogswedervaren van dit vliegtuig is, houdt de huidige uitbater, een Berlijnse stichting waarvan Lufthansa de hoofdsponsor is, zorgvuldig in het midden. Na de oorlog vloog de kist in elk geval in Zuid-Amerika en belandde toen in handen van een Amerikaanse exploitant die de Junkers tot Iron Annie omdoopte. In 1984 ontfermde Lufthansa zich over het `Tante Ju' met de typische `golfplaten romp en vleugels'.

In Nederland is het verboden om zich in het openbaar in een Duits parachutistenuniform te vertonen. Dat zou te veel pijnlijke associaties opwekken. Des te merkwaardiger is het dus dat het onmiskenbare, hoekige silhouet van deze driemotorige Junkers Ju-52 wèl in het Nederlandse luchtruim welkom is. Uit deze trage transportvliegtuigen daalden de Duitse parachutisten die in de meidagen van '40 de koningin uit de Residentie probeerden te ontvoeren en de Moerdijk-bruggen veroverden.

De instapplaats is op Schiphol-Oost, bij het gebouw dat wordt aangeduid met General Aviation. De bemanning telt drie koppen plus een purser. Gezagvoerder Kohne – in het dagelijks leven vliegt hij in een Airbus 340 rond de aardbol – legt, staande voor het metalen instaptrapje, in het kort de geschiedenis van zijn kist uit en de vluchtroute. We zullen, zegt hij, via Pampus en Naarden naar Hilversum vliegen en vandaar een U-bocht maken om over Vinkeveen naar Schiphol terug te keren. Vliegduur: 20 minuten. Vlieghoogte: 300 meter.

Wat aan de binnenkant opvalt, is de krapte van het gangpad en het lage plafond.De zestien stoelen zouden zó uit een 2CV kunnen zijn gesloopt. En ook de rest van het interieur ontbeert elke moderniteit. Mooi zo. Maar dat kan niet worden gezegd van de cockpit, waar digitale meters, GPS-ontvangers en andere elektronica staan te knipperen.

Na het aanzwengelen van de drie motoren taxiën we naar de startbaan en met een klein aanloopje gromt de Junker omhoog. Auto's op de weg langs de Ringvaart stappen op de rem om dit vliegend fossiel te bekijken. Amsterdam wordt snel Madurodam, al gauw ligt aan de linkerkant het IJsselmeer met honderden zeilscheepjes in de zon te glinsteren en aan de rechterkant strekt zich het Gooi uit.

En dan wordt het landschap plotseling zwart-wit aan de andere kant van het vierkante raam. Zwart-wit als een oude Tagesschau. Ook ruikt het nu naar diesel in de spartaanse cabine, naar afgetrainde mannen en goed geoliede Schmeissers die we tussen onze benen klemmen. De kameraden zitten zwijgend zij aan zij. Vanonder onze pothelmen kijken we naar de vloer van deze doodskist. Het vliegveld Ockenburg is het doel van onze afsprong, nog een half uur vliegen naar het westen. Maar die verdammte Holländer met hun nieuwe Oerlikon-snelvuurkanonnen lijken wel te weten dat we komen. Drie Ju's van een andere Staffel zijn al rokend uit onze formatie geschoten. Zweetdruppels glinsteren in de Schmiss van de kapitein. Over mijn schouder zie ik een Fokker D-XXI op onze staart duiken. Mondingsvuur vlamt uit de lopen van de ratelende mitrailleurs in zijn neus. Ik knijp mijn ogen dicht.

Als ik ze weer open doe, wordt buiten het raam John Fernhout's Sky Over Holland gedraaid. Er zit geen jachtvliegtuig op onze staart, maar een zweefvliegtuig afkomstig van het vliegveld bij Hilversum. Vanuit de cockpit wordt met een fototoestel geflitst: zulke oude collega's kom je niet vaak tegen, zal de piloot hebben gedacht. Pal boven de televisietoren van Hilversum maken we een bocht naar het zuiden en de Utrechtse plassen en meren schuiven onder ons door, gevolgd door de flats van de Bijlmer.

De landing is niet voor mensen met zwakke magen. Juist als het onmogelijk lijkt om de kist nog neer te zetten op de landingsbaan, die haaks op de vliegrichting ligt, maakt de D-AQUI een scherpe bocht. Rakelings scheren we over de reusachtige hangar van Martinair en de wielen raken alsnog vederlicht het asfalt.

Helikopters hebben geen landingsbaan nodig. En de Sikorsky 61N van Schreiner Northsea Helicopters al helemaal niet – die moet bij windkracht `storm' werknemers van oliemaatschappijen op booreilanden afzetten. De heli vertrekt, net als de Junkers, bij General Aviation. Er passen maar liefst 25 passagiers in het modern uitgevoerde toestel, waarvan het inwendige niet is te onderscheiden van dat van een gewoon vliegtuig. ,,Ja, ze gaan draaien'', roept een enthousiaste jongen van nog geen tien wanneer de rotorbladen in beweging worden gezet. En ook veel volwassen passagiers slaken schoolreiskreten. Maar het is eveneens het te harde praten van mensen in een donker bos, die de boze geesten willen bezweren. De oordoppen die zijn uitgereikt, zijn in elk geval geen overbodige luxe.

De tevoren toegezonden folder rept van drie mogelijke routes: langs de Hollandse Noordzeestranden, een IJsselmeerroute over Volendam en Marken, en een historische route over de Vesting Naarden, het Muiderslot, en Kasteel De Haar. Maar uitzonderingen hierop zijn mogelijk, getuige het `Rondje Amsterdam' dat wij volgens de twee piloten gaan vliegen.

Nadat we naar de startbaan zijn gereden en het lawaai de pijngrens nadert, verheft de helikopter zich boven Schiphol. We vliegen het `Rondje' tegen de wijzers van de klok in, want met een flauwe bocht draaien we richting Weesp, over het IJ in de richting van Zaanstad. Aan de kade vlakbij Amsterdam CS liggen grote cruiseschepen. De Zaanse Schans is met zijn molens een mooie toeristische attractie, maar wat van deze rondvlucht vooral bijblijft zijn de reusachtige kolenhopen en transportbanden van de HEM-centrale, die vanaf de grond onbereikbaar zijn. In twintig minuten staan we weer ter hoogte van het maaiveld.

De Dutch Dakota Association zit ook op Schiphol-Oost. In de hangar van de `museale organisatie' zoals de DDA zich zelf noemt, staan twee complete Douglas DC-3 Dakota's – die er gloednieuw uitzien – en een paar romp- en vleugelonderdelen. Het vliegtuig waarmee de rondvlucht wordt uitgevoerd staat al buiten. Het is de viermotorige DC-4 Skymaster die weliswaar in 1946 in de Verenigde Staten van de band rolde, maar waarvan het eerste type al in 1942 het luchtruim koos. Het toestel vliegt eerst bij South-African Airways en later, tot 1993, bij de Zuid-Afrikaanse luchtmacht, die er nóg vijf in dienst heeft. In 1996 landt de Skymaster op Schiphol en krijgt daar de registratie PH-DDS.

Ook deze rondvlucht is nét een schoolreisje, zij het dat de sfeer een beetje verzuurt als het toestel een onvaste koers blijkt te volgen. De zon schijnt fel, maar grote wolkenformaties zorgen voor grote temperatuurschommelingen en dus voor onregelmatige thermiek, turbulentie en luchtzakken. Resultaat: zo'n tien van de dertig passagiers zitten groenig uitgeslagen naar een punt in de verte te turen, een halfvolle braakzak in de hand. Maar dat mag de pret niet drukken: het sonore gedreun van de vier motoren, het schitterende uitzicht op Amersfoort, Apeldoorn, Zwolle, de Veluwe en het IJsselmeer, maken het uurtje vliegen tot een aangename ervaring. En trouwens, wie niet tegen turbulentie kan, die gaat thuis maar achter de computer een spelletje Flight Simulator doen.

INFORMATIE

De Junkers Ju 52/3m `Berlin-Tempelhof' is eigendom van de Duitse Berlin-Stiftung, waarin een aantal grote Duitse ondernemingen is vertegenwoordigd. Het toestel is een vliegende reclamezuil voor de Duitse nationale vliegmaatschappij Lufthansa en doet in die hoedanigheid per jaar veel luchthavens en vliegshows aan. Wanneer de Junkers Schiphol weer aandoet is onbekend.

De hierboven besproken rondvlucht kostte ƒ325. Informatie over de eventuele terugkeer van de Junkers is te bevragen bij het Nationaal Luchtvaartmuseum Aviodome op Schiphol, tel 020-4068000.

Rondvluchten per helikopter zijn op onregelmatige tijden mogelijk – maar altijd in het weekeinde. Informatie hierover is te bevragen bij het Nationaal Luchtvaartmuseum Aviodome, tel 020-4068000.

De helikopterpiloten behouden zich het recht voor om rondvluchten vanwege drukte op Schiphol, omslaand weer, bezigheden elders en dergelijke, op het laatste moment af te lasten. De kosten van de ongeveer 20 minuten durende vlucht bedragen ƒ125. Zo'n vliegticket geeft tevens gratis toegang tot het Aviodome op Schiphol. Daar is gedurende de zomermaanden de expositie 90 jaar Vliegende Hollanders te bezoeken.

Vliegen met de Dutch Dakota Association, DDA, is voorbehouden aan officiële deelnemers.

De kosten voor dit deelnemerschap bedragen ƒ125 per jaar voor mensen tussen de 21 en 65 jaar oud. Oudere deelnemers betalen de helft. Ook zijn er gezinskaarten. De meeste passagiers behoren echter tot de genodigden van bedrijven die de Dutch Dakota Association sponsoren. Daarvoor bestaan geen vaste tarieven. Informatie over de DDA en rondvluchten is te bevragen via 020-3747700.