Afrikaans bestek

Afrikaanse restaurants, die een paar jaar terug schoorvoetend hun intrede deden, staan inmiddels met beide benen op de hoofdstedelijke horecagrond. En dat is niet zo gek, want behalve dat deze keuken weer eens iets anders is, is hij ook lekker en goedkoop. Voor zo'n 25 gulden per persoon ben je geknipt en geschoren – inclusief de wijn. En dat is ook wat de doorsnee klant zo te zien wil of kan uitgeven.

In Amsterdam-West zitten er drie, op nog geen vijftig meter van elkaar. `Afrikaans' heten ze in de volksmond, maar eigenlijk zijn het Ethiopische eethuizen. Hun keuken en inrichting met folkloristische snuisterijtjes en oude posters van het Ethiopisch nationaal verkeersbureau – als dat bestaat – zijn zó inwisselbaar, dat het trio hier makkelijk als `de Ethiopiër' kan worden behandeld. Even voor de volledigheid: Addis Abbeba is de hoofdstad van Ethiopië, Abessinië is de oude benaming, en Lalibela is de plek waar vroeg-christelijke kerken in de grond zijn uitgehakt – zo ongeveer de belangrijkste toeristische attractie van het land.

Het bestuderen van de kaart zal aanvankelijk wat tijd in beslag nemen want niets van het gepresenteerde komt in eerste instantie bekend voor. Al lezend is het aan te raden het net zo smakelijke als koppige Mongozo-bier uit te proberen, dat in een halve kalebas wordt uitgeschonken. Aan voorafjes doet de Ethiopiër niet, want het gaat om de hoofdschotel. Die bestaat in alle gevallen uit een vrij dikke, wieldopgrote pannenkoek van gefermenteerd deeg, de enjera, die op een soort dienblad ligt. Noem het de Ethiopische pizzabodem. En daarop wordt een rijke verscheidenheid aan ragoutachtige spijzen geserveerd. Zo is er wot, een stoofschotel van kip, lam of rundvlees, of tib, een meer gebakken vorm van dezelfde vleessoorten. Ook is er kitfo, pikant gekruide steak tartaar. Houd sowieso rekening met de scherpte van de kruiden, vooral chili en cayenne. Vis is nauwelijks vertegenwoordigd.

Maar, Ethiopië is natuurlijk niet per se een carnivoor georiënteerd land, dus ook is er een grote keuze aan groentegerechten, zoals allicha of verse kaas, zoals de ayib. En niet uitsluitend warme groenten belanden op de pannenkoek van zuur deeg, maar ook frisse groene salade. Verwacht geen bestek, tenzij je erom vraagt. Het is uitdrukkelijk de bedoeling het hoofdgerecht met de vingers soldaat te maken. De procedure is makkelijk: scheur een stukje enjera af en pak hiermee het eten op. De rest als met gewoon bestek.

Om kort te gaan: deze eettentjes zijn een leuke aanvulling op het bestaande aanbod van etnische keukens. Toch ligt een gevaar op de loer: het menuaanbod – enkel enjera – is gering. Drie keer in één week Ethiopisch eten is teveel. Net zo vaak Italiaans eten bijvoorbeeld, is geen probleem. Maar die zijn ook met uitsluitend pizza's begonnen. Misschien dat die horecaprojectontwikkelaars hier eens over na kunnen denken.