Wind

Ik rijd een dag door de `Kessel', het gebied rondom Stalingrad waar zo'n half miljoen Russen sneuvelden en waar het Duitse Zesde Leger crepeerde in de ijzige kou. Op deze junidag doet de steppe denken aan Texas en Arizona: immense velden, een enkele boom, telefoondraden, een handvol loodsen, een losse deur die klappert. Het is hier bouwen, breken en weer wegwezen. De geschiedenis is vrijwel compleet weggebulldozerd.

Vanuit het vliegtuig had ik een paar oude bomkraters gezien, als steenpuisten lagen ze in het landschap. Bij het zogenoemde `Soldatenveld' ontwaar ik de resten van een loopgraaf. Maar daar blijft het bij. ,,Hier zijn zeker 10.000 man gesneuveld'', zegt de gids, en hij wijst naar velden vol koolzaad en korenbloemen. ,,Die liggen hier nog steeds. Mooie oorlogskerkhoven, daar hebben we nooit geld voor gehad.'' Het voormalige Duitse vliegveld Pitomnik waar de laatste drama's zich afspeelden, waar talloze gewonden bevroren, waar overvolle transportvliegtuigen als eenden werden neergehaald, er is alleen nog maar stof en een eindeloze weg.

Van de ongeveer 250.000 Duitsers kwamen 244.000 nooit meer thuis, 5 procent van de hoofdofficieren, 95 procent van de soldaten. In de vlakte ligt sinds dit voorjaar een soort Duits soldatenkerkhof, waar nu zo'n 20.000 lichamen geborgen zijn. Vorige maand zou het plechtig geopend worden, met mooie verzoenende toespraken. Wegens de NAVO-bombardementen weigerden de Russische autoriteiten mee te doen, de versgeplante boompjes staan te verdorren, de kransen met `Grüsse aus der Heimat' zijn weggewaaid in de hete wind.