Solo met een demper en een wow-wow

Lef loont, mits prettig verpakt, dat is kort samengevat de boodschap die Wynton Marsalis gisteren, wellicht onbedoeld, uitdroeg aan Nederlandse big bands die zich ook aan Duke Ellington wijden.

Net zo losjes als de Duke destijds, en niet wars van een anekdote, bespeelde hij het publiek, in het kader van het festival American Adventures, met een programma dat van A tot Z afweek van wat hij zelf via faxen en interviews had aangekondigd. In plaats van de verwachte klassiekers uit de jaren '30 en '40 kreeg het vrijwel uitverkochte Concertgebouw een overwegend `exotisch' repertoire te horen uit Ellingtons tweede, productieve jeugd. Met als kenmerkendste titel `Chinoiserie', afkomstig van Afro-Eurasian Eclipse, een lp uit '71.

Was Ellington de `wereldmuziek' vooruit? Niet meer of minder dan Béla Bartók en andere componisten die zich ook door `het volkse' lieten inspireren. Hij had nooit tijd om zich er grondig in te verdiepen – If this is Monday, this must be Rio – maar hij pikte er altijd genoeg van op om er smakelijke composities van te maken.

En Wynton Marsalis dient ze rijkversierd op, met een amusant verhaal bij `The Tattooed Bride' en een al even wervende introductie bij `The Night Flock', opgedragen aan een New-Yorkse zieleherder op wie het dolende jazzvolk destijds altijd kon rekenen, bijvoorbeeld om bij te biecht te gaan. De hoofdrol in het laatste stuk is voor Marsalis zelf en zijn solo laat niets te wensen over. Met een demper in de beker en daarnaast nog een wow-wow draait het uit op een mini-trompetconcert waar zelfs een cynicus `U' tegen zegt.

De andere solisten van het Lincoln Center Jazz Orchestra, 14 man in crème-kleurig kostuum, zijn wat minder begenadigd, maar het samenspel is van hoog niveau. Dat blijkt ook in de complete Far East Suite die na de pauze wordt gespeeld en eigenlijk voor woensdag stond gepland.

Een reden om vandaag af te zien van een bezoek is dat niet, want met dezelfde condities die gisteren leidden tot een kleurrijk concert, een gemotiveerde band en een uitgewogen geluidsbalans, kan ook vandaag geschiedenis worden geschreven. Een integrale uitvoering van Such Sweet Thunder klinkt maar zelden en wat Marsalis verder brengt is het afwachten zeker waard. Misschien wel `The Mooche' uit 1928, een stuk dat hij eigenlijk gisteren zou spelen. Improviseren, daar is niets tegen, zeker niet als het zo soepel gebeurt dat het nauwelijks iemand opvalt.

Concert: Muziek van Duke Ellington door het Lincoln Center Jazz Orchestra o.l.v. Wynton Marsalis. Gehoord: 22/6 Concertgebouw, Amsterdam. Verder: 23/6 (15u jeugdconcert: Who is Duke Ellington? en 20.15u: o.a. Such Sweet Thunder) en 24/6 (met het Koninklijk Concertgebouw Orkest).