Ruimte voor rivieren kost 700 miljoen

Het voornemen van de overheid om nieuwbouw in de uiterwaarden van Waal, Nederrijn en IJssel aan banden te leggen om ruimte voor waterberging vrij te maken kost het bedrijfsleven 700 miljoen gulden.

Een aantal bedrijven in en rond de uiterwaarden zal mogelijk zelfs moeten sluiten. Dit blijkt uit een studie van het adviesbureau BRO.

Het bureau heeft, op verzoek van de provincies Gelderland en Overijssel en een aantal Kamers van Koophandel, becijferd wat de economische gevolgen zijn van `Ruimte voor de Rivier', de rijksnota die in 1997 verscheen naar aanleiding van de hoge waterstanden in 1993 en 1995. De nota geeft aan dat buitendijks en in de uiterwaarden van Waal, Nederrijn en IJssel geen nieuwe bouwmogelijkheden worden toegestaan voor `niet-riviergebonden functies' en voor activiteiten die de waterberging beperken.

BRO komt, op basis van interviews met een groot aantal van de in totaal 500 betrokken bedrijven, tot de conclusie dat `Ruimte voor de Rivier' ,,een fors negatief effect op de vermogenspositie van de bedrijven'' heeft. Bovendien zullen er minder bedrijfsterreinen beschikbaar zijn. In totaal zal er ongeveer 150 hectare bedrijfsterrein ,,uit de markt worden gehaald''.

De mogelijkheden voor doorverkoop van de onderneming wordt namelijk beperkt, aldus het adviesbureau, omdat bij vertrek ter plaatse alleen eenzelfde of een riviergebonden activiteit gevestigd wordt. De waardevermindering, zo becijfert BRO, komt uit op een bedrag van meer dan 700 miljoen gulden. De betrokken ondernemingen hebben als gevolg van de nota tot op heden investeringen ter waarde van 160 miljoen gulden uitgesteld; omgerekend ongeveer 570 arbeidsplaatsen.

Het is, zo meent BRO, ,,niet ondenkbeeldig'' dat op de langere termijn een aantal bedrijven de poorten zal sluiten. Niet rivier-gebonden ondernemingen zullen moeten beslissen of ze hun activiteiten op dezelfde plek voortzetten of dat ze zullen verhuizen om te kunnen groeien. Dat zal veel kosten met zich meebrengen. Het adviesbureau komt tot de aanbeveling op alternatieve locaties bedrijfsterreinen te ontwikkelen; met name ook voor bepaalde zware bedrijfsactiviteiten, zoals steenfabrieken.