Richard L. werkte op eigen houtje verder

In Rotterdam begon gisteren het proces tegen een corruptie verdachte rechercheur, Richard L.

Het is het grootste corruptieschandaal uit de geschiedenis van de Rotterdamse politie. Of is het de mislukte Einzelgang van een dolgedraaide rechercheur, slachtoffer van Rotterdams eigen versie van de IRT-affaire? Op 17 februari 1996 wordt Richard L., rechercheur van de Criminele Inlichtingendienst (CID) in Rotterdam, ingerekend kort nadat hij in een shoarmazaak diskettes met vertrouwelijke informatie heeft overhandigd aan Kenneth A., een bekende in de Rotterdamse drugsscene. De `verkoop' is een infiltratieactie: A. is voorzien van afluister- en peilapparatuur, net als de auto van L. De tienduizend gulden die A. zojuist voor de informatie heeft betaald, is voorgeschoten door de politie.

Richard L. is dan al een paar maanden bezig met het lekken van vertrouwelijke informatie uit de bestanden van de CID. Justitie rept in 1996 dan ook van een omvangrijke corruptiezaak en spreekt het vermoeden uit dat verschillende grote onderzoeken door toedoen van L. zijn mislukt. Bij een huiszoeking bij het advocatenkantoor Sjöcrona, De Roos, Van Stigt & Pen wordt een koffer in beslag genomen die L. had gestald bij zijn moeder en die door B. van Eijck, L.'s advocaat, is opgehaald. In de koffer zit een `journaal' van L.'s bezigheden en enkele honderden uitgeprinte bestanden uit Octopus, het landelijke computersysteem van de CID.

Gisteren startte het proces tegen de inmiddels ontslagen rechercheur Richard L. Van de vele corruptiezaken waarmee L. aanvankelijk door justitie werd geassocieerd, heeft het OM slechts twee zaken voor de rechter gebracht. Allereerst betreft dat de onderschepte transactie met A. in de shoarmazaak. Verder wordt L. ervan beschuldigd de Rotterdamse drugshandelaar Cock S. te hebben gechanteerd, door hem te vertellen dat hij beschikte over bewijzen dat hij zijn vrouw bedroog. Toen deze niet op de chantage in wenste te gaan, zou L. de vrouw van S. hebben benaderd. In ruil voor een bedrag van twintigduizend gulden zou hij belastende informatie over S. kunnen laten verdwijnen.

Richard L. was niet de eerste de beste. Via het `koningskoppel' Van Vondel en Langendoen, de Haarlemse CID-rechercheurs die vele tonnen softdrugs doorlieten en zo in 1992 de IRT-affaire ontketenden, had hij een informant onder zijn hoede gekregen in het Bever-onderzoek – een Rotterdamse zijtak van het omvangrijke Delta-onderzoek van Van Vondel en Langendoen. Dit Bever-onderzoek werd in 1995 stopgezet nadat bleek dat de Rotterdamse politie 18.000 kilo hasj had doorgelaten. De ambitieuze rechercheur Richard L. was hierover zo gefrustreerd, dat hij besloot het onderzoek op eigen houtje voort te zetten, zo verklaarde hij gisteren. De doorgespeelde dossiers waren `fake' of gedateerd en waren uitsluitend bedoeld om te infiltreren in het criminele circuit. Om geloofwaardig over te komen, moest hij hiervoor wel geld vragen. Maar wat hij met de koffer vol met CID-gegevens van plan was, kon Richard L. niet uitleggen. Wat evenmin pleit voor de integriteit van de ex-rechercheur is dat hij eerder dit jaar tot anderhalf jaar cel werd veroordeeld wegens vervalsen van paspoorten en rijbewijzen.

Het onderzoek van de eerste zittingsdag concentreerde zich vooral op de manier waarop justitie te werk is gegaan bij het onderzoek tegen L. Want volgens advocaat Van Eijck is het nogal vreemd dat Kenneth A. zonder enige vorm van tegenprestatie bereid bleek mee te werken bij de ontmaskering van de CID-rechercheur. A. is in januari 1996 door de Rotterdamse politie gehoord in verband met een dodelijke schietpartij in discotheek Future 2000. In het dossier van die zaak bevindt zich de verklaring van een getuige die zegt dat A. opdracht had gegeven voor moord, maar die verklaring is nooit nagetrokken door de Rotterdamse politie. Van Eijck vermoedt dat er sprake is geweest van een `deal': geen vervolging, in ruil voor medewerking in het onderzoek tegen Richard L. Maar noch de vijf rechercheurs die werden gehoord, noch officier van justitie R. de Groot - destijds belast met CID-zaken - zeiden iets te weten van een deal. A. zou zich bedreigd hebben gevoeld nadat hij door de CID-rechercheur onder de codenaam `Ruud' was benaderd en zou daarom hebben besloten mee te werken.

Rechtbankvoorzitter A. Van Breukelen-van Aarnhem vond het geen geloofwaardig verhaal, zo bleek uit haar reacties. ,,Het wil er bij mij niet in dat A. dit allemaal vrijwillig deed en er niets voor terugkreeg.' Aan het einde van de zitting vroeg ze behandelend officier van justitie L. de Jonge nog eens expliciet of er sprake was geweest van een overeenkomst met Kenneth A. Ook hij ontkende. De rechtbank besloot donderdag de onderzoeksleider en de behandelend officier in de Future-2000 zaak te horen. Dan komt ook Kenneth A. aan het woord.

Officier van justitie

In Richard L. werkte op eigen houtje verder (23 juni, p. 2) is officier van justitie mevrouw L. de Jonge ten onrechte aangeduid als `hij'.