Praten

Gelachen werd er maar één keer op het symposium van psychiatrisch ziekenhuis Delta in Poortugaal. Dat was om de onbedoelde grap waarmee voorzitter prof. H.M. van Praag het wachtende publiek over de iets verlate komst van minister Borst inlichtte: ,,Mevrouw Borst wordt nu klaargemaakt, dat gaat niet zonder moeite.''

De minister nam, al even onbedoeld, wraak met de constatering in haar toespraak dat de samenleving wordt gekenmerkt door `toenemende uitingen van geestelijke ontsporing'. ,,Worden wij geestelijk labieler'', vroeg zij zich af, ,,of was er vroeger meer preventieve steun?'' Zij beloofde het te laten onderzoeken. Het zou een interessant onderzoeksresultaat zijn: `Nederlandse volk geestelijk labieler'. Nu maar hopen dat de regering het niet op Srebrenica-achtige wijze opbergt.

Thema van het symposium was de stigmatisering van de psychiatrische patiënt. Niemand deed een poging dat begrip duidelijk te definiëren, zodat het een wat vage middag werd. Menigeen leek op den duur naar `de aansluitende borrel' te snakken, want tijdens de afsluitende discussieronde werd bijna geen zinnige vraag meer gesteld. Of spreken Nederlandse psychiaters daarvoor te slecht Engels – de voertaal op deze middag?

Die stigmatisering, zo werd langzamerhand duidelijk, bleek te leiden tot discriminatie en uitstoting. De Amerikaanse gastspreker Robert Boorstin vertelde daarover een fascinerend verhaal waarmee hij de middag toch nog redde.

Boorstin was en is een belangrijke Amerikaanse regeringsambtenaar, hij bracht het zelfs tot adviseur van Clinton. Al vóór zijn aanstelling in het Witte Huis was duidelijk geworden dat hij manisch-depressief is. De FBI en Clinton waren daarvan op de hoogte, maar men besloot hem toch een kans te geven. ,,Kun je iets doen wat de president in verlegenheid kan brengen?'' vroeg de FBI hem. Boorstin had het volmondig beaamd. Maar het zou goed aflopen – althans, met Boorstin.

Nu reist hij de wereld af met de boodschap dat niemand zich over psychische aandoeningen hoeft te schamen en dat er openlijk over moet worden gepraat. Hij roept bovendien de psychiatrische wereld op om op te houden met het destructieve debat over behandelmethoden: pillen of praten. ,,We roepen daarmee het stigma over onszelf af.'' Hij vindt zelf medicijnen én therapie noodzakelijk.

Na afloop. De bus naar het metrostation. Een oudere man die ik herken als een van de vragenstellers in de slotronde, stapt in. Hij groet een blonde vrouw voor mij, zij groet vaag terug. Na aankomst spurt zij meteen de bus uit, hij achter haar aan. Elke snelle stap die hij zet, beantwoordt zij met twee nóg snellere stappen. Zij bevindt zich nu op de uiterste richel van het perron. Hij geeft het op en blijft staan.

Hij wilde praten, maar zij niet. Dat kan ook gebeuren.