Op het hellend vlak

HOE STANDVASTIG is minister Korthals (Justitie)? Vlak na zijn aantreden vorig jaar verklaarde hij zich tegenstander van een aanzienlijke verruiming van het aantal delicten waarvoor DNA-onderzoek is toegestaan. Maar nu wil Korthals dit toch gaan toelaten voor veel voorkomende criminaliteit zoals inbraken. Aanleiding is een rapport van twee politieregio's waaruit blijkt dat genetisch onderzoek in dit soort gevallen praktisch bruikbaar is. De beperking van de DNA-test tot ernstige delicten berust echter niet louter op overwegingen van doelmatigheid. Dit is een opsporingsmethode die diep ingrijpt in de grondwettelijke rechten van de burger. Dat geeft het onderzoek het karakter van een uiterst middel. Dat dient als vereiste in de strafwet tot uitdrukking te worden gebracht.

Korthals vindt wel dat nog eens goed moet worden gekeken naar waarborgen voor het gebruik, het bewaren en de vernietiging van DNA-gegevens. Daar is alle aanleiding toe, want de volgende uitbreiding dient zich al aan: massaal DNA-onderzoek. Politiechefs willen af van de wettelijke eis dat een DNA-test alleen kan worden toegepast op individuele basis, tegen personen die op de een of andere manier een bepaalde verdenking op zich hebben geladen. Dit vereiste vloeit voort uit het recht van ieder mens voor onschuldig te worden gehouden tot het tegendeel langs wettige weg is bewezen.

,,DNA IS DE NIEUWE vingerafdruk en zo moeten we hem gebruiken'', zeggen de voorstanders van uitbreiding. Daar moeten ze dan ook de consequenties van aanvaarden. Het grootschalige gebruik van opsporingsmethoden is strijdig met het Nederlandse rechtssysteem. Zo concludeerde de huidige korpschef van Gelderland-Zuid, B. Poelert, tien jaar geleden in het Tijdschrift voor de Politie. Ook toen waren er een aantal precedenten. Uit de jaren zeventig stamt de schrijfproef voor inwoners van het Groningse plaatsje Blijham om een pyromaan te zoeken die een anonieme brief had verstuurd. In de Rotterdamse wijk Kralingen (1975) en tien jaar later in de gemeente Stede Broec boven Alkmaar ging de politie over tot grootschalige daktyloscopering van bewoners in verband met een moord.

In deze gevallen is steeds onderstreept dat deelneming niet verplicht was. Dat geldt nu ook in Utrecht, waar de politie een massale DNA-test opzet om een loslopende serieverkrachter op te sporen. Ook de korpschefs gaan daarvan uit bij hun pleidooi voor massaal DNA-onderzoek. Deze vrijwilligheid is echter maar betrekkelijk, zoals Poelert opmerkte. Ook al wordt, zoals nu weer in Utrecht, van hoger hand verzekerd dat iemand die weigert mee te doen, niet automatisch als verdachte geldt.

In het geval van Stede Broec heeft de rechter geweigerd het grootscheepse vingerafdrukkenonderzoek onrechtmatig te verklaren. Dit was – ondanks een grote en langdurige politie-inzet – de enige uitweg. Dat is een argument dat zeker in een afschuwelijke zaak als de Utrechtse serieverkrachter zijn uitwerking niet mist. Als in een kleine gemeenschap, zoals Blijham, iedereen elkaar gaat verdenken, kan grootschalig onderzoek ook fungeren als olie op de golven.

HET PROBLEEM IS alleen het hellende vlak. Het gaat er om, in de woorden van de strafrechtjuristen Jörg en Kelk, dat de afwijking niet beperkt blijft tot de concrete procedure, maar onmiddellijk doorwerkt in volgende zaken. De uitzondering Blijham werd al gauw gevolgd door Kralingen. De Nederlandse Politiebond wil nu al helemaal niet weten van de vrijwilligheid die de politiechefs tot uitgangspunt nemen bij massale DNA-tests en bepleit deze onder omstandigheden gewoon verplicht te stellen.

Er is één belangrijk verschil met precedenten als Stede Broec: ,,De nuanceringszin van het openbaar ministerie en de politie'', zoals Poelert het destijds uitdrukte. Tien en twintig jaar geleden konden bijzondere opsporingsmethoden wringen met de wet, maar ze werden in elk geval gereserveerd voor noodsituaties. Dat valt niet meer vol te houden in een tijd waarin de conclusie van een parlementaire enquêtecommissie dat de politie tonnen softdrugs ,,doorlaat'' naar de illegale markt wordt gevolgd door de onthulling dat dit ook is gebeurd met duizenden kilo's harddrugs.

Het oude vertrouwen in de nuanceringszin van de politie is beschadigd. Het is veeleer zaak zuinig te zijn op bijzondere opsporingsmethoden als de DNA-test. Deze kan alleen worden toegestaan als beloning voor gebleken goed gedrag, niet als aansporing om het politieleven te beteren.