`Onafhankelijkheid van hulp staat voorop'

De neuroloog Lex Winkler (49) vertrekt na drie jaar als directeur bij Artsen zonder Grenzen Nederland. ,,De belangen van de politiek en de militairen komen niet altijd overeen met die van hulpverleners.''

Artsen zonder Grenzen wil internationaliseren, verjongen en zijn slagkracht vergroten, zegt scheidend directeur Lex Winkler in zijn werkkamer van het hoofdkantoor, vlakbij het Leidseplein. De aanstelling van de ,,Engelse, jeugdige, dynamische topman Austen Davis sluit perfect aan bij dat streven'', voegt hij daar aan toe. Zijn opvolger Davis (32) is voedingsdeskundige. Winkler: ,,De jonge garde dient zich aan bij AzG. Ik ga met een gerust hart weg, want hier staat wat. AzG is een soepele organisatie.''

Het hoofdkantoor in Amsterdam telt honderdveertig werkplaatsen, in het veld opereren driehonderdveertig mensen, van wie twintig procent artsen. De rest zijn verpleegkundigen (dertig procent), logistieke krachten, financiële experts. AzG Nederland is in 32 landen actief. De jaaromzet is honderdtien à honderddertig miljoen gulden, waarvan tachtig procent direct naar de projecten gaat. De organisatie heeft meer dan zevenhonderdduizend betalende donateurs.

U heeft forse kritiek gekregen. In 1997 toonde driekwart van de werknemers in Amsterdam zich ontevreden over de leiding. In 1998 vertrokken op het hoofdkantoor zestig van de honderdzestig mensen. Hoe kijkt u daar op terug?

Winkler: ,,Bij AzG is altijd een groot verloop onder het personeel geweest. De leiding stimuleert die doorstroming, omdat ze flexibel wil zijn en inspeelt op veranderende situaties in de wereld. Zo besloot AzG in 1995 de coördinatoren in de projectlanden meer bevoegdheden te geven. Daardoor moest in 1997 een laag managers weg bij het thuisfront, dat een waterhoofd dreigde te worden. Uit onvrede met die reorganisatie is nog een groep mensen weggegaan. Onze medewerkers accepteren niet zo maar van alles. Ze zijn bijzonder geëngageerd, direct, emotioneel, ongeduldig; dat zijn ook kenmerken van onze organisatie. De sfeer is nu overigens goed.''

U had niet de uitstraling van uw voorganger, Jacques de Milliano, die in feite pas in oktober 1997 (als voorzitter) vertrok.

,,Dat kon ook niet, omdat ik – zoals tevoren was afgesproken – maar drie jaar directeur was. De Milliano is als oprichter van AzG Nederland (in 1984) en directeur in de beginjaren heel belangrijk geweest, door de humanitaire hulp op de kaart te zetten. Hij was het boegbeeld dat AzG in de pionierfase hard nodig had. Anno 1999 is de organisatie zó breed ingebed, dat ze zonder boegbeeld kan.''

U bent vanaf het begin bij AzG betrokken en hebt de organisatie fors zien groeien.

,,Als algemeen arts en coördinator werkte ik van 1984 tot 1988 in het grensgebied van Thailand en Cambodja. Daarna zette ik voor AzG tal van projecten op in crisisgebieden, dat is mijn specialiteit. Ik richtte het operationele ondersteuningsapparaat in op het hoofdkantoor. De Nederlandse sectie van AzG is een autonoom onderdeel van Médicins sans Frontières (MsF), dat 27 jaar geleden tijdens de Biafraanse oorlog in Frankrijk werd opgericht. AzG Nederland wil niet verder groeien, omdat het dan niet meer bestuurbaar is.''

Drie jaar geleden raakte AzG in opspraak. Het had een te hoge schatting gegeven van te verwachten slachtoffers in Oost-Zaïre om, zo luidde de kritiek, meer fondsen te verwerven. Een lelijke misser?

,,AzG is daar enorm op aangesproken. Maar intern onderzoek heeft onomstotelijk uitgewezen dat de (te hoge) schattingen niet waren bedoeld om meer geld binnen te halen. Een dergelijke campagne voert AzG niet, daar steek ik mijn handen voor in het vuur. AzG vraagt zich voortdurend af of het schattingen van slachtoffers als alarmsignaal wereldkundig mag maken. AzG deed dat eind 1996 over Oost-Zaïre, waar honderdduizenden mensen vast zaten zonder enige hulp. We besloten daartoe omdat die mensen, ook gezien de voorgeschiedenis, enorme risico's liepen op ziekte en sterfte en dreigden te worden vermoord.''

Bij de oorlog rondom Kosovo was de coördinatie van de hulpverlening aan de vluchtelingen slecht. Hoe kwam dat?

,,De vluchtelingenorganisatie UNHCR van de VN was de aangewezen instantie voor die taak, maar was om meer dan één reden niet in staat de coördinatie te leiden. De UNHCR had aanvankelijk niet haar meest geschikte staf ter plekke omdat ze, zo zegt ze zelf, geen geld had. De landen die Kosovo en Servië bombardeerden, gaven haar inderdaad onvoldoende financiële steun. In Albanië heeft de UNHCR zich verkeken op de omvang van de vluchtelingengroep, in Macedonië bestond een politieke onwil om de Kosovaarse vluchtelingen op te vangen. AzG heeft rond Kosovo, na aanvankelijke tegenwerking, besloten onder de dekmantel van een andere organisaties hulp te verlenen. Zo kochten we ter plekke in, totdat we toestemming kregen voor ons werk.''

Hoe kijkt u tegen de hulpverlening van de NAVO-troepen aan?

,,De NAVO noemde de oorlog een humanitaire interventie, terwijl het een militaire interventie was. Ze verzorgde in het begin ook de hulpverlening, al beschouwde ze dat als een bijkomende taak: haar militairen zetten de kampen op en deelden de broden uit. Dat was een nuttige opdracht, die de UNHCR en de andere hulpverleners niet konden uitvoeren. De NAVO-interventie roept ook vragen op: waarom wordt er in Kosovo effectief ingegrepen, maar blijft de humanitaire crisis in Sierra Leone en Zaïre onbeantwoord? En moeten militairen zich inlaten met hulp? AzG aarzelt militairen een rol te geven bij de hulpverlening, omdat de belangen van de politiek en de militairen niet altijd overeenkomen met die van de hulpverleners. Ze kunnen botsen, zoals mogelijk in Kosovo zal blijken.''

Wil AzG een onafhankelijke hulpverlening?

,,AzG wil op een onafhankelijke wijze beoordelen wat de noden zijn. Dat staat voor ons voorop. Daarbij willen we eventuele misstanden aankaarten. Zo hebben we in Kosovo, vóór de bombardementen, naar buiten gebracht dat de Serviërs een aantal Kosovaarse artsen de keel hadden afgesneden. Ondanks die kritiek konden we in Kosovo blijven om, zolang het kon, de slachtoffers te helpen. Ons principe luidt dat we toegang moeten hebben tot de getroffenen. Onze mensen wilden daarom, onlangs, al met het eerste konvooi Kosovo binnen. Toen de UNHCR dat niet toestond, is AzG op eigen houtje naar Priština gegaan.''