Koerden eisen erkenning, geen onafhankelijkheid

Vandaag wordt op het Turkse eiland Imrali het proces voortgezet tegen de leider van de PKK, Abdullah Öcalan. Zijn oproep voor een dialoog tussen de Turken en de Koerden wordt zowel door de PKK als de pro-Koerdische HADEP-partij ondersteund.

Vrede en vriendschap tussen Turken en Koerden. Tot veler verbazing riep de leider van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), Abdullah Öcalan, daartoe begin deze maand in de Turkse rechtszaal op. De Turkse aanklagers hebben immers de doodstraf tegen hem geëist wegens hoogverraad en moord op zeker 30.000 burgers, militairen en ook Koerdische rebellen, sinds de PKK in 1984 een guerilla-oorlog ontketende tegen het Turkse veiligheidsleger in Zuidoost-Turkije.

Öcalans optreden bewijst dat hij een verzwakte leider is, onderstreepten de nationalistische Turkse media. Volgens hen is de `babykiller' feitelijk maar op één ding uit: voorkomen dat hij daadwerkelijk de strop krijgt.

De PKK stelt het tegendeel. ,,Öcalan heeft'', aldus haar officiële verklaring, ,,een uitzonderlijke poging ondernomen tijdens zijn verhoor op het gevangeniseiland Imrali om een democratisch Turkije veilig te stellen, waarin de culturele rechten van de Koerden worden gewaarborgd.''

Toch maakte de PKK-leider wel degelijk een nerveuze en gespannen indruk in de glazen kooi waarin hij in de rechtszaal werd bewaakt. En zijn uitspraken onderstreepten inderdaad geenszins zijn imago als autoritaire leider die zijn terreurorganisatie met ijzeren hand regeert. Zo ontkende hij categorisch dat hij was gemarteld tijdens zijn arrestatie – hij hekelde in het bijzonder de berichten daarover in de Duitse media – en toonde hij zich zelfs bereid om de Turkse staat te dienen en ermee samen te werken. Bovendien claimde hij dat hij eigenlijk een Turkse nationalist is, een aanhanger zelfs van de leer van Atatürk, de grote Turkse hervormer en van diens idee van een eenheidsstaat, zij het met de aantekening dat de Koerden en andere minderheden culturele rechten moeten hebben. Öcalan gaf eveneens ruiterlijk toe dat ,,wij [de PKK] grote fouten hebben gemaakt in het verleden. Ik ben me daarvan bewust.''

Dit soort verklaringen verraste niet alleen de Turkse staat, maar ook tal van Koerden, buitenlandse waarnemers en de internationale media, die een vastberaden Öcalan in de rechtszaal hadden verwacht, een man die zich ook in gevangenschap zou blijven opwerpen als de grote strijder voor de Koerdische zaak. Waren hem dan toch verdovende middelen toegediend, zoals ook al was geopperd na zijn aanhouding door de Turkse veiligheidsdienst in Kenia?

Onzin, stelt de PKK. Öcalan wordt door Turkije welbewust als een ,,verzwakt leider'' afgeschilderd om zo niet alleen de oorlog in Zuidoost-Turkije te kunnen voortzetten, maar ook om te vermijden dat er een politieke dialoog op gang komt tussen de Turken en de Koerden. Hij probeert in de rechtszaal daarentegen weloverwogen om zijn jarenlange tegenstander, de Turkse staat/het Turkse leger, niet af te schilderen als de grootste vijand van de Koerden, maar juist als partner om Ankara te bewegen tot een vredesdialoog.

(Turkse) Koerden in de gelederen van het Koerdische parlement in ballingschap, dat kantoor houdt in een deftige laan in Brussel, en rondom het vorige maand in Amsterdam opgerichte Koerdische Nationale Congres, erkennen dat er weliswaar in eerste instantie ook binnen de PKK enige verwarring was over de koers van Öcalan in de rechtzaal. Maar volgens hen heeft het optreden van de leider niet tot onrust of ideologische schisma's binnen de PKK geleid. ,,Al snel was duidelijk'', aldus een van hen, ,,dat Öcalan zichzelf ziet als de enige man die in staat is om een brug te slaan tussen de Turken en de Koerden. Tegelijkertijd ziet hij ook in dat het momenteel uitgesloten is meer te bereiken dan de erkenning van de Koerdische identiteit in Turkije.'' Volgens de zegsman kan dat bovendien slechts als het kenmerk van de Turkse republiek, de eenheidsstaat, niet ter discussie wordt gesteld. Vandaar Öcalans steun voor Atatürk.

Enerzijds biedt zo'n vredesstrategie de PKK de mogelijkheid om zich definitief om te vormen van een terreurorganisatie in een politieke groepering, een proces dat al enige tijd aan de gang is - ook al omdat de Koerden na vijftien jaar vechten oorlogsmoe raken. Anderzijds spelen de Koerden zo de zwarte piet naar Turkije toe: propagandistisch delft dat land het onderspit tegen de PKK als het niet eens bereid blijkt om de culturele verscheidenheid van haar burgers te erkennen. En voor de PKK blijft dan geen andere weg open dan opnieuw de wapens op te pakken, zo kan zij de wereld voorhouden.

De Koerden appelleren met deze opstelling eveneens aan de democratische gevoelens in de Verenigde Staten die – veel meer dan Europa dat doet – Turkije als een strategische partner aanmerken. De hoop van de Koerden is dat Washington Ankara er uiteindelijk toe kan overreden om democratische hervormingen door te voeren die recht doen aan de Koerdische identiteit. De invloed van de VS op Turkije is nog versterkt sinds de relatie tussen Turkije en Europa verslechterde als gevolg van de weigering van de Europese Unie om Turkije als kandidaat-lid aan te merken. De PKK-leider zelf maakte er tijdens zijn verhoor geen geheim van dat Europa voor hem en de Koerden als bondgenoot heeft afgedaan. Öcalan schamperde dat hij, na uit zijn jarenlange schuilplaats in Syrië te zijn verdreven, ,,slecht was behandeld in Europa en daar was onderworpen aan inhumane maatregelen''.

De pro-Koerdische HADEP-partij in Turkije heeft zich deze week, aan de vooravond van de hervatting van het proces tegen Öcalan, aangesloten bij de oproep van de PKK voor een politieke dialoog tussen de Koerden en de Turken om zo de guerrilla-oorlog te beëindigen. De HADEP, die in de recente verkiezingen in het Koerdische zuidoosten veel succes boekte, spreekt van ,,een historische mogelijkheid die op Imrali is geboren'' en van de noodzaak voor de Turkse regering om deze olijftak te aanvaarden. Koerden in Europa, in de diaspora, menen dat Öcalan door zijn charisma de enige is die de Koerden in Turkije er van zou kunnen overtuigen dat de erkenning van hun culturele identiteit als eindresultaat niet voldoende is, maar wel genoeg om de guerrilla-oorlog te beëindigen. ,,Geen onafhankelijkheid, geen autonomie, maar de erkenning van de Koerdische identiteit'', aldus een Koerdische zegsman. ,,Vandaaruit kunnen de Koerden verder gaan.''