KFOR is nog lang niet van het UÇK af

Het UÇK heeft beloofd zich als strijdmacht te ontmantelen. Vandaag, twee dagen later, begon het alvast de grote steden in Kosovo etnisch te zuiveren. Een conflict met KFOR is een kwestie van tijd.

Maandagochtend vroeg ondertekende Hashim Thaçi, de 30-jarige leider van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK en premier van een van ze twee zelfgevormde regeringen in ballingschap van Kosovo, het document waarin het UÇK beloofde de wapens in te leveren, de uniformen uit te trekken en op te houden als militaire formatie voort te bestaan. De vredesmacht KFOR beloofde ,,te overwegen'' of het UÇK later leger- of politietaken kan krijgen, vergelijkbaar met die van de Amerikaanse National Guard.

De overeenkomst lijkt een capitulatie van het UÇK, want een leger zonder wapens is geen leger. Thaçi – bijgenaamd: De Slang – wijdde nog wat prettige woorden aan de nobele taak die het UÇK had gespeeld door het verzet tegen de Serviërs vorm te geven en de NAVO te helpen bij de luchtacties. Hij kon ook vol verwachting spreken over de rol van het UÇK, als de provincie eenmaal is gepacificeerd. Later begonnen maandag hier en daar in Kosovo UÇK'ers de wapens in te leveren.

Toch zullen de NAVO en haar bondgenoten van het Bevrijdingsleger elkaar nog tegenkomen, en dan zal er weinig aandacht zijn vor de nobele rol van het UÇK: het bondgenootschap is in feite geëindigd met de ondertekening van het akkoord van maandag omdat in de ogen van de ene partner de andere partner is verdwenen.

De passages over de toekomstige leger- of politietaken van het UÇK hebben alom verwondering gewekt: in Belgrado en Moskou, waar men strikt blijft vasthouden aan de premisse dat Kosovo nog altijd deel uitmaakt van Servië, maar ook in Westerse hoofdsteden, waar men nog altijd, althans formeel, niets wil weten van een onafhankelijk Kosovo. Militair maakt in Kosovo KFOR de dienst uit, en dat zal nog jaren zo blijven. Met KFOR zal een VN-politiemacht de orde en de rust handhaven. En in civiel opzicht komt er een VN-bestuurder die, liefst mèt, maar zonodig boven een regering van Kosovaren als een gouverneur met grote volmachten regeert op de manier waarop Carlos Westendorp dat in Bosnië doet. Er is dus de komende jaren geen plaats voor een UÇK-rol in Kosovo. Het is ook niet erg verstandig enerzijds te ijveren voor een terugkeer van de gevluchte Serviërs en een vreedzaam samenleven van etnische gemeenschappen en anderzijds de meest radicale tegenstanders van die Serviërs politietaken te geven. De vraag waarom de passage over de toekomstige rol van het UÇK in het akkoord terecht is gekomen is niet moeilijk te beantwoorden: het UÇK had anders niet ingestemd met de capitulatie en de vage formulering van de passage geeft KFOR de mogelijkheid een besluit over een UÇK-rol nog lang voor zich uit te schuiven.

Als KFOR inderdaad staat op de ontwapening van het UÇK (en op de bescherming van de Servische minderheid) is het een kwestie van tijd voordat de bondgenoten van gisteren als tegenstanders tegenover elkaar komen te staan. Het UÇK is namelijk geenszins van zin alle wapens in te leveren: daarvoor heeft het niet jarenlang gevochten en (met behulp van de NAVO) gewonnen. Sommige UÇK-commandanten doen daar niet moeilijk over: Rrustem Mustafa, de leider van het UÇK in het noordwesten van Kosovo, zei gisteren dat diegenen die verwachten dat hij zijn wapens inlevert, zich deerlijk vergissen. Integendeel: het UÇK zal zich transformeren tot ,,het reguliere leger'' van Kosovo. NAVO-chef Solana waarschuwde vandaag dat het UÇK ,,desnoods met geweld'' wordt ontwapend. Hij sloot een toekomstige militaire rol van het UÇK categorisch uit.

De facto maakt het UÇK in grote delen van Kosovo de dienst uit en dat zal zo blijven tot KFOR op volle sterkte is. De rol die het voormalige raffelleger, waarvan de kern inmiddels bestaat uit geharde strijders, speelt biedt weinig vertrouwen in een toekomst van vreedzaam en democratisch samenleven met de Serviërs. Gisteren werden de lijken van zes door het UÇK ontvoerde Serviërs gevonden. Elders werden twee Serviërs vermoord. In Priština, Pec en Djakovica begon het UÇK vandaag met de systematische (huis voor huis) verdrijving van Serviërs. Ook met interne tegenstanders werd op weinig verheffende wijze omgesprongen: een groep FARK-strijders (het FARK is het met het UÇK rivaliserende guerrillaleger van de tweede `regering in ballingschap', die van de pacifist Ibrahim Rugova) werd in Pec door de UÇK'ers ontwapend, urenlang als `verraders' te kijk gezet en uiteindelijk door KFOR ontzet. Gisteren kwam het in Pec tot een eerste vuurgevecht tussen KFOR-soldaten en UÇK'ers.

De ogenschijnlijke capitulatie van maandag is geenszins het eind van het UÇK. Het is ook een illusie te denken dat het UÇK, nu de Serviërs zijn verdwenen, afziet van geweld. Hoe het te werk kan gaan werd vorig jaar al aangetoond toen het diverse medewerkers van Rugova vermoordde (onder wie zijn minister van Defensie) of bij aanslagen zwaar verwondde toen ze trachtten FARK op te zetten.