Kentering in denken over aids: wie besmet is, moet het weten

Het ministerie van Justitie overweegt een verplichte aidstest in te voeren. Een gynaecoloog bepleit een standaard aidstest voor zwangere vrouwen. De privacy ligt onder vuur.

Een zwangere hiv-patiënt heeft het recht te zwijgen over haar besmetting, maar hoe zit het met de rechten van het kind dat zij draagt of de personen die haar behandelen? J. Lind, gynaecoloog bij het Westeinde ziekenhuis in Den Haag, vindt dat zwangere vrouwen routinematig op hiv moeten worden getest. Voor de veiligheid van medisch personeel, maar ook voor de veiligheid van het kind dat geboren moet worden. Als bekend is dat de moeder hiv-positief is, kunnen medicijnen en de wijze van bevallen de kans op besmetting van het kind verkleinen.

Enkele jaren geleden zou Lind verketterd zijn. Het recht op geheimhouding van hiv-patiënten was lange tijd een onwrikbaar principe. Maar het feit dat Lind zijn stelling onlangs mocht verkondigen in het vakblad van de KNMG, Medisch Contact, is tekenend voor de kentering in het denken over hiv-besmetting. Nu de eerste schrik over het virus voorbij is en medicijnen beter lijken aan te slaan, wordt de benadering van hiv-patiënten pragmatischer. Wie het heeft, kan het maar beter weten en zeggen, om erger te voorkomen. De lobby van de hiv-patiëntenverenigingen heeft de afgelopen jaren de discussie over aids overstemd, zegt Lind. Toen het aidsvirus begin jaren tachtig in Nederland opdook, werd alle aandacht geschonken aan het voorkomen van stigmatisering van hiv-patiënten. Personen die het virus hebben, mochten dat voor zich houden. En personen die het mogelijk hadden, werden niet aangemoedigd zich te laten testen. Immers, hoe leef je verder na zo'n `doodvonnis'? Verzekeringsmaatschappijen kregen zware kritiek toen ze de test als voorwaarde stelden voor een levensverzekering. Patiënten hebben recht op niet weten, zo staat in de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst uit 1994. Lind: ,,Zwangere vrouwen worden ook gecontroleerd op syfilis, waarom dan niet op aids?''

Op de verlosafdeling zijn de risico's voor de behandelaars via een patiënt besmet te raken groot, zegt Lind. Een moederkoek die wordt vervoerd, bloed dat in het rond spat, in het heetst van de strijd vergeten artsen en verplegers meestal voorzorgsmaatregelen te nemen. Een spatbril opzetten bijvoorbeeld, of een extra schort dragen. Lind heeft meerdere malen `vervelende prikincidenten' meegemaakt, ongelukjes met gebruikte injectienaalden. Dat gebeurt niet als artsen en verplegers weten dat een patiënt met het hiv-virus is besmet.

Volgens hem is de medische vooruitgang een argument om het taboe op de standaard aidstest op te heffen. ,,Vroeger was het hiv-virus een doodvonnis, tegenwoordig is het behandelbaar.'' Lind vermoedt op grond van berekeningen dat jaarlijks negen hiv-positieve vrouwen in de Westeinde kliniek bevallen. Jaarlijks wordt bij vier vrouwen hiv geconstateerd.

In het Westeinde ziekenhuis is het beleid om de aidstest bij zwangere vrouwen ,,liefst zoveel mogelijk'' uit te voeren, zegt Lind. 75 procent van de patiënten in dit ziekenhuis is oorspronkelijk niet uit Nederland afkomstig. Volgens Lind is de kans op hiv-besmetting bij vrouwen uit Afrika 25 procent. Als hij ook maar enigszins vermoedt dat een vrouw tot een risicogroep hoort, stelt hij voor de aidstest te doen. Als een vrouw het niet wil, dringt hij aan. Dit heeft in het verleden wel eens tot ,,huilpartijen'' geleid, zegt hij. ,,Maar als iemand met hiv is besmet, komt dat vroeg of laat toch uit. Dan kun je het maar beter weten op het moment dat een kind nog is te redden.''

Voor een aidstest heeft een arts het zogeheten `informed consent' nodig: hij moet uitgebreid informeren over de ziekte en de mogelijke consequenties die de test voor de patiënt kan hebben. Maar volgens Lind is dat moeilijk als de vrouw in kwestie nauwelijks Nederlands spreekt. Hij zegt dat vaak de nadruk ligt op de toestemming van de patiënt, de informatie die de arts behoort te geven, schiet er bij in. Lind vindt de `informed consent'-procedure voor de aidstest te omslachtig. De taak van de arts moet beperkt tot het krijgen van toestemming, vindt hij.

Ook juridisch ligt de privacy van hiv-patiënten onder vuur. In 1993 besloot de Hoge Raad dat de civiele rechter terecht een aidstest had opgelegd aan een verkrachter in het belang van zijn slachtoffer. ,,Er heeft te lang een taboe geheerst rond aids'', zegt J. Naeyé, hoogleraar politierecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. ,,Als je pokken hebt, word je in quarantaine gestopt, maar naar aids kijkt niemand om.'' Naeyé was lid van een commissie die het ministerie van Justitie vorig jaar adviseerde om in het strafrecht een verplichte aidstest te introduceren. In geval van verkrachting, bedreiging of verwonding met besmette naalden, moet de rechter de dader tot een test kunnen dwingen, vond de commissie. Maar ook als iemand zijn ex-partner verdenkt van bewuste (poging tot) besmetting met het virus. Het ministerie beraadt zich op een wetsvoorstel.

F. van Oostveen, directeur van de hiv-vereniging Nederland, is bezorgd over de plannen. ,,Er moeten duidelijke aanwijzingen zijn dat opzettelijke besmetting heeft plaatsgehad. Anders kan iedereen zijn ex-partner wel voor de rechter slepen. Bovendien is er de eigen verantwoordelijkheid. Wie niet wil worden besmet, moet met condoom vrijen.''

Maar het draagvlak voor zijn standpunt lijkt kleiner te worden. Ook de artsenorganisatie KNMG, die zich in 1994 nog vierkant uitsprak tegen strafrechtelijke dwang, heeft zich onlangs niet geheel afwijzend over invoering van een verplichte test uitgesproken. Als de test een slachtoffer medisch voordeel kan opleveren, zijn de artsen niet tegen, zegt secretaris-jurist P. Rijksen. ,,In de eerste 36 uur na besmetting met het hiv-virus is behandeling met profylaxen nog zinvol. Dan is het in het belang van de patiënt dat snel een test plaatsheeft.''