Italië heeft na halen EMU nog lange weg te gaan

Italië leunt na het halen van de muntunie achterover. Maar de financiële sanering waar het land doorheen moet is een zware marathon, waarin de race naar de muntunie een tussensprint was.

Italië is buiten adem. De inspanningen om te kunnen voldoen aan de voorwaarden voor deelname aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) hebben zoveel kracht en energie gevergd, dat het land nu in een periode van stagnatie terecht is gekomen.

,,Er gaat geen dag voorbij zonder signalen van teleurstelling, vermoeidheid en gefrustreerde verwachtingen'', zei Giorgio Fossa, voorzitter van de werkgeversorganisatie Confindustria, eind vorige maand in zijn jaaroverzicht. De ondernemers vinden dat geplande economische en sociale hervormingen veel te traag gaan.

Het land is moe, concludeerde de Nationale Raad voor Economie en Arbeid vorige week in een rapport. Er lijkt stabiliteit te bestaan, maar dat is in feite ,,statische stilstand''. Het rapport toont een samenleving die achteruit is gaan zitten, tevreden over het feit dat het lid is van de EMU.

Dit is de achtergrond van de voortdurende waarschuwingen dat financiële sanering een zware marathon is, waarin de race naar de EMU niet meer dan een tussensprint was. De uitspraak maandag van oud-premier Romano Prodi, dat Italië niet moet denken dat het binnen de EMU kan blijven als het jarenlang een inflatie heeft die een procent hoger ligt dan die van andere lidstaten, is de laatste waarschuwing in een lange reeks.

Zo herinnerde de gouverneur van de centrale bank, Antonio Fazio, eraan dat het land de hoofdproblemen tot nu toe voor zich uit heeft geschoven. ,,Het is waar dat we in 1998 minder belasting hebben betaald, maar het is ook waar dat de restauratie van de overheidsfinanciën in de jaren negentig volledig is gebeurd door de belastingdruk te verhogen (die was 39 procent in '89 en groeide tot 45 procent in '97), terwijl de uitgaven op een hoog niveau zijn gebleven'', zei Fazio op 31 mei in zijn jaarrede.

Minister van Schatkist Giuliano Amato heeft de EMU-partners om een adempauze gevraagd. Hij kreeg toestemming voor een begrotingstekort van 2,4 procent van het bruto nationaal product, in plaats van de geplande 2 procent. Zijn argument was dat die extra begrotingsruimte nodig is om te voorkomen dat de economie wordt afgeknepen, wat contraproductief zou werken op groei en belastinginkomsten en de politieke speelruimte voor hervormingen zou beperken.

Dat hij ook minister Zalm heeft weten te overtuigen, die hier vaak wordt opgevoerd als de maatstaf of iets financieel in orde is, onderstreept Amato's geloofwaardigheid. Maar sprekend over de begroting van volgend jaar, heeft hij het over bezuinigingen voor 18,2 miljard gulden. Minister van Financiën Visco zei dat 4,5 miljard gulden meer nodig is.

Het grootste probleem zijn de pensioenen. Italië heeft de afgelopen jaren twee keer met succes het poldermodel van tripartite overleg toegepast. Dat heeft geleid tot substantiële loonmatiging. Maar op het gebied van de pensioenen geven de vakbonden geen krimp. Premier Massimo D'Alema heeft voorgesteld de voor het jaar 2001 geplande `verificatie' van de pensioenuitgaven (die onherroepelijk zal leiden tot een ingreep) te vervroegen. De bonden willen daar niet aan.

De werkgevers waarschuwen dat het kabinet moeilijke besluiten niet uit de weg moet gaan. ,,De structurele veranderingen die we nodig hebben, kunnen niet worden binnengehaald met algemene consensus'', zei Fossa. Maar het kabinet aarzelt. D'Alema heeft als een proefballon gezegd dat de mogelijkheden voor vervroegde pensionering, die Italiaanse werkgevers een privilege geven dat nergens anders op zo'n schaal bestaat in Europa, moeten worden beperkt.

Het probleem is dat hervorming van het pensioenstel moet worden ingepast in een algemene herziening van het sociale-zekerheidsstelsel. Volgens de jongste cijfers van Eurostat geeft Italië meer dan andere landen uit aan pensioenen: 15,7 procent van het bnp, tegen een EU-gemiddelde van 12,1 procent. Maar in het totaal van de sociale uitgaven ligt Italië achter. EU-landen besteden gemiddeld 27,4 procent aan sociale zekerheid, terwijl dat in Italië 23,9 procent is.

In het algemene hervormingspakket zitten verder plannen om de groei te stimuleren door flexibilisering van de rigide arbeidswetten, belastingverlaging, privatisering en liberalisering.

Het pakket omvat ook zaken als verbetering van de infrastructuur voor transport en hervorming van de overheidsbureaucratie, factoren die hogere kosten dan elders met zich meebrengen en daarmee het gevaar voor inflatie in zich dragen. Plannen voor al deze veranderingen liggen op tafel, en dat is op zichzelf al een grote vooruitgang vergeleken met begin jaren negentig. Maar de marathon is nog lang niet gelopen.