Het swingt niet maar het verdient wel

Rotterdam is in Europa de belangrijkste haven voor de overslag van groente en fruit, en Jan Ebus (48) speelt er met zijn bedrijven (Ebrex) een hoofdrol. Hij heeft goeie klanten, zoals het Amerikaanse leger in Kosovo, dat hij voorziet van appelen, peren en wat dies meer zij. Wat bepaalt het succes van de haven in het algemeen, en dat van Ebus in het bijzonder? En waarom komen er in Rotterdam nauwelijks bananen?

Op de parkeerplaats staat een zilvergrijze Ferrari. De keus van het exclusieve automerk geeft al aan dat Jan Ebus het nieuwe gezicht vertegenwoordigt van de Rotterdamse haven: eens het werkterrein van noeste, sjouwende havenwerkers, maar tegenwoordig een domein waar automatisering en hoogwaardige logistieke dienstverlening tot uitgangspunten van een succesvol beleid zijn verheven.

Ebus is een van de hoofdpersonen in het succesverhaal van Rotterdam als gespecialiseerde fruit- en groentehaven. In het Merwehavengebied heeft Rotterdam zich via forse investeringen in infrastructuur, overslagfaciliteiten en de vestiging op één plek van een groot aantal aan fruit gerelateerde ondernemingen tot dé vooraanstaande fruithaven van Europa ontwikkeld. De bedrijven van Jan Ebus, directeur-eigenaar van expeditiebedrijf Ebrex en het in groente en fruit gespecialiseerde stuwadoors- en expeditiebedrijf Seabrex, bevinden zich in het zenith van die ontwikkeling. Dagelijks verlaten alleen al meer dan honderden trucks de bedrijfsterreinen om fruit en groenten naar alle uithoeken van Europa te vervoeren. Tevens heeft Ebus met Ebrex een contract van het Amerikaanse leger in de wacht gesleept.

Ebrex verzorgt in Zuid-Europa de hele voedsellogistiek voor het Amerikaanse leger. Via een door vijf man aangestuurd kantoor in Zwitserland verzorgt Ebrex Foodservices, een van de bedrijven van Ebus, niet alleen de voedsellogistiek van de in Europa gelegerde Amerikaanse soldaten in Europa, maar bepaalt het bijvoorbeeld ook wat er dagelijks op het menu verschijnt van het Amerikaanse leger in Kosovo; kip, hamburgers of schnitzel. Uit heel Europa rijden vrachtauto's naar een verzamelpunt in Zuid-Europa, van waaruit onder meer in Kosovo, Albanië, Macedonië, Griekenland en Italië gelegerde Amerikaanse militairen worden bevoorraad.

De zaken van de Ebrex-holding (waaronder de divisies Seabrex, Ebrex en Ebrex Foodservices hangen) beginnen een dermate grote omvang te krijgen dat velen in de haven zich beginnen af te vragen wat de drijfveer is van havenbaron Jan Ebus, een nazaat van expediteur Frans Maas. Ebus begon zijn loopbaan in 1974 als loopjongen bij Frans Maas; elf jaar later nam hij er afscheid als directeur. Met een handvol medewerkers ging hij daarna aan de slag in de Rotterdamse haven. ,,Iedereen kende Frans Maas, maar niemand had nog ooit van Ebrex gehoord'', zegt Ebus met een grijns. ,,Ik riep dan altijd heel brutaal tegen de klanten: u zult nog veel van ons horen.''

Dit jaar slaat Seabrex meer dan een miljoen ton aan fruit en groenten over in de Merwehaven. De winst van Ebrex-holding bedroeg vorig jaar 3,4 miljoen. Ebus verwacht dit jaar echter een omzetstijging van zijn bedrijven van 200 naar 430 miljoen gulden. Dat komt deels omdat Jan Ebus het 70-procents aandeel in Seabrex van HIM Furness overnam. Seabrex, aanvankelijk een joint-venture tussen fruitoverslagbedrijf Seaport Terminals en Ebrex, was voor Furness geen kernactiviteit meer.

Mede dankzij het legercontract en de activiteiten van Ebrex (een expeditiebedrijf met 130 man personeel dat zoveel verschillende activiteiten uitvoert dat half Nederland op schoenen loopt die door de handen van Jan Ebus zijn gegaan) slaagde Ebus er in met hulp van ABN Amro de resterende aandelen van Seabrex te kopen.

Een beursgang van het bedrijf lijkt nu een logische stap. ,,Die vraag wordt me vaak gesteld'', zegt Ebus. ,,Maar ik weet het niet. Je moet als ondernemer natuurlijk wel een verhaal hebben. En met alle respect dat ik voor dit bedrijf heb, met wat voor liefde ik het ook koester, ons verhaal is voor de financiële wereld natuurlijk wel een beetje grijs. Dat geldt zelfs voor de grootste aan de beurs genoteerde havenfondsen, die zijn gespecialiseerd in transport, opslag, logistiek en expeditie. Het verhaal naar de financiële markten toe is bij dit soort fondsen niet erg swingend. Dat moet je je als ondernemer wel realiseren als je met een dergelijk bedrijf naar de beurs gaat, vind ik. Bovendien houd ik er van de zaken simpel te houden. Ik leid de Ebrex-holding op dit moment met één registeraccountant die voor mij van groot belang is.''

Dit jaar is Jan Ebus voor zijn speciale verdiensten voor de Rotterdamse haven uitgeroepen tot Havenman van het jaar, een onderscheiding die jaarlijks wordt uitgereikt door havenpersclub Kyoto, de oudste vereniging van journalisten van het land. Maar als iets bewijst dat een dergelijke onderscheiding een havenondernemer niet komt aanwaaien dan is het wel de geschiedenis en achtergrond van Jan Ebus, in feite al de vierde generatie Frans Maas die in de Rotterdamse haven actief is.

Frans Maas was de oprichter van een vervoerbedrijf in Venlo, vaak omschreven als de stad met de grootste droge haven in de Benelux. Bij de Nederlands/Duitse grensovergang van Venlo passeren jaarlijks meer dan een miljoen vrachtwagens. De helft van het goederenvervoer per spoor tussen Nederland en Duitsland loopt via het goederenemplacement in Venlo en de binnenlandse termminal van het Rotterdamse containeroverslagbedrijf ECT. De Coöperatieve Venlose Veilingvereniging is een van de grootste in groenten gespecialiseerde veilingen in West-Europa en omringd door een groot aantal nationaal en internationaal opererende vervoers- en expeditiebedrijven.

Vanachter de tapkast in zijn herberg, die als voorloper diende van een veiling waar Nederlandse telers en boeren hun producten verhandelden aan Duitse afnemers, raakte Frans Maas ruim honderd jaar geleden betrokken in het vervoer van groenten en fruit (tomaten), dat al snel zijn weg vond naar de haven van Rotterdam om overzee getransporteerd te worden. Een van de dochters van Frans Maas trouwde met een expediteur, Ebus genaamd (de grootouders van Jan Ebus). Jan Ebus kreeg het vak van expediteur met de paplepel ingegoten.

De overslag en distributie van groenten en fruit vormen een belangrijke kernactiviteit van Ebrex en Seabrex. Seabrex heeft in de Merwehaven tot het jaar 2010 rigoureuze uitbreidingsplannen in gedachten, waarbij de totale opslag/distributiecapaciteit wordt opgevoerd van 110.000 vierkante meter (waarvan tweederde gekoeld) tot 175.000 vierkante meter. Voor een deel van het nieuwe loodsencomplex gaat het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam een deel van de Merwehaven dempen. Seabrex, dat ruim 300 medewerkers telt (Ebrex 150) behandelt in Rotterdam jaarlijks meer dan een miljoen ton fruit en groente. Seabrex is daardoor een van de grootste gespecialiseerde bedrijven in deze sector en na overslagbedrijf ECT een van de grootste afnemers van de arbeidspool SHB, een soort uitzendbureau voor tijdelijke havenkrachten.

Fruit is voor de Rotterdamse haven bepaald geen nieuw product. Tientallen jaren was Rotterdam de enige haven in West-Europa die georganiseerd iets deed aan de overslag van fruit. Totdat met name havens als Antwerpen, Vlissingen, Hamburg en Bremen een graantje van het succes wilden meepikken. Om de concurrentie voor te blijven besloot een groot aantal partijen (waaronder een aantal havenbedrijven, het ministerie van Verkeer en Waterstaat, de Nederlandse Spoorwegen en het GHR) in 1994 de handen ineen te slaan met de ontwikkeling van een gespecialiseerde fruithaven in Rotterdam. Kern van het concept was om alle actviteiten rond fruit, vruchtensappen en groenten op één plek samen te brengen.

De fruitjagers die dagelijks afmeren langs de kaden van de Merwehaven vormen het tastbare bewijs van het succes van Rotterdam als fruitport. Eenvijfde deel van de aanvoer in de Merwehaven bestaat uit tomaten van de Canarische Eilanden. Het fruit wordt voornamelijk aangevoerd uit Zuid-Amerika en verder in toenemende mate ook uit Zuid-Afrika, waar Seabrex met partners kantoren wil gaan vestigen in Durban, Maputo, Port Elisabeth en Kaapstad.

De positie van de Rotterdamse haven als logistiek middelpunt in de fruitindustrie is volgens Jan Ebus onmiskenbaar. ,,De haven en het Westland vormen een gouden en unieke combinatie'', zegt Ebus. ,,Dit hele gebied is één en al groenten en fruit. Deze haven past daar perfect in. Bovendien kan alles hier op één plek gebeuren. Vroeger gingen de goederen vanaf de terminal in de haven direct naar koelloodsen in het binnenland. Dat brengt niet alleen extra kosten voor handelaren met zich mee, maar die willen bovendien zo weinig mogelijk extra handelingen om de kwaliteit van hun producten te kunnen waarborgen.''

,,Dit havenbekken wordt vaak als distributieplek gekozen door de klanten. Dat is het sterke punt. Bovendien zijn we flexibel. Zelfs als het al op de auto staat kan de samenstelling van de lading nog gewijzigd worden. Je moet de efficiëntie verhogen, kosten verlagen en zoveel mogelijk faciliteiten en diensten aanbieden op één plek. Dat doen we hier. In samenhang met de combinatie van het Westland zijn we daardoor in Rotterdam heel sterk. Hebben we een voorsprong op andere havens.''

Ebus schat dat Rotterdam in de belangrijkste havenrange van Europa, die van Le Havre tot Hamburg, op dit moment in de overslag van groente en fruit (waaronder ook vruchtensappen), een marktaandeel van ruim 46 procent heeft. Dit is exclusief de overslag van bananen, een markt die voornamelijk wordt gedomineerd door Antwerpen en Hamburg.

Niettemin is het verlies van de bananenhandel voor Rotterdam in havenkringen een gevoelig onderwerp. Tot begin jaren zeventig was Rotterdam een belangrijk Europees aanvoerpunt voor bananen. Maar bananen vereisen een speciale behandeling, de ideale temperatuur om een banaan te lossen is 13 graden Celcius. De exporteurs eisten van Rotterdam de bouw van zogeheten conveyors om de bananen goed te kunnen behandelen. De overslagbedrijven weigerden dat omdat men het een kwestie van tijd achtte voordat bananen gepalettiseerd in dozen zouden worden aangevoerd. Hetgeen momenteel al voor tachtig procent het geval is. Maar inmiddels verloor Rotterdam de slag wat deze belangrijke fruitstroom betreft.

Ebus wil best een poging doen om ook de aanvoer van bananen, die nu slechts in deellading in Rotterdam aankomt, weer terug te halen naar Rotterdam. Maar niet tot elke prijs. ,,Ik houd niet van onrust in de markt. Tot concurreren tegen elke prijs. Je hebt elkaar toch nodig in deze branche. Het is waanzin om een grote bananenleverancier aan Antwerpen terug te lokken naar Rotterdam als je in je eigen haven die aanvoer van bananen niet adequaat kunt verwerken.''

Met het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) vormt de bouw van een bananenterminal nog wel onderdeel van gesprek, maar Ebus meent dat het havenbedrijf in de haven verantwoordelijk is voor de infrastructuur in de vorm van de aanleg van havens, kaden etc, en niet voor de bouw van terminals. ,,Dat is ondernemerswerk'', zegt Ebus. ,,Ik vind niet dat je daarvoor je handje op moet houden bij het havenbedrijf, maar wel goed met het GHR moet samenwerken.''